Inhoud
In het kort
Lucrin Depot bevat leuproreline-acetaat dat behoort tot de groep van geneesmiddelen die de geslachtsklieren beïnvloeden. Lucrin Depot bevat 3,75 mg leuproreline-acetaat in de vorm van micropartikels.
- Werkzame stof(fen)
- Leuprorelin
- Vergunninghouder
- BModesto B.V. Minervaweg 2 8239 DL LELYSTAD
- ATC-code
- L02AE02
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg gebruikt?
Lucrin Depot bevat leuproreline-acetaat dat behoort tot de groep van geneesmiddelen die de geslachtsklieren beïnvloeden.
Lucrin Depot bevat 3,75 mg leuproreline-acetaat in de vorm van micropartikels. Nadat deze micropartikels aan het bijgeleverde oplosmiddel zijn toegevoegd wordt een suspensie verkregen, van waaruit het werkzame bestanddeel vertraagd wordt afgegeven. Hierdoor hoeft Lucrin Depot slechts éénmaal per maand te worden toegediend. Lucrin Depot kan zowel in de spier (intramusculair) als onderhuids (subcutaan) worden geïnjecteerd.
Lucrin Depot kan voor de volgende aandoeningen worden gebruikt:
Bij mannen:
Lucrin Depot wordt toegepast bij de behandeling van prostaatkanker, waarbij de tumor plaatselijk is uitgebreid, of is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Wanneer de arts bij u prostaatkanker heeft geconstateerd, zal de behandeling erop gericht zijn de productie van het hormoon testosteron stil te leggen. Testosteron bevordert namelijk de groei van het kwaadaardige gezwel (carcinoom).
Leuproreline-acetaat remt de productie van testosteron.
Bij vrouwen:
Lucrin Depot wordt toegepast bij de behandeling van matige tot ernstige endometriose (baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt) en als preoperatieve behandeling van leiomyomata uteri (vleesbomen).
Wanneer de arts bij u endometriose of een myoom heeft geconstateerd, zal de behandeling erop gericht zijn de productie van oestrogeen stil te leggen. Dit hormoon heeft namelijk een ongunstig effect op deze aandoeningen. Leuproreline-acetaat, het werkzame bestanddeel van Lucrin Depot, remt de productie van dit hormoon.
Als u wordt behandeld voor endometriose (baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt) of leiomyomata uteri (vleesbomen), dan mag u maximaal 6 maanden met Lucrin Depot behandeld worden.
Bij kinderen:
Lucrin Depot is tevens bestemd voor de behandeling van vroegtijdige pubertijd (pubertas praecox) voor meisjes jonger dan 9 jaar en jongens jonger dan 10 jaar. Lucrin Depot zorgt ervoor dat de productie van geslachtshormonen wordt stopgezet en het hormoongehalte terugkomt op het kinderniveau.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
- U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
- U bent allergisch voor een stof die lijkt op leuproreline.
- U heeft een tumor die niet gevoelig is voor hormonen of heeft een chirurgische behandeling gehad, waarbij beide testes (zaadballen) zijn verwijderd.
- U bent zwanger of probeert zwanger te worden.
U geeft borstvoeding of bent van plan dit te gaan geven.
Bij meisjes met vroegtijdige pubertijd:
- U bent zwanger of geeft borstvoeding.
- U heeft een niet-gediagnosticeerde vaginale bloeding.
Wanneermoet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
- Neerslachtigheid (depressie) is gemeld bij patiënten die Lucrin gebruiken. Dit kan ernstig zijn. Neem contact op met uw arts wanneer u last krijgt van stemmingswisselingen tijdens het gebruik van dit product.
- Bij het gebruik van leuproreline is ernstige huiduitslag gemeld. Mogelijke verschijnselen daarvan zijn onder andere een ernstige allergische reactie met hoge koorts, blaren op de huid, gewrichtspijn en/of oogontsteking (Stevens-Johnson-syndroom, SJS) en een ernstige allergische reactie die plotseling ontstaat, met als verschijnselen koorts en blaren op de huid en vervelling van de huid (toxische epidermale necrolyse, TEN). Stop met het gebruik van dit medicijn en zoek onmiddellijk medische hulp als u een van de klachten opmerkt die horen bij deze ernstige huidreacties, zoals beschreven in rubriek 4.
- Als u (of uw kind) last heeft van erge of steeds terugkerende hoofdpijn, problemen met zien, oorsuizen of een zoemgeluid in de oren, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts.
Bij mannen:
- Als u wordt behandeld voor prostaatcarcinoom, dient de behandeling goed te worden gecontroleerd door een arts die bekend is met hormonale therapie.
- Tijdens de eerste weken van de behandeling kunnen uw klachten en symptomen verslechteren. Dit wordt veroorzaakt door een tijdelijke stijging van het testosterongehalte in uw bloed.
- Als uw urinewegen geblokkeerd zijn door een uitzaaiing, moet u de eerste weken goed geobserveerd worden door uw arts. Een alternatieve behandeling, waarbij één of beide testes worden weggehaald of waarbij u behandeld wordt met oestrogeen, is in dit geval veiliger.
- Als u uitzaaiingen in de wervels heeft, dient u in het begin van de therapie met Lucrin Depot nauwlettend te worden geobserveerd door uw arts.
- Als de behandeling met Lucrin Depot een zeker risico voor u kan betekenen, kan uw arts overwegen om de behandeling te beginnen met een dosering éénmaal daags met Lucrin, in plaats van Lucrin Depot. Als deze dosering goed wordt verdragen, kan worden overgegaan op Lucrin Depot.
- Als u met Lucrin behandeld wordt kan een verhoogd glucosegehalte in het bloed voorkomen. Hierdoor kan diabetes ontwikkeld worden of kan bij bestaande diabetes de handhaving van het bloedsuiker slechter onder controle komen. Daarom zal uw arts uw bloedsuiker controleren.
- Als u met Lucrin behandeld wordt kunt u een verhoogd risico hebben op hartproblemen. Hoewel dit risico laag is, zal uw arts u hierop nauwkeurig controleren.
- Als u een hart- of bloedvataandoening hebt, waaronder hartritmeproblemen (aritmieën) of behandeld wordt met geneesmiddelen voor deze aandoeningen. Het risico op hartritmeproblemen kan toenemen bij gebruik van Lucrin.
- Als u in het verleden last heeft gehad van een hoge bloedsuikerspiegel, diabetes en/of hoog cholesterol, moet uw arts u goed controleren op het metabole syndroom/metabole veranderingen.
- Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt als u leververvetting heeft (een aandoening waarbij zich te veel vet ophoopt in de lever).
Bij vrouwen:
- Als u wordt behandeld met Lucrin Depot dient dit onder specialistische begeleiding tegebeuren.
- Voordat de behandeling met Lucrin Depot wordt gestart, moet worden vastgesteld dat u niet zwanger bent. In geval van twijfel moet een zwangerschapstest worden uitgevoerd. Als u orale anticonceptie (de "pil") of andere anticonceptiemethoden op hormonale basis gebruikt, moet u hiermee stoppen voordat de behandeling met Lucrin Depot begint. Gedurende de behandeling moeten andere methoden van anticonceptie worden gebruikt. De behandeling dient te worden gestaakt zodra zwangerschap wordt geconstateerd.
- Tijdens de eerste weken van de behandeling kan een toename van de klachten en symptomen optreden, als gevolg van een tijdelijke stijging van de geslachtshormonen. Deze klachten en symptomen zullen verdwijnen bij het voortzetten van de therapie.
- Net als bij de natuurlijk optredende menopauze kan ook bij behandeling met Lucrin Depot verlies van botmassa optreden. Na het voltooien van een behandeling van zes maanden herstelt de botmassa.
- Als u abnormale vaginale bloedingen heeft, dient de oorzaak hiervan te worden vastgesteld voordat u start met het gebruik van Lucrin Depot.
Bij kinderen:
- Voor de behandeling met Lucrin Depot, moet worden uitgesloten dat de vroegtijdige puberteit het gevolg is van een vergroting van of tumor in de bijnieren of geslachtsklieren. Ook moet worden uitgesloten dat de vroegtijdige puberteit onafhankelijk is van geslachtsklierbeïnvloedende hormonen (gonadotrofinen).
-
Als dit medicijn wordt gebruikt als behandeling voor kinderen die te vroeg in de puberteit komen (pubertas praecox) kan de dichtheid van de botten daardoor minder worden. Na het stoppen van de behandeling kan de dichtheid van de botten in de late puberteit weer terugkeren naar een normaal niveau.
Het effect van behandeling met Lucrin Depot op de botdichtheid op volwassen leeftijd en de langetermijn veiligheid lijkt niet door de behandeling beïnvloed te worden. - Bij een steriel abces op de injectieplaats dient vanwege verminderde absorptie de hormonale parameters om de 2 weken gemonitord te worden.
- Behandeling van progressieve hersentumoren moet vooraf worden gegaan door een zorgvuldige individuele beoordeling van risico's en voordelen.
- Tijdens de eerste/tweede behandelmaand kunnen bij meisjes vaginale bloeding, spotting en afscheiding optreden als teken van hormoononttrekking. Vaginale bloeding na de eerste/tweede behandelmaand moet worden onderzocht.
- Wanneer u zich onvoldoende houdt aan het doseringsschema of indien een onjuiste dosering wordt toegediend kan dit leiden tot een ontoereikende controle van het puberale proces. Hierdoor zullen tekenen van pubertijd, zoals menstruatie, borstontwikkeling of testiculaire groei terugkeren. Wat hiervan de gevolgen op lange termijn zijn is niet bekend; mogelijk wordt de uiteindelijke lichaamslengte hierdoor verder beperkt.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? Gebruikt u naast Lucrin nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.
Lucrin kan voor interactie zorgen met geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van hartritmeproblemen (bv. quinidine, procainamide, amiodaron en sotalol) of kan het risico op hartritmeproblemen verhogen wanneer gebruikt in combinatie met andere geneesmiddelen (bv. methadon (gebruikt voor pijnverlichting en bij de afkickbehandeling voor drugsverslaving), moxifloxacine (een antibioticum), antipsychotica gebruikt voor ernstige mentale aandoeningen).
Bij kinderen kan er een interactie met groeihormonen optreden. Dit heeft een effect op de groei van de eierstokken. Bij een eventuele gelijktijdige behandeling met groeihormoon moet zorgvuldige controle plaatsvinden. Geslachtshormonen gaan de werking van leuproreline tegen.Deze middelen dienen dus niet gelijktijdig
te worden voorgeschreven.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van leuproreline bij zwangere vrouwen. Om deze reden moet zwangerschap worden uitgesloten voordat de behandeling met Lucrin begint.
Het is niet bekend of leuproreline overgaat in de moedermelk. Om deze reden moet het geven van borstvoeding worden gestopt vóór aanvang van de behandelingen en mag er geen borstvoeding worden gegeven tijdens de behandelingen met Lucrin Depot.
Het gebruik van Lucrin kan de vruchtbaarheid van vrouwen en mannen nadelig beïnvloeden. Bij vrouwen is dit effect reversibel na het stoppen van de behandeling van 6 maanden. Er zijn geen gegevens met betrekking tot de mannelijke vruchtbaarheid na behandeling met leuproreline-acetaat.
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u geneesmiddelen gebruikt.
Rijvaardigheiden het gebruik van machines Er zijn geen aanwijzingen dat dit product een nadelig effect heeft op de rijvaardigheid of de bekwaamheid om machines te gebruiken.
Hoe wordt Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg gebruikt?
Dit middel mag alleen worden toegediend door uw arts of een verpleegkundige, die ook zal zorgen voor het gebruiksklaar maken van het product.
Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
De aanbevolen dosering Lucrin Depot is één injectie per maand. De injectie moet onder de huid (subcutaan) of in een spier (intramusculair) worden gegeven. Lucrin Depot mag bij vrouwen die behandeld worden voor endometriose (baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt) of leiomyomata uteri (vleesbomen), maximaal 6 maanden gebruikt worden.
Gebruik bij kinderen Voor de behandeling van pubertas praecox dient de dosering individueel aangepast te worden. De dosering is afhankelijk van het lichaamsgewicht en de werkzaamheid van Lucrin Depot.
De behandeling moet plaatsvinden onder specialistische begeleiding van de kinderendocrinoloog.
Kinderen met een lichaamsgewicht ≥ 20 kg
Een suspensie van 44,1 mg microcapsules met gereguleerde afgifte (3,75 mg leuproreline-acetaat) in 1 ml oplossing wordt eenmaal per maand toegediend als enkele injectie onder de huid.
Kinderen met een lichaamsgewicht < 20 kg
In sommige gevallen geldt het volgende:
Tenzij anders voorgeschreven, wordt 0,5 ml Lucrin PDS Depot 1 maand (1,88 mg leuproreline-acetaat) eenmaal per maand toegediend als enkele injectie onder de huid in bijv. de buik, zitvlak of dijbeen. Alleen de benodigde hoeveelheid zoals bepaald door uw arts zal worden toegediend.
De gewichtstoename van het kind moet worden gemonitord.
Uw arts zal toezien hoe u reageert op de behandeling en zal mogelijk de dosering aanpassen. In overleg met de ouders/voogd zal de arts de duur van de behandeling bepalen.
Uw arts zal de botleeftijd van uw kind regelmatig controleren om te bepalen of het noodzakelijk is om door te gaan met de behandeling.
Bij meisjes moet zwangerschap worden uitgesloten voordat de behandeling begint. Het optreden van zwangerschap tijdens de behandeling kan in het algemeen niet worden uitgesloten. Neem in dergelijke gevallen contact op met uw arts.
Zorg ervoor dat de behandeling met dezelfde tussenpozen wordt gegeven zoals de arts heeft bepaald. Als u Lucrin PDS Depot 1 maand ontvangt, dient dit zo nauwkeurig mogelijk in regelmatig maandelijkse perioden te worden toegediend. Indien bij uitzondering de injectiedatum een paar dagen opschuift (30 ±2 dagen) beïnvloedt dit de resultaten van de behandeling niet.
Wijze van toediening
- Gebruik een injectiespuit met een 22 G naald en neem 1 ml van het oplosmiddel op in de injectiespuit (de in de ampul achterblijvende hoeveelheid oplosmiddel moet worden weggegooid).
- Injecteer het oplosmiddel in de flacon met poeder voor suspensie voorinjectie.
- Schud de flacon voorzichtig om de deeltjes goed te mengen met het oplosmiddel. De suspensie zal er melkachtig uitzien.
- Neem alle suspensie op in de injectiespuit.
- Wanneer er deeltjes blijven kleven aan de stopper, tik dan met uw vinger tegen de injectiespuit.
- Verwijder het beschermkapje rond de naald en beweeg de zuiger om lucht uit de injectiespuit te verdrijven.
- Injecteer de gehele inhoud van de injectiespuit intramusculair (in de spier) of subcutaan (onder de huid). Verander regelmatig van injectieplaats.
Heeft u te veel van dit middelgebruikt? Er is geen ervaring met overdosering van Lucrin Depot.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken? Wanneer u vergeten bent om een dosis Lucrin Depot toe te dienen, dan kunt u dit alsnog in de loop van dezelfde dag doen.
Als u stopt met het gebruik van dit middel Wanneer plotseling met Lucrin Depot gestopt wordt, zullen de klachten weer toenemen.
Stop niet eigenhandig met de behandeling. Heeft u problemen die tot stoppen van de therapie zouden kunnen leiden, neem dan contact op met uw behandelend arts.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg?
Zoals elk geneesmiddel kan Lucrin Depot bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. Leuproreline kan bij gebruik van 6 tot 12 maanden leiden tot botontkalking (osteoporose).
Bij mannen die nog niet eerder met hormonen behandeld zijn, treedt gewoonlijk tijdens de eerste 7 dagen van de behandeling een verhoging op van de bloedspiegels van het mannelijk geslachtshormoon (testosteron). Ook de klachten en symptomen van prostaatkanker (meestal botpijn) kunnen hierdoor toenemen. In enkele gevallen is blokkering van de urineweg met een achteruitgang van de nierfunctie en samendrukking van het zenuwstelsel (neurologische compressie) met zwakte en kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesieën) van de benen waargenomen.
Normaal gesproken zijn de beschreven veranderingen tijdelijk en nemen ze na 1 à 2 weken af.
Bij vrouwen kan gedurende de eerste weken van de behandeling een toename van de klachten en symptomen optreden als gevolg van een tijdelijke stijging van de bloedspiegels van estradiol (vrouwelijk geslachtshormoon).
Bij kinderen kan in de eerste fase van de therapie een kortdurende stijging van de geslachtshormoonconcentratie optreden. Deze wordt gevolgd door een afname naar prepuberale waarden. Daardoor kunnen bijwerkingen met name aan het begin van de behandeling optreden. Na stoppen van de GnRH-behandeling bij meisjes kan het pijpbeen van het dijbeen (femorale epifyse) verschoven zijn.
Bijwerkingen kunnen voorkomen met de volgende frequenties:
- zeervaak (komt voor bij meer dan 1 van de 10 patiënten);
- vaak (komt voor bij meer dan 1 van de 100, maar bij minder dan 1 van de 10patiënten);
- soms (komt voor bij meer dan 1 van de 1.000, maar bij minder dan 1 van de 100 patiënten);
- zelden (komt voor bij meer dan 1 van de 10.000, maar bij minder dan 1.000 patiënten);
- zeerzelden (komt voor bij minder dan 1 van de 10.000patiënten);
- niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:
niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
Roep onmiddellijk medische hulp in als u last krijgt van een van de volgende verschijnselen:
- Indien u roodachtige niet-verhoogde, schietschijfachtige of ronde plekken op het bovenlichaam krijgt, vaak met blaren in het midden, vervelling van de huid, zweren in/op de mond, keel, neus, geslachtsdelen en ogen. Deze ernstige huiduitslag kan worden voorafgegaan door koorts en griepachtige verschijnselen(Stevens-Johnson-syndroom / toxische epidermale necrolyse).
- Rode huid en jeukende uitslag (toxische huideruptie).
- Een huidreactie waardoor u rode bultjes of vlekken op de huid krijgt, die eruit kunnen zien als schietschijven, met een donkerrood centrum en daaromheen ringen die wat lichter rood zijn (erythema multiforme).
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie | ||
| bij mannen | bij vrouwen | bij kinderen | ||
| Infecties en parasitaire | besmetting met | niet bekend | soms | soms |
| aandoeningen | bacteriën of virussen | |||
| (infectie) | ||||
| ontsteking van het | soms | soms | soms | |
| neusslijmvlies, | ||||
| gekenmerktdoor een | ||||
| verstopte | ||||
| neus, niezen en snot | ||||
| (rhinitis) | ||||
| vaginale besmetting | zeer vaak | vaak | ||
| met bacteriën of | ||||
| virussen (vaginale | ||||
| infectie) | ||||
| ontsteking van de | vaak | |||
| luchtwegen | ||||
| gekenmerkt door | ||||
| hoesten en het | ||||
| opgeven van slijm | ||||
| (bronchitis) | ||||
| urineweginfectie | vaak | vaak | niet bekend | |
| metpus gevulde | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| zwelling (abces) | ||||
| geïnfecteerde cysten | soms | |||
| besmetting met virus | soms | |||
| (virale infectie) | ||||
| candidiasis (bepaalde | soms | vaak | ||
| schimmelinfectie) | (vulvovaginaal) | |||
| aanwezigheid en | soms | |||
| vermeerdering van | ||||
| ziektekiemen in het | ||||
| bloed (sepsis) | ||||
| griep veroorzaakt door | vaak | soms | ||
| het influenzavirus | ||||
| (influenza) | ||||
| keelholteontsteking | niet bekend | vaak | soms | |
| (faryngitis) | ||||
| longontsteking | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (pneumonie) | ||||
| ontsteking van de | soms | |||
| neusbijholten met o.a. |
| verstopte neus of | ||||
| loopneus (sinusitis) | ||||
| bovenste | soms | |||
| luchtweginfectie | ||||
| huidschimmelinfectie | soms | |||
| ontsteking van de nier | soms | |||
| en het nierbekken | ||||
| gepaard gaande meteen | ||||
| troebele stinkende | ||||
| urine, koorts, pijn in de | ||||
| rug of flanken | ||||
| (pyelonefritis) | ||||
| steenpuist | soms | |||
| neus-keelholte ontsteking | vaak | |||
| (nasofaryngitis) | ||||
| Goedaardige of | goedaardig of | soms | soms | soms(cervix |
| kwaadaardige | kwaadaardiggezwel | neoplasma) | ||
| gezwellen | (neoplasma) | |||
| goedaardig huidgezwel | soms | |||
| dat lijkt op een | ||||
| kwaadaardighuidgezwel | ||||
| door plaatselijke | ||||
| ophoping in de huid van | ||||
| goedaardige witte | ||||
| bloedcellen | ||||
| (pseudolymfoom) | ||||
| huidkanker | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (huidcarcinoom) | ||||
| goedaardig of | soms | |||
| kwaadaardiggezwel | ||||
| op de borst (borst | ||||
| neoplasma) | ||||
| Bloed- en | bloedafwijking die zich | soms | ||
| lymfestelselaan- | uit in verhoogde | |||
| doeningen | gevoeligheid voor infecties | |||
| (leukopenie) | ||||
| bloedarmoede | vaak | niet bekend | ||
| afwijking van de | soms | |||
| lymfeklier | ||||
| (lymfadenopathie) | ||||
| toename van witte | soms | |||
| bloedlichaampjes | ||||
| (eosinofilie) | ||||
| bloedarmoededoor | vaak | |||
| ijzergebrek | ||||
| afwijking in de | soms | |||
| bloedstolling | ||||
| (coagulopathie) | ||||
| Aandoeningeninhet | overgevoeligheid | soms | soms | |
| afweersysteem | ||||
| ernstige, | niet bekend | niet bekend | zeer zelden | |
| levensbedreigende | ||||
| allergischereactie op | ||||
| bepaalde stoffen | ||||
| (anafylactische | ||||
| reactie) | ||||
| algemene allergische | zeer zelden | |||
| reactie (koorts, uitslag, | ||||
| zoals jeuk) | ||||
| Hormoonaandoeningen | Goiter -vergroting | niet bekend | niet bekend | soms |
| van de schildklier | ||||
| hersenbloeding in een | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| bepaald deel van de | ||||
| hersenen(hypofysaire | ||||
| apoplexie) | ||||
| ontstekingvan de | vaak | |||
| schildklier | ||||
| (thyroiditis) | ||||
| voortijdige puberteit | soms | |||
| Voedings- en | gebrek aan eetlust | vaak | soms | |
| stofwisselingsstoornissen | (anorexie) | |||
| stofwisselingsziekte | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| waarbij de regeling van | ||||
| het bloedsuikergehalte | ||||
| verstoord is (diabetes | ||||
| mellitus) | ||||
| toegenomen eetlust | vaak | zeer vaak | soms | |
| verhoogd | soms | |||
| suikergehalte in het | ||||
| bloed(hyperglykemie) | ||||
| verlaagd suikergehalte in | soms | niet bekend | niet bekend | |
| het bloed, met als | ||||
| verschijnselen | ||||
| hongergevoel, zweten, | ||||
| duizeligheid en/of | ||||
| hartkloppingen | ||||
| (hypoglykemie) | ||||
| uitdroging | soms | niet bekend | niet bekend | |
| verhoogdeconcentraties | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| van bepaalde vetten | ||||
| (cholesterol, LDL- | ||||
| cholesterol, triglyceriden) | ||||
| in het bloed | ||||
| (hyperlipidemie) | ||||
| verhoogd | vaak | |||
| cholesterolgehalteinhet | ||||
| bloed | ||||
| (hypercholesterolemie) | ||||
| verhoogde | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| concentratiesfosfaat | ||||
| in het bloed | ||||
| (hyperfosfatemie) | ||||
| verlaagde | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| concentraties eiwitten in | ||||
| het bloed | ||||
| (hypoproteïnemie) | ||||
| abnormale | zeer vaak | zeer vaak | vaak | ||
| gewichtstoename | |||||
| abnormaal | vaak | zeer vaak | |||
| gewichtsverlies | |||||
| verminderde eetlust | vaak | ||||
| vertraagde groei | vaak | ||||
| Psychische stoornissen | stemmings- | ||||
| wisselingen | |||||
| -lange termijn | vaak | vaakzeer | vaak | ||
| -korte termijn | soms | vaak | soms | ||
| nervositeit | niet bekend | zeer vaak | soms | ||
| minder zin in seks | zeer vaak | zeer vaak | |||
| (verminderd libido) | |||||
| meer zin in seks | niet bekend | niet bekend | niet bekend | ||
| (toename van het | |||||
| libido) | |||||
| slapeloosheid | vaak | zeer vaak | niet bekend | ||
| slaapstoornis | soms | vaak | niet bekend | ||
| neerslachtigheid | |||||
| (depressie) | |||||
| -lange termijn | vaak | vaakzeer | vaak | ||
| -korte termijn | vaak | vaak | soms | ||
| angst | vaak | vaak | niet bekend | ||
| stoornissen in het | niet bekend | soms | niet bekend | ||
| denken waarbij star | |||||
| aan een idee wordt | |||||
| vastgehouden | |||||
| (waanideeën) | |||||
| verwarring | vaak | ||||
| zelfmoordgedachte | niet bekend | niet bekend | |||
| zelfmoordpoging | niet bekend | niet bekend | |||
| emotionele labiliteit | zeer vaak | vaak | |||
| persoonlijkheids- | soms | ||||
| stoornis | |||||
| ernstige depressie | vaak | ||||
| abnormale gedachten | vaak | ||||
| extreem gevoelvan | soms | ||||
| vreugde | |||||
| vijandigheid | vaak | ||||
| gebrek aan emotie, | soms | ||||
| motivatie, | |||||
| enthousiasme | |||||
| (apathie) | |||||
| opwinding,onrust | vaak | ||||
| (agitatie) | |||||
| schreeuwen | soms | ||||
| Zenuwstelsel- | duizeligheid | vaak | zeer vaak | niet bekend | |
| aandoeningen | |||||
| hoofdpijn | vaak | zeer vaak | vaak | ||
| waarneming van | vaak | vaak | niet bekend | ||
| kriebelingen, jeuk of | |||||
| tintelingen zonder dat | |||||
| daar aanleiding voor | |||||
| is (paresthesie) | |||||
| slaapzucht (lethargie) | vaak | niet bekend | niet bekend | |
| slaperigheid | vaak | vaak | soms | |
| geheugenstoornis | vaak | vaak | niet bekend | |
| geheugenverlies | vaak | |||
| amnesie | vaak | |||
| smaakstoornissen | vaak | soms | niet bekend | |
| verminderd gevoel bij | vaak | vaak | niet bekend | |
| aanraking (hypoesthesie) | ||||
| plotseling | niet bekend | vaak | soms | |
| bewustzijnsverlies, | ||||
| flauwvallen(syncope) | ||||
| migraine | zeer vaak | |||
| verhoogde | vaak | |||
| spierspanning | ||||
| (hypertonie) | ||||
| coördinatieproblemen | soms | |||
| (ataxie) | ||||
| beven (tremor) | soms | vaak | ||
| enkelvoudige | soms | |||
| gedeeltelijke | ||||
| epileptische aanval | ||||
| (enkelvoudige partiële | ||||
| toevallen) | ||||
| overdreven bewegingen | vaak | soms | ||
| (hyperkinese) | ||||
| aandoening aan de | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| zenuwen in armenen | ||||
| benen (perifere | ||||
| neuropathie) | ||||
| beroerte (cerebraal | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| vasculaire toeval) | ||||
| bewustzijnsverlies | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| tijdelijke verstoring van | niet bekend | niet bekend | ||
| de bloedvoorziening | ||||
| naar de hersenen, | ||||
| met weinig of geen | ||||
| restverschijnselen | ||||
| (transient ischemic | ||||
| attack, TIA) | ||||
| verlamming (paralyse) | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| spierziekten | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (neuromyopathie) | ||||
| idiopathische | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| intracraniële hypertensie | ||||
| (verhoogde druk op de | ||||
| hersenen, waarbij u last | ||||
| kunt hebben van | ||||
| hoofdpijn, dubbel zien | ||||
| en andere | ||||
| zichtklachten, en | ||||
| oorsuizen of een | ||||
| zoemgeluid in één of | ||||
| beide oren) | ||||
| toevallen/stuipen | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (convulsie) | ||||
| positieduizeligheid | vaak | |||
| (posturale | ||||
| duizeligheid) | ||||
| abnormale coördinatie | vaak | |||
| lokale | vaak | |||
| toevallen/stuipen | ||||
| (convulsies) | ||||
| Oogaandoeningen | troebel zien | vaak | vaak | niet bekend |
| oogaandoeningen | niet bekend | soms | niet bekend | |
| stoornissen in hetzien | niet bekend | vaak | niet bekend | |
| (visusstoornissen) | ||||
| lui oog (amblyopie) | soms | vaak | niet bekend | |
| droge ogen | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| pijn aan de ogen | soms | |||
| ontstekingvan het | vaak | |||
| slijmvlies van de | ||||
| ogen; jeukende, | ||||
| tranende of | ||||
| rode ogen | ||||
| (conjunctivitis) | ||||
| Evenwichtsorgaan- en | oorpijn | soms | soms | |
| ooraandoeningen | ||||
| draaiduizeligheid | soms | vaak | ||
| oorsuizingen (tinnitus) | soms | vaak | niet bekend | |
| gehoorstoornis | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| doofheid | vaak | |||
| bewegingsziekte | vaak | |||
| zwelling van het oor | vaak | |||
| Hartaandoeningen | onvoldoende | vaak | niet bekend | |
| pompkracht van het | ||||
| hart met congestie | ||||
| (congestiefhartfalen) | ||||
| stoornissen in het | vaak | niet bekend | niet bekend | |
| hartritme(aritmieën) | ||||
| hartinfarct (myocardinfarct) | vaak | niet bekend | ||
| beklemmend, pijnlijk | vaak | niet bekend | ||
| gevoel op deborst | ||||
| (angina pectoris) | ||||
| voortijdig | soms | |||
| samentrekken van de | ||||
| hartkamer | ||||
| (ventriculaire | ||||
| extrasystolen) | ||||
| versneldehartslag | niet bekend | vaak | niet bekend | |
| (tachycardie) | ||||
| onvoldoende | soms | |||
| pompkracht van het | ||||
| hart (hartfalen) | ||||
| Vertraagde hartslag | soms | niet bekend | soms | |
| (bradycardie) | ||||
| plotselinge hartdood | niet bekend | |||
| bepaalde stoornis in de | soms | |||
| geleiding van het hart, | ||||
| leidend tot | ||||
| ritmestoornissen | ||||
| (atrioventriculair blok) | ||||
| hartklopping | vaak | |||
| (palpitatie) | ||||
| Bloedvataandoeningen | opvliegers | zeer vaak | zeer vaak | niet bekend |
| verwijding van de | zeer vaak | zeer vaak | vaak | |
| bloedvaten | ||||
| (vasodilatatie) | ||||
| ziekte van bloed- of | soms | |||
| lymfevaten | ||||
| (angiopathie) | ||||
| ophopingvan | vaak | niet bekend | niet bekend | |
| lymfevocht | ||||
| (lymfoedeem) | ||||
| Verhoogde bloeddruk | vaak | vaak | soms | |
| (hypertensie) | ||||
| aderontsteking doordat | vaak | |||
| een bloedstolsel de ader | ||||
| afsluit, vaak te voelenals | ||||
| een pijnlijke, enigszins | ||||
| harde streng met | ||||
| daarboven | ||||
| een rode huid | ||||
| (tromboflebitis) | ||||
| aderontsteking | niet bekend | niet bekend | ||
| (flebitis) | ||||
| bloedstolselvormingin | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| een bloedvat | ||||
| (trombose) | ||||
| verwijding van het | soms | |||
| bloedvat ofhethart | ||||
| (aneurysma) | ||||
| instortingvan de | soms | |||
| bloedsomloop | ||||
| (circulatoire collaps) | ||||
| overmatig blozen | zeer vaak | |||
| bloeduitstorting in | soms | |||
| weefsel(hematoom) | ||||
| verlaagdebloeddruk | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (hypotensie) | ||||
| spataderen | niet bekend | niet bekend | ||
| slechte doorbloeding in | soms | |||
| armen en benen | ||||
| (slechte perifere | ||||
| circulatie) | ||||
| vaatlijdeninarmen en | soms | |||
| benen (perifeer | ||||
| vaatlijden) | ||||
| Ademhalingsstelsel-, | bijgeluiden bij in-en | vaak | niet bekend | |
| borstkas- en | uitademen | |||
| mediastinumaandoeningen | (pleurawrijven) | |||
| longen kunnen niet | vaak | niet bekend | ||
| meer voldoende | ||||
| zuurstof opnemen en | ||||
| koolstofdioxide | ||||
| uitscheiden | ||||
| (longfibrose) | ||||
| bloedneus | soms | vaak | soms | |
| kortademigheid | vaak | vaak | niet bekend | |
| (dyspneu) | ||||
| ophoesten van bloed | soms | niet bekend | ||
| of door bloed gekleurd | ||||
| sputum (hemoptysis) | ||||
| longaandoening als | soms | |||
| gevolgvanverlies van | ||||
| elasticiteit van het | ||||
| longweefsel, met als | ||||
| klacht ernstige | ||||
| kortademigheid | ||||
| (emfyseem) | ||||
| stoornis in de | soms | |||
| stemvorming (dysfonie) | ||||
| hoest | soms | vaak | niet bekend | |
| aanvalsgewijs | vaak | soms | ||
| optredende | ||||
| benauwdheid door | ||||
| kramp van de spieren | ||||
| van de luchtwegenen | ||||
| zwelling van het | ||||
| slijmvlies van de | ||||
| luchtwegen (astma) | ||||
| chronischelongziekte | soms | |||
| met aanhoudende | ||||
| blokkade van de | ||||
| longen | ||||
| (COPD) | ||||
| abnormaleophoping | niet bekend | niet bekend | ||
| van vocht tussen de | ||||
| longvliezen(pleurale | ||||
| effusie) | ||||
| longinfiltratie | niet bekend | niet bekend | ||
| ademhalingsstoornis | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| verstopte(bij)holten | niet bekend | niet bekend | niet bekend | |
| (sinuscongestie) | ||||
| acute vochtophopingin | vaak | |||
| de longen (acuut | ||||
| pulmonair oedeem) | ||||
| afsluiting van een | niet bekend | niet bekend | ||
| longslagader | ||||
| (longembolie) | ||||
| longaandoenin | niet bekend | niet bekend | ||
| g waarbij het | ||||
| longweefsel | ||||
| door | ||||
| bindweefselvorm | ||||
| ing aangetast | ||||
| wordt | ||||
| (interstitiële | ||||
| longziekte) | ||||
| verhoogde | vaak | |||
| speekselvloed | ||||
| spastische kramp van | soms | |||
| de keelspieren | ||||
| (laryngospasme) | ||||
| pijn aan mond en keel | vaak | |||
| (orofaryngeale pijn) | ||||
Maagdarmstelselaandoeningen
| verstopping | vaak | vaak | soms |
| (obstipatie) | |||
| misselijkheid | vaak | zeer vaak | vaak |
| kokhalzen | vaak | ||
| braken | vaak | vaak | vaak |
| maagwandontsteking | soms | vaak | |
| (gastritis) | |||
| maagdarmbloedingen | vaak | niet bekend | niet bekend |
| opgezette buik | vaak | vaak | niet bekend |
| diarree | vaak | vaak | niet bekend |
| slikstoornis (dysfagie) | niet bekend | niet bekend | soms |
| gestoorde spijsvertering | vaak | soms | |
| met vol gevoel of pijn in | |||
| de maagstreek, boeren, | |||
| misselijkheid, braken en | |||
| zuurbranden | |||
| (dyspepsie) | |||
| bloedend tandvlees | soms | ||
| droge mond | niet bekend | vaak | niet bekend |
| buikpijn | vaak(hoogen | vaak | |
| laag) | |||
| zweren aan de | niet bekend | niet bekend | |
| twaalf |
Hoe bewaart u Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Bewaren beneden 25 °C. Niet invriezen.
Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na “EXP.:” Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Spoel medicijnen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die niet meer nodig zijn. Als u medicijnen op de juiste manier afvoert worden ze op een juiste manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg
Welke stoffen zitten er in dit middel?
- De werkzame stof in dit middel is leuproreline-acetaat.
- De andere stoffen in het poeder voor suspensie voor injectie zijn: gelatine, copolymeer van melkzuur en glycolzuur, mannitol (E421).
- De andere stoffen in het oplosmiddel voor suspensie voor injectie zijn: natriumcarboxymethylcellulose (E466), mannitol (E421), polysorbaat 80 (E433) en water voor injectie.
Hoe ziet Lucrin Depot eruit en hoeveel zit er in een verpakking? Een verpakking bevat 1 flacon met 3,75 mg leuproreline-acetaat en 1 ampul met 2 ml oplosmiddel voor bereiding van de suspensie.
Houdervan de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant Registratiehouder/ompakker
BModesto B.V.
Minervaweg 2
8239 DL Lelystad
Fabrikant
AbbVie Logistics B.V.
Zuiderzeelaan 53
8017 JV Zwolle
Nederland
Abbott Laboratories S.A. Avda de Burgos 91 28050 Madrid
Spanje
In het register ingeschreven onder: RVG 123371//14351 – Lucrin Depot, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 3,75 mg. Land van herkomst: Spanje.
Het product uit deze bijsluiter wordt in het land van herkomst op de markt gebracht onder de naam: Ginecrin depot 3,75 mg.
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in maart 2026 . Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen http://www.cbg-meb.nl.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


