Inhoud
In het kort
Suliqua is een injecteerbaar geneesmiddel tegen diabetes dat twee werkzame stoffen bevat: insuline glargine: een langwerkende basale insuline, een soort insuline die gedurende de hele dag helpt bij het reguleren van de hoeveelheid suiker (glucose) in uw bloed; lixisenatide: een ‘GLP-1-analoog’ dat uw lichaam helpt om extra eigen insuline te produceren als …
- Vergunninghouder
- Sanofi Winthrop Industrie
- ATC-code
- A10AE54
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen gebruikt?
Suliqua is een injecteerbaar geneesmiddel tegen diabetes dat twee werkzame stoffen bevat:
- insuline glargine: een langwerkende basale insuline, een soort insuline die gedurende de hele dag helpt bij het reguleren van de hoeveelheid suiker (glucose) in uw bloed;
- lixisenatide: een ‘GLP-1-analoog’ dat uw lichaam helpt om extra eigen insuline te produceren als gevolg van een verhoging van de hoeveelheid suiker in uw bloed, en de opname van suiker uit de voeding vertraagt.
Suliqua wordt gebruikt voor de behandeling bij volwassenen met diabetes type 2 om de bloedsuikerspiegel te reguleren wanneer deze te hoog is. Het is een aanvulling op dieet en lichaamsbeweging. Het wordt gegeven, met metformine met of zonder natriumglucose co-transporter- 2 (SLGT2)-remmers (gliflozinen), wanneer andere geneesmiddelen onvoldoende in staat zijn om zonder andere middelen uw bloedsuikerspiegel te reguleren.
Als u een ander geneesmiddel tegen diabetes gebruikt, bespreek dan met uw arts of u moet stoppen met dat geneesmiddel wanneer u met Suliqua start.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt als:
- u diabetes type 1 heeft of diabetische ketoacidose (dit is een complicatie van diabetes die optreedt wanneer het lichaam geen glucose kan afbreken omdat er niet genoeg insuline is), want dit geneesmiddel is dan niet geschikt voor u.
- u ernstige maag- of darmproblemen heeft, zoals een aandoening van de maagspieren die “gastroparese” heet, waardoor uw maag zich minder snel ledigt.
- u andere via de mond in te nemen (orale) geneesmiddelen gebruikt die niet te lang in uw maag mogen blijven, zie rubriek "Orale geneesmiddelen en Suliqua”.
- u een ernstige nierziekte heeft of als u dialyseert, want het gebruik van dit geneesmiddel wordt in deze gevallen niet aanbevolen.
- u weet dat u een operatie moet ondergaan waarbij u onder narcose zal worden gehouden (slapen), vertel het uw arts dan dat u Suliqua gebruikt.
Volg nauwkeurig de instructies van uw arts voor hoeveel Suliqua u moet gebruiken, hoe u uw bloed en urine moet controleren, uw dieet en mate van lichamelijke activiteit en injectietechniek.
Belangrijk:
- Als uw bloedsuikerspiegel te laag is (hypoglykemie) - zie ‘Wat moet u doen als u een lage bloedsuikerspiegel heeft?’ onderaan deze bijsluiter.
- Als uw bloedsuikerspiegel te hoog is (hyperglykemie) - zie ‘Wat moet u doen als u een hoge bloedsuikerspiegel heeft?’ onderaan deze bijsluiter.
- Zorg ervoor dat u de juiste soort insuline gebruikt - controleer vóór elke injectie altijd het insuline etiket om verwisselingen met andere insulines te vermijden.
- Als u blind bent of slecht ziet, gebruik de voorgevulde pen dan niet zonder hulp. U bent dan waarschijnlijk niet in staat het dosisvenster van de pen te lezen. Vraag hulp aan een persoon die goed kan zien en getraind is in het gebruik van de pen.
Wees alert op het volgende wanneer u Suliqua gebruikt en neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige:
- Hevige pijn in de maagstreek die niet overgaat. Dit kan wijzen op een ontstoken alvleesklier (acute pancreatitis).
- Vochtverlies of uitdroging (dehydratie), bijvoorbeeld bij braken en diarree. Het is van belang dat u uitdroging voorkomt door veel te drinken, vooral tijdens de eerste weken van de behandeling met Suliqua.
Huidveranderingen op de plaats waar de injectie wordt gegeven
Verander regelmatig de plaats waar u injecteert. Dit is om huidveranderingen zoals het dikker of dunner worden van de huid, of bulten te voorkomen. De insuline werkt mogelijk niet goed als u in een bultig gebied injecteert.
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u momenteel in een bultig
gebied injecteert voordat u in een ander gebied gaat injecteren.
Uw arts kan u vragen uw bloedsuikerspiegel nauwlettender te controleren en de dosering van uw insuline of andere geneesmiddelen tegen diabetes aan te passen.
Insuline-antistoffen
Behandeling met Suliqua kan het lichaam ertoe aanzetten om antistoffen tegen insuline glargine en/of lixisenatide aan te maken (stoffen die tegen insuline glargine en/of lixisenatide werken). Maar alleen in zeer zeldzame gevallen zal een aanpassing van uw dosis Suliqua nodig zijn.
Reizen en Suliqua
Als u naar het buitenland gaat, kan het reizen naar andere tijdzones uw insulinebehoeften en het tijdstip van uw injecties beïnvloeden. Het kan nodig zijn om met uw arts te praten over:
- of uw insuline verkrijgbaar is in het land dat u gaat bezoeken.
- het organiseren van uw voorraden insuline, naalden en andere benodigdheden.
- hoe u uw insuline op de juiste manier bewaart tijdens uw reis.
- de tijdstippen waarop u uw maaltijden en uw insuline gebruikt.
- de mogelijke gevolgen van het overgaan op andere tijdzones.
- mogelijke gezondheidsrisico’s in de landen die u zult bezoeken.
- wat u moet doen in noodgevallen als u onwel of ziek wordt.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Er is geen ervaring met Suliqua bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar. Daarom wordt het gebruik van Suliqua niet aanbevolen bij deze leeftijdsgroep.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Suliqua nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts, apotheker of verpleegkundige. Sommige geneesmiddelen kunnen uw bloedsuikerspiegel veranderen. Dit kan betekenen dat uw arts uw dosis Suliqua moet aanpassen. Wees ook voorzichtig bij het stoppen met een geneesmiddel.
Orale geneesmiddelen en Suliqua
Omdat Suliqua de maaglediging kan vertragen, kan het effect van sommige geneesmiddelen die u slikt worden beïnvloed. Het kan zijn dat u sommige geneesmiddelen zoals antibiotica, de anticonceptiepil die beschermt tegen zwanger worden, statines (bijvoorbeeld atorvastatine om het cholesterol te verlagen), of tabletten of capsules of korrels of oraal poeder of drank die tegen maagzuur kunnen of die niet te lang in uw maag mogen blijven, ten minste één uur voor of vier uur na uw injectie met Suliqua moet innemen.
Hieronder staan de meest voorkomende geneesmiddelen die uw insulinebehandeling kunnen beïnvloeden:
Uw bloedsuikerspiegel kan dalen (hypoglykemie) bij het gebruik van:
- alle andere geneesmiddelen die gebruikt worden bij diabetes
- disopyramide - gebruikt bij bepaalde hartaandoeningen
- fluoxetine - gebruikt bij depressie
- pentamidine - gebruikt bij bepaalde infecties veroorzaakt door parasieten. Dit kan voor een te lage bloedsuikerspiegel zorgen, wat soms wordt gevolgd door een te hoge bloedsuikerspiegel.
- antibiotica van het sulfonamidetype - gebruikt bij infecties
- fibraten - gebruikt om het vetgehalte in het bloed te verlagen
- monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) - gebruikt bij depressie of de ziekte van Parkinson
- pentoxifylline, propoxyfeen en salicylaten (zoals aspirine) -gebruikt bij pijn en lichte koorts
- angiotensine-converterend enzymremmers (ACE-remmers) - gebruikt bij bepaalde hartaandoeningen of hoge bloeddruk.
Uw bloedsuikerspiegel kan stijgen (hyperglykemie) bij het gebruik van:
- danazol - gebruikt bij endometriose
- diazoxide - gebruikt bij hoge bloeddruk
- glucagon - gebruikt bij een zeer lage bloedsuikerspiegel
- isoniazide - gebruikt bij tuberculose
- somatropine - een groeihormoon
- schildklierhormonen - gebruikt bij problemen met de schildklier
- oestrogenen en progestagenen - zoals in de anticonceptiepil, voor geboortebeperking of het gebruik van oestrogenen bij botverlies (osteoporose)
- corticosteroïden, zoals cortison en prednisolon - gebruikt bij ontstekingen
- proteaseremmers - gebruikt bij het behandelen van HIV
- diuretica - gebruikt bij hoge bloeddruk of het vasthouden van vocht
- derivaten van clozapine, olanzapine en fenotiazine - gebruikt bij psychische problemen
- sympathicomimetische geneesmiddelen zoals epinefrine (adrenaline), salbutamol en terbutaline - gebruikt bij astma.
Uw bloedsuikerspiegel kan stijgen of dalen bij het gebruik van:
- bètablokkers of clonidine - gebruikt bij hoge bloeddruk.
- lithiumzouten - gebruikt bij psychische problemen.
Bètablokkers
Bètablokkers zoals andere ‘sympathicomimetische geneesmiddelen’ (zoals clonidine, guanethidine en reserpine - gebruikt bij hoge bloeddruk) kunnen de klachten van een te lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) maskeren of tegengaan welke het moeilijker maken om de waarschuwingsklachten te herkennen.
Warfarine of andere bloedverdunners
Vertel het uw arts als u warfarine of andere bloedverdunners (anticoagulantia) inneemt, want mogelijk zijn vaker bloedtesten nodig om uw bloedstolling te meten. Dit gebeurt met een ‘International Normalised Ratio’- of INR-test (‘internationale genormaliseerde ratio’-test).
Als een van bovenstaande situaties voor u geldt, of als u er niet zeker van bent, raadpleeg dan uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u Suliqua gebruikt.
Waarop moet u letten met alcohol?
Uw bloedsuikerspiegel kan stijgen of dalen wanneer u alcohol drinkt - u moet uw bloedsuikerspiegel vaker controleren dan normaal.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit geneesmiddel gebruikt:
- Suliqua mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt. Het is niet bekend of Suliqua schadelijk kan zijn voor uw ongeboren kind.
- Suliqua mag niet worden gebruikt als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of Suliqua overgaat in de moedermelk.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Een te lage of te hoge bloedsuikerspiegel kan invloed hebben op uw rijvaardigheid of op uw vermogen om gereedschappen of machines te gebruiken. Uw concentratievermogen kan erdoor verminderd zijn. Dit kan gevaarlijk zijn voor uzelf en voor anderen. Vraag uw arts, apotheker of verpleegkundige of u mag rijden als:
- uw bloedsuikerspiegel vaak te laag is.
- u het moeilijk vindt om de signalen van een te lage bloedsuikerspiegel te herkennen.
Suliqua bevat natrium en metacresol
Dit middel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is. Dit geneesmiddel bevat metacresol, wat allergische reacties kan veroorzaken.
Hoe wordt Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen gebruikt?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Uw arts kan u vertellen dat u een dosis Suliqua moet gebruiken die verschilt van uw vorige insulinedosis of glucoseverlagend middel, indien gebruikt. Uw arts kan u vertellen Suliqua te gebruiken samen met andere medicijnen voor een hoge bloedsuikerspiegel. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Hoeveel moet u gebruiken?
Uw arts zal bepalen:
- hoeveel Suliqua u elke dag nodig heeft en op welk tijdstip
- wanneer u uw bloedsuikerspiegel moet controleren, en of u urinetesten moet uitvoeren
- wanneer u een hogere of lagere dosis nodig kunt hebben.
Dit is gebaseerd op uw levensstijl, de uitslagen van uw bloedsuikertesten en uw insulinegebruik in het verleden.
Neem contact op met uw arts omdat u mogelijk een lagere dosis nodig heeft als:
- u 65 jaar of ouder bent
- u nier- of leverproblemen heeft.
Uw dosis Suliqua wordt toegediend als ‘doseerstappen’. Het dosisvenster op de pen toont het aantal doseerstappen.
Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ ml in voorgevulde SoloStar pen (10-40):
- deze pen levert een dosis van 10 tot 40 doseerstappen per injectie, in stappen van 1 doseerstap.
- elke ingestelde doseerstap Suliqua bevat 1 eenheid insuline glargine en 0,5 microgram lixisenatide.
- Injecteer geen dosis van minder dan 10 doseerstappen.
- Injecteer geen dosis van meer dan 40 doseerstappen.
- Als een dosis van meer dan 40 doseerstappen nodig is, zal uw arts een andere sterkte voorschrijven. Voor doseerstappen van 30-60 stappen is er Suliqua 100 eenheden/ml + 33 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen (30-60) beschikbaar.
Zorg ervoor dat u de juiste pen heeft:
controleer altijd het etiket van het geneesmiddel vóór elke injectie om fouten te voorkomen, vooral als u meer dan één geneesmiddel injecteert.
Veel factoren kunnen uw bloedsuikerspiegel beïnvloeden - leer wat deze zijn en wat u moet doen als
uw bloedsuikerspiegel verandert. Dit helpt om te voorkomen dat deze te hoog of te laag wordt. Zie voor meer informatie ‘hyperglykemie en hypoglykemie’ onderaan deze bijsluiter.
Wanneer moet u Suliqua gebruiken?
- Gebruik Suliqua eenmaal daags, binnen 1 uur vóór een maaltijd.
- Wanneer u de meest geschikte maaltijd heeft gekozen, injecteer Suliqua dan bij voorkeur elke dag voorafgaand aan diezelfde maaltijd.
Voordat u Suliqua injecteert
- Lees de gebruiksaanwijzing bij deze bijsluiter.
- Als u de instructies in de gebruiksaanwijzing niet allemaal opvolgt, kunt u te veel of te weinig Suliqua krijgen.
Hoe moet u injecteren?
- Injecteer Suliqua onder de huid. Dit wordt ‘subcutaan gebruik’ of ‘SC’ genoemd.
- Injecteer de oplossing in de voorzijde van uw dij, in uw bovenarm of in uw buik ter hoogte van uw middel.
- Verander elke dag van injectieplaats binnen het gebied waar u injecteert - om het risico op putjes in of bulten op de huid te verminderen (zie rubriek 4).
- Gebruik voor elke injectie altijd een nieuwe steriele naald - om het risico op infecties en verstopte naalden te verminderen, waardoor u te veel of te weinig geneesmiddel krijgt.
- Gooi de gebruikte naald altijd weg in een naaldcontainer, of zoals uw apotheker u heeft verteld.
- Deel uw insulinepen met niemand anders, zelfs niet wanneer de naald wordt verwisseld – om infecties te voorkomen.
- Gebruik geen spuit om de oplossing uit uw pen te verwijderen – om mogelijke overdosering te voorkomen.
Voer vóór elke injectie een veiligheidstest uit.
Gebruik Suliqua niet:
- als er deeltjes in Suliqua zitten - de vloeistof moet helder, kleurloos en waterachtig zijn.
Gooi de pen weg en gebruik een nieuwe als:
- u merkt dat de regulering van uw bloedsuikerspiegel onverwacht slechter wordt
- de pen beschadigd is of niet op de juiste manier werd bewaard
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u niet zeker weet of uw pen goed werkt.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Als u te veel van dit geneesmiddel heeft gebruikt, kan uw bloedsuikerspiegel te laag worden - zie ‘lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie)’ onderaan deze bijsluiter voor advies.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
- Als u een dosis Suliqua heeft overgeslagen of als u te weinig insuline geïnjecteerd heeft, kan uw bloedsuikerspiegel te hoog worden - zie ‘hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie)’ onderaan deze bijsluiter voor advies.
- Wanneer dat nodig is, mag Suliqua geïnjecteerd worden vóór de volgende maaltijd.
- Injecteer geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
- Neem geen twee injecties per dag.
- Controleer uw bloedsuikerspiegel en injecteer vervolgens uw volgende dosis op het gebruikelijke tijdstip.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Stop niet met het gebruik van dit geneesmiddel zonder overleg met uw arts. Als u stopt met het
gebruik van dit geneesmiddel, kan dat leiden tot een zeer hoge bloedsuikerspiegel en toename van zuur in uw bloed. Dit wordt ‘ketoacidose’ genoemd - zie ‘hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie)’
onderaan deze bijsluiter voor advies.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Ernstige bijwerkingen
Vertel het direct aan uw arts, apotheker of verpleegkundige als u een van de volgende ernstige bijwerkingen opmerkt – u heeft mogelijk dringend medische behandeling nodig:
Lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) – zeer vaak: kan voorkomen bij meer dan 1 op de 10 mensen
- Indien uw bloedsuikerspiegel te veel daalt, kunt u flauwvallen.
- Een ernstig lage bloedsuikerspiegel kan hersenbeschadiging veroorzaken en kan levensbedreigend zijn.
Als u klachten heeft van te weinig suiker in uw bloed, probeer dan meteen de hoeveelheid suiker in uw bloed te verhogen. Zie het advies bij ‘lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie)’ onderaan deze
bijsluiter.
Andere bijwerkingen
Vertel het uw arts, apotheker of verpleegkundige als u een van de volgende bijwerkingen opmerkt:
Huidveranderingen op de plaats waar de injectie wordt toegediend (niet bekend: hoe vaak dit voorkomt kan niet worden bepaald uit beschikbare gegevens)
Als u te vaak op dezelfde plaats insuline injecteert, kan de huid veranderen. Veranderingen kunnen zijn:
- het dunner worden van vetweefsel onder de huid (lipoatrofie)
- het dikker worden van vetweefsel onder de huid (lipohypertrofie)
- bulten onder de huid kunnen ook worden veroorzaakt door ophoping van een eiwit genaamd amyloïde (cutane amyloïdose; hoe vaak dit voorkomt is niet bekend). De insuline werkt
mogelijk niet goed als u in een bultig gebied injecteert.
Verandering van injectieplaats bij elke injectie kan deze huidveranderingen helpen voorkomen.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 mensen)
- duizelig gevoel
- misselijkheid
- overgeven
- diarree
- huidreacties en allergische reacties op de plaats waar de injectie wordt toegediend, de verschijnselen kunnen onder meer roodheid, ongewoon hevige pijn bij injectie, jeuk, galbulten, zwelling of ontsteking zijn. Dit kan zich rond de injectieplaats uitbreiden. De meeste lichte reacties op insulines verdwijnen gewoonlijk binnen een paar dagen tot een paar weken.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 mensen)
- verkoudheid, loopneus, zere keel
- galbulten (urticaria)
- hoofdpijn
- verstoorde spijsvertering (indigestie), vol gevoel of pijn in de maagstreek, boeren, misselijkheid, overgeven en/of zuurbranden (dyspepsie)
- maagpijn
- moeheid
- galstenen
- galblaasontsteking
- veranderde smaak
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 mensen)
vertraagde maaglediging
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en op het etiket van de pen na ‘EXP’. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is
de uiterste houdbaarheidsdatum.
Voor het eerste gebruik
- Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).
- Niet in de vriezer bewaren en niet naast het vriesvak of een koelelement plaatsen.
- De pen in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Na het eerste gebruik
- Bewaar de pen niet in de koelkast of de vriezer.
- Bewaar uw pen tijdens gebruik gedurende maximaal 28 dagen beneden 25°C en uit de buurt van directe warmtebronnen of direct licht. Gooi de pen na deze periode weg.
- Laat de pen niet achter in een auto op een zeer warme of koude dag.
- Houd altijd de dop op de pen wanneer u die niet gebruikt, ter bescherming tegen licht.
- Bewaar de pen niet met de naald erop.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Suliqua 100 eenheden/ml + 50 microgram/ml oplossing voor injectie in voorgevulde pen
Welke stoffen zitten er in dit middel?
-
De werkzame stoffen in dit middel zijn: insuline glargine en lixisenatide.
Elke pen bevat 3 ml oplossing voor injectie, wat overeenkomt met 300 eenheden insuline glargine en 150 microgram lixisenatide.
Elke ml bevat 100 eenheden insuline glargine en 50 microgram lixisenatide.
Elke doseerstap Suliqua bevat 1 eenheid insuline glargine en 0,5 microgram lixisenatide. -
De andere stoffen in dit middel zijn: glycerol 85%, methionine, metacresol, zinkchloride,
zoutzuur, natriumhydroxide (voor pH-aanpassing) en water voor injecties. Zie ook rubriek 2 “Suliqua bevat natrium en metacresol”.
Hoe ziet Suliqua eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
- Suliqua is een heldere en kleurloze oplossing.
- Iedere voorgevulde pen (SoloStar) bevat 3 ml oplossing voor injectie.
- Verpakkingsgroottes van 3, 5 en 10 voorgevulde pennen.
- Mogelijk worden niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel gebracht.
- Naalden zijn niet inbegrepen in de verpakking.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Sanofi Winthrop Industrie 82 avenue Raspail
94250 Gentilly Frankrijk
Fabrikant
Sanofi-Aventis Deutschland GmbH
Industriepark Höchst - 65926 Frankfurt am Main
Duitsland
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.
| België/Belgique/Belgien | Lietuva |
| Sanofi Belgium | Swixx Biopharma UAB |
| Tél/Tel: +32 (0)2 710 54 00 | Tel: +370 5 236 91 40 |
| България | Luxembourg/Luxemburg |
| Swixx Biopharma EOOD | Sanofi Belgium |
| Тел.: +359 (0)2 4942 480 | Tél/Tel: +32 (0)2 710 54 00 (Belgique/Belgien) |
| Česká republika | Magyarország |
| Sanofi s.r.o. | SANOFI-AVENTIS Zrt. |
| Tel: +420 233 086 111 | Tel.: +36 1 505 0050 |
| Danmark | Malta |
| Sanofi A/S | Sanofi S.r.l. |
| Tlf: +45 45 16 70 00 | Tel: +39 02 39394275 |
| Deutschland | Nederland |
| Sanofi-Aventis Deutschland GmbH | Sanofi B.V. |
| Tel.: 0800 52 52 010 | Tel: + 31 20 245 4000 |
| Tel. aus dem Ausland: +49 69 305 21 131 | |
| Eesti | Norge |
| Swixx Biopharma OÜ | sanofi-aventis Norge AS |
| Tel: +372 640 10 30 | Tlf: +47 67 10 71 00 |
| Ελλάδα | Österreich |
| Sanofi-Aventis Μονοπρόσωπη ΑΕΒΕ | sanofi-aventis GmbH |
| Τηλ: +30 210 900 16 00 | Tel: +43 1 80 185 – 0 |
| España | Polska |
| sanofi-aventis, S.A. | Sanofi Sp. z o.o. |
| Tel: +34 93 485 94 00 | Tel.: +48 22 280 00 00 |
| France | Portugal |
| Sanofi Winthrop Industrie | Sanofi - Produtos Farmacêuticos, Lda |
| Tél: 0 800 222 555 | Tel: +351 21 35 89 400 |
| Appel depuis l’étranger : +33 1 57 63 23 23 | |
| Hrvatska | România |
| Swixx Biopharma d.o.o. | Sanofi Romania SRL |
| Tel: +385 1 2078 500 | Tel: +40 (0) 21 317 31 36 |
| Ireland | Slovenija |
| sanofi-aventis Ireland Ltd. T/A SANOFI | Swixx Biopharma d.o.o. |
| Tel: +353 (0) 1 403 56 00 | Tel: +386 1 235 51 00 |
| Ísland | Slovenská republika |
| Vistor ehf. | Swixx Biopharma s.r.o. |
| Sími: +354 535 7000 | Tel: +421 2 208 33 600 |
| Italia | Suomi/Finland |
| Sanofi S.r.l. | Sanofi Oy |
| Tel: +39 800 536389 | Puh/Tel: +358 (0) 201 200 300 |
| Κύπρος | Sverige |
| C.A. Papaellinas Ltd. | Sanofi AB |
| Τηλ: +357 22 741741 | Tel: +46 (0)8 634 50 00 |
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


