Inhoud
In het kort
Natriumchloride 0,9 % is een oplossing van natriumchloride in water. Natriumchloride is een chemische stof (vaak een zout genaamd) dat zich in het bloed bevindt. Natriumchloride 0,9 % wordt gebruikt voor de behandeling van: vochtverlies uit het lichaam (dehydratie). natriumverlies uit het lichaam (natriumdepletie).
- Werkzame stof(fen)
- Elektrolyten, Natriumchloride
- Vergunninghouder
- Baxter B.V. Kobaltweg 49 3542 CE UTRECHT
- ATC-code
- B05BB01
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Natriumchloride 0,9%, oplossing voor infusie 9 g/l gebruikt?
Natriumchloride 0,9 % is een oplossing van natriumchloride in water. Natriumchloride is een chemische stof (vaak een zout genaamd) dat zich in het bloed bevindt.
Natriumchloride 0,9 % wordt gebruikt voor de behandeling van:
- vochtverlies uit het lichaam (dehydratie).
- natriumverlies uit het lichaam (natriumdepletie).
Situaties die natriumchloride- en vochtverlies kunnen veroorzaken, zijn onder meer:
- wanneer u niet kunt eten of drinken als gevolg van een ziekte of na een chirurgische ingreep.
- hevig zweten als gevolg van hoge koorts.
- uitgebreid verlies van huid, zoals kan optreden bij hevige brandwonden.
Natriumchloride 0,9 % kan ook worden gebruikt om andere medicijnen voor infusie toe te dienen of te verdunnen.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Natriumchloride 0,9%, oplossing voor infusie 9 g/l gebruikt?
U mag Natriumchloride 0,9 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen
- een te hoog chloridegehalte in het bloed (hyperchloremie);
- een te hoog natriumgehalte in het bloed (hypernatriëmie).
Als een ander medicijn toegevoegd is aan deze oplossing voor infusie, lees dan de bijsluiter van dat toegevoegde medicijn. Zo kunt u nagaan of u de oplossing al dan niet mag toegediend krijgen.
Version 12.0 (QRD 4.2)
| NACL 0,9 % | BAXTER B.V. |
| Bijsluiter | 2/8 |
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
Neem contact op met uw arts voordat u dit medicijn gebruikt.
Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:
- elke vorm van hartaandoening of zwakke hartfunctie;
- zwakke nierfunctie;
- zuurvergiftiging van het bloed (acidose);
- hoger bloedvolume in de bloedvaten dan normaal (hypervolemie);hoge bloeddruk (hypertensie);
- onderhuidse vochtophoping, vooral rond de enkels (perifeer oedeem);
- vochtophoping in de longen (longoedeem);
- leveraandoening (bv. cirrose);
- hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap (zwangerschapsvergiftiging);
- verhoogde productie van aldosteron, een hormoon (aldosteronisme);
-
elke andere aandoening die gepaard gaat met natriumretentie (het lichaam houdt te veel natrium
vast), zoals een behandeling met hormonen (steroïden) ontstekingsremmende medicijn (zie ook “Gebruikt u nog andere medicijnen?”); -
als u een aandoening heeft die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld:
- een plotselinge en erge ziekte heeft gehad
- pijn heeft
- een operatie heeft ondergaan
- ontstekingen (infecties), brandwonden of een hersenziekte heeft
- ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel
- bepaalde medicijnen inneemt (zie ook hieronder “Gebruikt u nog andere medicijnen?”).
Hierdoor kan het risico op een laag natriumgehalte in uw bloed stijgen en dit hoofdpijn, misselijkheid, toevallen (oncontroleerbare lichaamsschokken, vaak als onderdeel van een epileptische aanval (insulten), lethargie, bewusteloosheid (coma), zwelling van de hersenen en overlijden kan veroorzaken. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn:
- kinderen
- vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent)
- mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door hersenvliesontsteking, o.a. met stijve nek, koorts, hoofdpijn, misselijkheid (meningitis), bloeding in de schedel of een beschadiging aan de hersenen (hersenletsel).
Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende te controleren en te volgen:
- volume lichaamsvocht;
- uw vitale symptomen (of klachten volgens hun eigen lijst);
- uw plasma-elektrolyten (gehalten aan chemicaliën zoals natrium en kalium in uw bloed).
Dit is vooral belangrijk bij kinderen en (te vroeg geboren) baby’s. Doordat hun nierfunctie nog niet volledig ontwikkeld is, houden zij immers te veel natrium vast.
Uw arts houdt er rekening mee als u parenterale voeding krijgt (via infusie toegediende voeding in een ader). Bij langdurige behandeling met Natriumchloride 0,9 % moet u mogelijk voedingssupplementen toegediend krijgen.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
Version 12.0 (QRD 4.2)
| NACL 0,9 % | BAXTER B.V. |
| Bijsluiter | 3/8 |
Gebruikt u naast Natriumchloride 0,9 % nog andere medicijnen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Het is vooral belangrijk uw arts in te lichten als u een van de volgende medicijnen gebruikt:
corticosteroïden (ontstekingsremmers) Door het gebruik van deze medicijnen kan er zich natrium en water ophopen in het
lichaam, wat leidt tot:
- weefselzwelling als gevolg van onderhuidse vochtophoping (oedeem )
- hoge bloeddruk (hypertensie).
- lithium (gebruikt bij de behandeling van psychiatrische aandoeningen)
Sommige medicijnen werken in op het hormoon vasopressine. Deze medicijnen kunnen bestaan uit:
- medicatie tegen diabetes (chloorpropamide)
- medicijnen tegen cholesterol (clofibraat)
- sommige medicijnen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide)
- selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om neerslachtigheid (depressie) te behandelen)
- middelen tegen onder andere psychose (antipsychotica)
- opiaten voor krachtige pijnstilling
- medicijnen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID’s)
- medicijnen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden)
- anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine)
- diuretica (medicijnen om beter te kunnen plassen).
Waarop moet u letten met eten en drinken?
Vraag uw arts wat u mag eten of drinken.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit medicijn gebruikt.
Als tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander medicijn moet worden toegevoegd aan deze oplossing voor infusie, moet u echter uw arts raadplegen en de bijsluiter van het toe te voegen medicijn lezen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Vraag uw arts of verpleegkundige om advies voordat u een voertuig bestuurt of machines gebruikt.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Natriumchloride 0,9%, oplossing voor infusie 9 g/l?
Zoals elk medicijn, kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Hoe vaakde bijwerkingen voorkomen is niet gekend.
- onvrijwillig beven (tremor);
- verlaagde bloeddruk;
- huiduitslag met hevige jeuk en vorming van bultjes (netelroos, galbulten);
- huiduitslag;
- jeuk (pruritus).
Een te laag natriumgehalte in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie).
Hyponatriëmie kan onomkeerbaar hersenletsel en overlijden veroorzaken door cerebrale oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook de rubriek 2 “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?”).
Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden als gevolg van de manier van toediening:
- ontsteking (infectie) op de plaats van infusie;
- plaatselijke pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);
- irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing toegediend wordt (flebitis) die roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling kan veroorzaken langs de ader waarin de oplossing toegediend wordt;
- vorming van een bloedklonter (veneuze trombose) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling of roodheid veroorzaakt in de omgeving van de klonter;
- lekkenvan de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader (extravasatie), wat weefselbeschadiging en littekenvorming kan veroorzaken;
- te veel vocht in de bloedvaten(hypervolemie);
- jeuk op de toedieningsplaats;
- koorts;
- koude rillingen.
Andere bijwerkingen die zijn waargenomen met soortgelijke producten (andere oplossingen die natrium bevatten) zijn:
- hogere natriumgehaltes in het bloed dan normaal (hypernatriëmie);
- lagere natriumgehaltes in het bloed dan normaal (hyponatriëmie);
- verzuring van het bloed met hogere chloridegehaltes in het bloed dan normaal (hyperchloremische metabole acidose).
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via:het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl
Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.
In geval van bijwerkingen moet de infusie worden stopgezet.
Hoe bewaart u Natriumchloride 0,9%, oplossing voor infusie 9 g/l?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Version 12.0 (QRD 4.2)
| NACL 0,9 % | BAXTER B.V. |
| Bijsluiter | 6/8 |
Zakken van 50 ml en 100 ml: bewaren beneden 30°C.
Zakken van 250 ml, 500 ml en 1000 ml: voor dit medicijn zijn er geen speciale bewaarcondities.
Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de zak na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum..
Natriumchloride 0,9 % mag niet worden toegediend als er deeltjes in de oplossing drijven of de zak op een of andere manier beschadigd is.
Meer informatie over Natriumchloride 0,9%, oplossing voor infusie 9 g/l
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
- De werkzame stof in dit medicijn is natriumchloride: 9 g per liter.
- De andere stof in dit medicijn is water voor injecties.
Hoe ziet Natriumchloride 0,9 % eruit en wat zit er in een verpakking?
Natriumchloride 0,9 % is een heldere oplossing waar geen zichtbare deeltjes in zitten. Het product is verkrijgbaar in zakken uit polyolefine/polyamide plastic (Viaflo). Elke zak is verpakt in een afgesloten plastic beschermverpakking.
De verpakkingsgrootten zijn 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml.
Verpakkingsgrootten:
- 50 zakken van 50 ml per doos,
- 75 zakken van 50 ml per doos,
- 1 zak van 50 ml,
- 50 zakken van 100 ml per doos,
- 60 zakken van 100 ml per doos,
- 1 zak van 100 ml,
- 30 zakken van 250 ml per doos,
- 1 zak van 250 ml,
- 20 zakken van 500 ml per doos,
- 1 zak van 500 ml,
- 10 zakken van 1000 ml per doos,
- 12 zakken van 1000 ml per doos,
- 1 zak van 1000 ml per doos.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikanten
Vergunninghouder:
Baxter B.V., Kobaltweg 49, 3542 CE Utrecht, Nederland
Fabrikanten:
Baxter S.A., Bd René Branquart 80, 7860 Lessines, België
Bieffe Medital, Ctra de Biescas-Senegüé, 22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje Vantive Manufacturing Limited, Moneen Road, Castlebar, County Mayo, Ierland Bieffe Medital S.p.A., Via Nuova Provinciale, 23034 Grosotto (SO), Italië
Version 12.0 (QRD 4.2)
| NACL 0,9 % | BAXTER B.V. |
| Bijsluiter | 7/8 |
Dit medicijn is in het register ingeschreven onder:
RVG 27512.
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in april 2025.
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Instructies voor verwerking en voorbereiding
Uitsluitend gebruiken als de oplossing helder is en geen zichtbare deeltjes bevat, en de zak onbeschadigd is. Onmiddellijk toedienen na inbrenging van de toedieningsset.
De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen.
De binnenverpakking zorgt ervoor dat de steriliteit van het product behouden blijft.
Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de vloeistof uit de tweede zak beëindigd is. Wanneer een flexibele plastic zak met een intraveneuze oplossing samengedrukt wordt om de inloopsnelheid te verhogen, kan dat leiden tot luchtembolie als de zak niet helemaal ontlucht is vóór toediening.
Aan de hand van een aseptische techniek moet de oplossing worden toegediend met steriele apparatuur. Deze apparatuur moet worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem. Toe te voegen geneesmiddelen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd via de hersluitende injectiepoort. Wanneer een toe te voegen geneesmiddel gebruikt wordt, moet de isotoniciteit ervan worden gecontroleerd vóór parenterale toediening. Het toegevoegde geneesmiddel moet grondig en zorgvuldig worden gemengd onder aseptische omstandigheden. Oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen moeten onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden bewaard.
Door de toevoeging van andere geneesmiddelen of een verkeerde wijze van toediening kunnen pyrogenen in de bloedsomloop terechtkomen en leiden tot de ontwikkeling van koorts. In geval van bijwerkingen moet de infusie onmiddellijk worden stopgezet.
Vernietigen na eenmalig gebruik. Niet-gebruikte oplossing vernietigen.
Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


