Inhoud
In het kort
Wat is Ultomiris en waarvoor wordt dit middel gebruikt? Wat is Ultomiris? Ultomiris is een geneesmiddel dat de werkzame stof ravulizumab bevat en het behoort tot een klasse geneesmiddelen genaamd monoklonale antilichamen, die zich binden aan een specifiek doelwit in het lichaam.
- Werkzame stof(fen)
- Ravulizumab, Risankizumab
- Vergunninghouder
- Alexion Europe SAS
- ATC-code
- L04AA43
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Wat is Ultomiris en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wat is Ultomiris?
Ultomiris is een geneesmiddel dat de werkzame stof ravulizumab bevat en het behoort tot een klasse geneesmiddelen genaamd monoklonale antilichamen, die zich binden aan een specifiek doelwit in het lichaam. Ravulizumab is ontworpen om zich te binden aan complementeiwit C5; dat is een onderdeel van het afweersysteem van het lichaam dat wordt aangeduid als het ‘complementsysteem’.
Waarvoor wordt Ultomiris gebruikt?
Ultomiris wordt gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen met een gewicht van 10 kg en meer die een ziekte hebben met de naam paroxismale nachtelijke hemoglobinurie (PNH), onder wie patiënten die nog niet behandeld zijn met een complementremmer en patiënten die gedurende ten minste de afgelopen 6 maanden behandeld zijn met eculizumab. Bij patiënten met PNH is het complementsysteem overactief en valt het de eigen rode bloedcellen aan, wat kan leiden tot bloedarmoede (ook wel 'anemie' genoemd; een laag aantal bloedcellen), vermoeidheid, moeite met functioneren, pijn, buikpijn, donkere urine, kortademigheid, moeite met slikken, erectiestoornissen en bloedstolsels. Doordat het bindt aan het complementeiwit C5 en de werking daarvan blokkeert, kan dit geneesmiddel ervoor zorgen dat complementeiwitten geen rode bloedcellen meer aanvallen en zo de verschijnselen van de ziekte onder controle houden.
Ultomiris wordt ook gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen met een gewicht van 10 kg of meer die een ziekte hebben met de naam atypisch hemolytisch-uremisch syndroom (aHUS) die het bloedstelsel en de nieren aantast, onder wie patiënten die nog niet behandeld zijn met een complementremmer en patiënten die gedurende ten minste de afgelopen 3 maanden behandeld zijn met eculizumab. Bij patiënten met aHUS kunnen de nieren en bloedvaten, en ook de bloedplaatjes, ontstoken zijn. Dat kan leiden tot een laag aantal bloedcellen (trombocytopenie en bloedarmoede), een verminderde of helemaal geen nierfunctie, bloedstolsels, vermoeidheid en moeilijkheden bij het functioneren. Ultomiris kan de ontstekingsreactie van het lichaam blokkeren en daarmee ook het vermogen van het lichaam om de eigen kwetsbare bloedvaten aan te vallen en te vernietigen. Het kan zo verschijnselen van de ziekte, waaronder schade aan de nieren, onder controle houden.
Ultomiris wordt ook gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten met een bepaald type ziekte dat de spieren aantast met de naam gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG). Bij patiënten met gMG kunnen hun spieren worden aangevallen en beschadigd door het afweersysteem van het lichaam. Dit kan leiden tot erge spierzwakte, verminderd gezichtsvermogen en verminderde beweeglijkheid, kortademigheid, erge vermoeidheid, risico op zich verslikken en sterk verstoorde activiteiten van het dagelijkse leven. Ultomiris kan de ontstekingsreactie van het lichaam en ook het vermogen om de eigen spieren aan te vallen en te vernietigen, blokkeren. Dit leidt tot verbetering van de samentrekkingen van de spieren. Daardoor verminderen de verschijnselen van de ziekte en heeft de ziekte minder invloed op de activiteiten van het dagelijkse leven. Ultomiris is specifiek bedoeld voor patiënten die verschijnselen van de ziekte blijven hebben, ondanks behandeling met andere therapieën.
Ultomiris wordt ook gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten met een ziekte van het centraal zenuwstelsel die voornamelijk de oogzenuwen en het ruggenmerg aantast, met de naam neuromyelitis optica-spectrumstoornis (NMOSD). Bij patiënten met NMOSD worden de oogzenuwen en het ruggenmerg aangevallen en beschadigd door het afweersysteem dat niet goed werkt. Dit kan leiden tot blindheid in één of beide ogen, zwakte of het niet kunnen bewegen van de armen of benen, pijnlijke spasmen, verlies van gevoel, problemen met de werking van de blaas en de darmen en aanzienlijke moeite met de activiteiten van het dagelijks leven. Ultomiris kan de abnormale afweerreactie van het lichaam, en ook het vermogen om de eigen oogzenuwen en het ruggenmerg aan te vallen en te vernietigen, blokkeren. Daardoor wordt de kans dat NMOSD terugkomt of de kans op een nieuwe aanval van NMOSD kleiner.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
- U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
- U bent niet gevaccineerd tegen meningokokkeninfectie.
- U heeft een meningokokkeninfectie.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt.
Verschijnselen van meningokokkeninfectie en andere infecties met Neisseria
Doordat het geneesmiddel de werking blokkeert van het complementsysteem, dat deel uitmaakt van het afweersysteem van het lichaam tegen infecties, heeft u bij gebruik van Ultomiris een grotere kans op een meningokokkeninfectie veroorzaakt door Neisseria meningitidis. Dit zijn ernstige infecties van de hersenvliezen die ontsteking van de hersenen kunnen veroorzaken (encefalitis) en die zich kunnen verspreiden door het bloed en het lichaam (bloedvergiftiging: sepsis).
Raadpleeg uw arts vóór aanvang van de behandeling met Ultomiris om ervoor te zorgen dat u ten minste 2 weken vóór u de behandeling start, wordt gevaccineerd tegen Neisseria meningitidis. Als u niet 2 weken van tevoren kunt worden gevaccineerd, schrijft uw arts antibiotica voor om het risico van infectie tot 2 weken na vaccinatie te beperken. Verzeker u ervan dat uw laatste meningokokkenvaccinatie nog geldig is. U moet zich er ook van bewust zijn dat vaccinatie dit type infectie mogelijk niet altijd kan voorkomen. Het is mogelijk dat uw arts van oordeel is dat u, in overeenstemming met de nationale aanbevelingen, bijkomende maatregelen dient te nemen om een infectie te vermijden.
Verschijnselen van een meningokokkeninfectie
Omdat het belangrijk is dat een meningokokkeninfectie bij patiënten die Ultomiris krijgen toegediend snel wordt vastgesteld en behandeld, ontvangt u een zogenaamde 'patiëntenkaart' die u altijd bij u moet dragen, waarop specifieke tekenen en verschijnselen van een meningokokkeninfectie/-sepsis/- encefalitis vermeld staan.
Als u één of meer van de volgende verschijnselen krijgt, laat dat dan meteen weten aan uw arts:
- hoofdpijn met misselijkheid of braken
- hoofdpijn en koorts
- hoofdpijn met een stijve nek of stijve rug
- koorts
- koorts en huiduitslag
- verwardheid
- spierpijn met griepachtige verschijnselen
- gevoeligheid van de ogen voor licht
Behandeling van een meningokokkeninfectie als u op reis bent
Als u op reis gaat naar een gebied waar u geen contact op kunt nemen met uw arts of als u tijdelijk geen medische behandeling kunt ontvangen, kan uw arts u een voorschrift/recept geven voor een antibioticum tegen Neisseria meningitidis, dat u mee kunt nemen. Als er zich bij u één of meerdere van de bovenstaande verschijnselen voordoen, moet u de antibioticumkuur zoals voorgeschreven innemen. Denk eraan om zo snel mogelijk alsnog een arts te raadplegen, zelfs als u zich beter voelt nadat u de antibiotica heeft ingenomen.
Infecties
Als u infecties heeft, informeer dan uw arts voordat u begint met Ultomiris.
Reacties die verband houden met het infuus
Wanneer Ultomiris wordt toegediend, kan u reacties op het infuus ervaren (infusiereactie), zoals hoofdpijn, lage rugpijn en infusiegerelateerde pijn. Sommige patiënten kunnen een allergische reactie of overgevoeligheidsreactie ervaren (waaronder anafylaxie, een ernstige allergische reactie die moeite met ademen of duizeligheid veroorzaakt).
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Patiënten jonger dan 18 jaar moeten gevaccineerd zijn tegen Haemophilus influenzae en pneumokokkeninfecties.
Ouderen
Voor de behandeling van patiënten van 65 jaar en ouder zijn geen speciale voorzorgen nodig, hoewel de ervaring met Ultomiris bij oudere patiënten met PNH, aHUS of NMOSD in klinische studies beperkt is.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Ultomiris nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Vrouwen die zwanger kunnen worden
Het is niet bekend welk effect dit geneesmiddel op een ongeboren kind heeft. Daarom dient effectieve anticonceptie te worden gebruikt tijdens de behandeling en gedurende 8 maanden na de behandeling, bij vrouwen die zwanger kunnen worden.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Ultomiris wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap en bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Dit geneesmiddel heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Ultomiris bevat natrium
Na verdunning met natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor injectie bevat dit middel 0,18 g natrium (een belangrijk bestanddeel van keukenzout/tafelzout) per 72 ml bij de maximale dosis. Dit komt overeen met 9,1% van de aanbevolen maximale dagelijkse hoeveelheid natrium in de voeding voor een volwassene.
Houd hier rekening mee als u een zoutarm dieet volgt.
Ultomiris bevat polysorbaat
Dit geneesmiddel bevat 1,5 mg polysorbaat 80 per injectieflacon. Dit komt overeen met 0,53 mg/kg. Polysorbaten kunnen allergische reacties veroorzaken. Heeft u bekende allergieën? Vertel dit aan uw arts.
Hoe wordt Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Ten minste 2 weken voordat u begint met de behandeling met Ultomiris, krijgt u van uw arts een vaccin tegen meningokokkeninfecties, als u dat niet al eerder heeft gehad of als uw vaccinatie is verlopen. Als u niet ten minste 2 weken voor het begin van uw behandeling met Ultomiris kunt worden gevaccineerd, schrijft uw arts u antibiotica voor om de kans op infectie te verkleinen tot 2 weken nadat u bent gevaccineerd.
Als uw kind jonger is dan 18 jaar, krijgt hij of zij van uw arts een vaccin (als hij of zij dat nog niet heeft gehad) tegen Haemophilus influenzae en pneumokokkeninfecties volgens de nationale aanbevelingen voor vaccinatie voor elke leeftijdsgroep.
Instructies voor het juiste gebruik
Uw arts berekent welke dosis Ultomiris u krijgt, afhankelijk van uw lichaamsgewicht, zoals weergegeven in tabel 1. Uw eerste dosis wordt de ‘oplaaddosis’ genoemd. Twee weken nadat u uw oplaaddosis heeft gekregen, krijgt u een onderhoudsdosis Ultomiris, en die wordt vervolgens eens per 8 weken herhaald voor patiënten van meer dan 20 kg en eens per 4 weken voor patiënten van minder dan 20 kg.
Als u eerder een ander geneesmiddel tegen PNH, aHUS, gMG of NMOSD kreeg met de naam eculizumab, moet de oplaaddosis 2 weken na het laatste infuus met eculizumab worden gegeven.
Tabel 1: Gewichtsafhankelijk doseringsschema Ultomiris
| Bereik lichaamsgewicht | Oplaaddosis (mg) | Onderhoudsdosis (mg) |
| (kg) | ||
| 10 tot minder dan 20a | ||
| 20 tot minder dan 30a | 2.100 | |
| 30 tot minder dan 40a | 1.200 | 2.700 |
| 40 tot minder dan 60 | 2.400 | 3.000 |
| 60 tot minder dan 100 | 2.700 | 3.300 |
| meer dan 100 | 3.000 | 3.600 |
a Uitsluitend voor patiënten met PNH en aHUS. Ultomiris wordt door middel van infusie (een infuus) in een bloedvat (ader) toegediend. Het infuus duurt ongeveer 45 minuten.
Heeft u te veel van dit middel gekregen?
Als u vermoedt dat u per ongeluk een hogere dosis Ultomiris heeft gekregen dan de voorgeschreven dosis, neem dan contact op met uw arts.
Bent u een afspraak voor het krijgen van Ultomiris vergeten?
Als u een afspraak bent vergeten, neem dan meteen contact op met uw arts voor advies, en lees de tekst onder de rubriek 'Als u stopt met het gebruik van dit middel' hieronder.
Als u stopt met het gebruik van dit middel bij PNH
Als u de behandeling met Ultomiris onderbreekt of beëindigt, kunnen uw PNH-verschijnselen in ernstiger mate terugkomen. Uw arts zal de mogelijke bijwerkingen met u bespreken en uitleggen wat de risico's zijn. Uw arts zal u ten minste 16 weken nauwlettend willen controleren.
De risico's bij het stoppen met Ultomiris bestaan onder andere uit een toename van de afbraak van uw rode bloedcellen, wat kan leiden tot:
- Een toename van uw gehalte lactaatdehydrogenase (LDH), een laboratoriummarker die wijst op de vernietiging van rode bloedcellen;
- Een aanzienlijke afname van uw aantal rode bloedcellen (bloedarmoede, ook wel anemie genoemd);
- Donkere urine;
- Vermoeidheid;
- Buikpijn;
- Kortademigheid;
- Moeite met slikken;
- Erectiestoornissen (impotentie);
- Verwardheid of een verandering in uw mate van alertheid;
- Pijn op de borst, of angina pectoris;
- Een toename van het creatininegehalte in uw serum (problemen met uw nieren), of
- Trombose (bloedstolsels).
Als u één of meer van deze verschijnselen heeft, neem dan contact op met uw arts.
Als u stopt met het gebruik van dit middel bij aHUS
Als u de behandeling met Ultomiris onderbreekt of beëindigt, kunnen uw aHUS-verschijnselen terugkomen. Uw arts zal de mogelijke bijwerkingen met u bespreken en uitleggen wat de risico's zijn. Uw arts zal u nauwlettend willen controleren.
De risico's bij het stoppen met Ultomiris bestaan onder andere uit verergering van schade aan de kleine bloedvaten, wat kan leiden tot:
- Een aanzienlijke afname van uw aantal bloedplaatjes (trombocytopenie);
- Een aanzienlijke toename van de vernietiging van uw rode bloedcellen;
- Een toename van uw gehalte lactaatdehydrogenase (LDH), een laboratoriummarker die wijst op de vernietiging van rode bloedcellen;
- Minder plassen (problemen met uw nieren);
- Een toename van het creatininegehalte in uw serum (problemen met uw nieren);
- Verwardheid of een verandering in uw mate van alertheid;
- Verandering in uw gezichtsvermogen;
- Pijn op de borst, of angina pectoris;
- Kortademigheid;
- Buikpijn, diarree, of;
- Trombose (bloedstolsels).
Als u één of meer van deze verschijnselen heeft, neem dan contact op met uw arts.
Als u stopt met het gebruik van dit middel bij gMG
Als u de behandeling met Ultomiris onderbreekt of beëindigt, kunnen uw gMG-verschijnselen terugkomen. Neem contact op met uw arts voordat u stopt met Ultomiris. Uw arts zal de mogelijke bijwerkingen met u bespreken en uitleggen wat de risico's zijn. Uw arts zal u ook nauwlettend willen controleren.
Als u stopt met het gebruik van dit middel bij NMOSD
Als u de behandeling met Ultomiris onderbreekt of beëindigt, kan NMOSD terugkomen (dat heet een recidief). Neem contact op met uw arts voordat u stopt met Ultomiris. Uw arts zal de mogelijke
bijwerkingen met u bespreken en uitleggen wat de risico's zijn. Uw arts zal u ook nauwlettend willen controleren.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Vóór de behandeling zal uw arts de mogelijke bijwerkingen met u bespreken en uitleggen wat de risico's en voordelen van Ultomiris zijn.
Ernstige bijwerkingen
De ernstigste bijwerking is meningokokkeninfectie, waaronder meningokokkensepsis en meningokokkenencefalitis.
Als u één of meer van de verschijnselen van een meningokokkeninfectie ervaart (zie rubriek 2: Verschijnselen van meningokokkeninfectie), moet u onmiddellijk uw arts informeren.
Andere bijwerkingen
Als u niet zeker weet wat de onderstaande bijwerkingen inhouden, vraag uw arts dan om uitleg.
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
- hoofdpijn
- duizeligheid
- diarree, misselijkheid, buikpijn
- koorts, vermoeidheid
- infectie van de bovenste luchtwegen
- verkoudheid
- rugpijn, gewrichtspijn (artralgie)
- urineweginfectie
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
- braken, last van de maag na het eten (dyspepsie)
- galbulten, huiduitslag, jeuk op de huid
- spierpijn en spierspasmen
- griepachtige ziekte, koude rillingen, zwakte (asthenie)
- infusiegerelateerde reactie
- allergische reactie (overgevoeligheid)
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):
- meningokokkeninfectie
- ernstige allergische reactie die moeite met ademen of duizeligheid veroorzaakt (anafylactische reactie)
- verspreide gonokokkeninfectie
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos na 'EXP'. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2 °C – 8 C). Niet in de vriezer bewaren.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Na verdunning met natriumchloride 9 mg/ml (0,9%), oplossing voor injectie, moet het geneesmiddel onmiddellijk worden gebruikt, of binnen 24 uur als het in de koelkast wordt bewaard of binnen 4 uur als het bij kamertemperatuur wordt bewaard.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de juiste manier afvoert, worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Ultomiris 300 mg/3 ml concentraat voor oplossing voor infusie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
- De werkzame stof in dit middel is ravulizumab. Elke injectieflacon met oplossing bevat 300 mg ravulizumab.
- De andere stoffen in dit middel zijn: natriumfosfaat dibasisch heptahydraat (E 339), natriumfosfaat monobasisch monohydraat (E 339), polysorbaat 80 (E 433), arginine, sucrose, water voor injectie.
Dit geneesmiddel bevat natrium en polysorbaat 80 (zie rubriek 2 'Ultomiris bevat natrium' en 'Ultomiris bevat polysorbaat').
Hoe ziet Ultomiris eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Ultomiris wordt geleverd als concentraat voor oplossing voor infusie (3 ml in een injectieflacon – verpakkingsgrootte van 1).
Ultomiris is een kleurloze, heldere tot gelige oplossing, zonder deeltjes.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Alexion Europe SAS
103 105, rue Anatole France
92300 Levallois-Perret Frankrijk
Fabrikant
Alexion Pharma International Operations Limited
Alexion Dublin Manufacturing Facility
College Business and Technology Park
Blanchardstown Road North
Dublin 15, D15 R925
Ierland
Almac Pharma Services (Ireland) Limited
Finnabair Industrial Estate
Dundalk
Co. Louth A91 P9KD
Ierland
Almac Pharma Services Limited
22 Seagoe Industrial Estate
Craigavon, Armagh BT63 5QD
Verenigd Koninkrijk
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
| België/Belgique/Belgien | Lietuva |
| Alexion Pharma Belgium | UAB AstraZeneca Lietuva |
| Tél/Tel: +32 0 800 200 31 | Tel: +370 5 2660550 |
| България | Luxembourg/Luxemburg |
| АстраЗенека България ЕООД | Alexion Pharma Belgium |
| Teл.: +359 24455000 | Tél/Tel: +32 0 800 200 31 |
| Česká republika | Magyarország |
| AstraZeneca Czech Republic s.r.o. | AstraZeneca Kft. |
| Tel: +420 222 807 111 | Tel.: +36 1 883 6500 |
| Danmark | Malta |
| Alexion Pharma Nordics AB | Associated Drug Co. Ltd |
| Tlf.: +46 (0) 8 557 727 50 | Tel: +356 2277 8000 |
| Deutschland | Nederland |
| Alexion Pharma Germany GmbH | Alexion Pharma Netherlands B.V. |
| Tel: +49 (0) 89 45 70 91 300 | Tel: +32 (0) 2 548 36 67 |
| Eesti | Norge |
| AstraZeneca | Alexion Pharma Nordics AB |
| Tel: +372 6549 600 | Tlf: +46 (0) 8 557 727 50 |
| Ελλάδα | Österreich |
| AstraZeneca A.E. | Alexion Pharma Austria GmbH |
| Τηλ: +30 210 6871500 | Tel: +41 44 457 40 00 |
| España | Polska |
| Alexion Pharma Spain, S.L.U | AstraZeneca Pharma Poland Sp. z o.o. |
| Tel: +34 93 272 30 05 | Tel.: +48 22 245 73 00 |
| France | Portugal |
| Alexion Pharma France SAS | Alexion Pharma Spain, S.L. - Sucursal em |
| Tél: +33 1 47 32 36 21 | Portugal |
| Tel: +34 93 272 30 05 | |
| Hrvatska | România |
| AstraZeneca d.o.o. | AstraZeneca Pharma SRL |
| Tel: +385 1 4628 000 | Tel: +40 21 317 60 41 |
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


