Inhoud
In het kort
Wat is Kayshild? Kayshild is een geneesmiddel dat de werkzame stof semaglutide bevat. Het wordt gebruikt in combinatie met dieet en lichaamsbeweging voor de behandeling van volwassenen met metabole disfunctie-geassocieerde steatohepatitis (MASH).
- Werkzame stof(fen)
- Semaglutide
- Vergunninghouder
- Novo Nordisk A/S
- Afgiftemodus
- Verstrekking door een (openbare) apotheek
- ATC-code
- A10BJ06
- Indicaties
- Obesitas (adipositas)
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen gebruikt?
Wat is Kayshild?
Kayshild is een geneesmiddel dat de werkzame stof semaglutide bevat. Het wordt gebruikt in combinatie met dieet en lichaamsbeweging voor de behandeling van volwassenen met metabole disfunctie-geassocieerde steatohepatitis (MASH). Dit geneesmiddel wordt gebruikt bij volwassenen met matige tot gevorderde littekenvorming in de lever (leverfibrose) zonder ernstige, blijvende littekenvorming (cirrose). MASH is een ziekte waarbij vet zich ophoopt in de lever. Dit kan zorgen voor ontsteking, leverschade en ontwikkeling van littekenweefsel.
De werkzame stof in Kayshild, semaglutide, is vergelijkbaar met een natuurlijk hormoon met de naam ‘glucagon-like peptide-1’ (GLP-1). In de lever werkt het door leverschade te verminderen. Dit komt waarschijnlijk door verbeteringen van metabolische factoren, zoals gewichtsverlies, verbeterde bloedsuikerspiegel en lipidenconcentratie, en minder ontsteking.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.
Het gebruik van dit middel wordt niet aanbevolen als u:
- diabetes type 1 heeft (suikerziekte);
- nieren heeft die erg slecht werken;
- een lever heeft die slecht tot erg slecht werkt en als u MASH heeft;
- een hart heeft dat erg slecht werkt (ernstig hartfalen);
- een ziekte aan het oog heeft dat ontstaat door suikerziekte (retinopathie).
Er is weinig ervaring met dit middel bij patiënten:
- van 75 jaar en ouder;
- met een lever die slecht tot erg slecht werkt;
- met ontstekingsziekte van de darmen;
- met MASH en een Body Mass Index (BMI) van minder dan 25 kg/m2 (of een BMI van minder dan 23 kg/m2 voor Aziatische mensen).
Overleg met uw arts als een van de bovengenoemde zaken op u van toepassing is.
Als u weet dat u een operatie moet ondergaan waarbij u onder narcose zal worden gehouden (slapen), vertel het uw arts dan dat u Kayshild gebruikt.
-
Uitdroging
Tijdens de behandeling met dit middel kunt u last krijgen van misselijk zijn, overgeven, of diarree. Deze bijwerkingen kunnen uitdroging (vochtverlies) veroorzaken. Het is belangrijk dat u veel drinkt om uitdroging te voorkomen. Dit is vooral belangrijk als u nierklachten heeft. Neem contact op met uw arts als u vragen heeft of als u zich zorgen maakt. -
Ontsteking van de alvleesklier
Neem direct contact op met een arts als u ernstige en aanhoudende pijn in de maagstreek heeft (zie rubriek 4). Dit kan wijzen op een ontstoken alvleesklier (acute pancreatitis). -
Mensen met diabetes type 2
Dit middel kan niet worden gebruikt als vervanging van insuline. Gebruik dit middel niet in combinatie met andere geneesmiddelen die GLP-1-receptoragonisten bevatten (zoals liraglutide, dulaglutide, exenatide of lixisenatide). -
Lage bloedsuiker (hypoglykemie)
Als u dit middel samen met een sulfonylureumderivaat of insuline gebruikt, kan dit het risico op een lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) vergroten. Zie rubriek 4 voor de waarschuwingsverschijnselen van een lage bloedsuikerspiegel. Uw arts kan u vragen uw bloedsuikerspiegel te controleren. Dit zal uw arts helpen te beslissen of de dosis van het sulfonylureumderivaat of de insuline aangepast moet worden om het risico op lage bloedsuiker te verlagen. -
Een ziekte aan het oog dat ontstaat door suikerziekte (retinopathie)
Als u een ziekte aan het oog heeft dat ontstaat door suikerziekte en insuline gebruikt, kan dit geneesmiddel zorgen voor een verslechtering van uw zicht. Hiervoor kan behandeling nodig zijn. Snelle verbeteringen in de bloedsuikerregulatie kunnen zorgen voor een tijdelijke verergering van een oogziekte door diabetes. Neem contact op met uw arts als u een diabetische oogziekte heeft en u bij het gebruiken van dit geneesmiddel last krijgt van oogklachten.
-
Plotselinge veranderingen in uw zicht
Ziet u plotseling niets meer of ziet u snel minder tijdens de behandeling met dit middel? Neem dan direct contact op met uw arts voor advies. Dit wordt misschien veroorzaakt door een zeer zeldzame bijwerking met de naam niet-arteritische anterieure ischemische opticusneuropathie (NAION) (zie rubriek 4: ‘Ernstige bijwerkingen’). Uw arts kan u doorverwijzen voor een oogonderzoek en misschien moet u stoppen met de behandeling met dit middel. -
Patiënten met vertraagde maaglediging (gastroparese)
Blijft eten langer in uw maag zitten dan normaal (gastroparese)? Dan kan het gebruik van dit middel zorgen voor ernstige of hevige maag-darmklachten. Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
De veiligheid en werkzaamheid van dit middel bij kinderen en jongeren tot 18 jaar zijn niet onderzocht. Het wordt niet aanbevolen dit geneesmiddel te gebruiken bij deze leeftijdsgroep.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast dit middel nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Neem in het bijzonder contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u medicijnen gebruikt die het volgende bevatten:
warfarine of andere via de mond ingenomen (orale) geneesmiddelen die uw bloedstolling verlagen (orale antistollingsmiddelen). Begint u met de behandeling met bijvoorbeeld warfarine of soortgelijke middelen? Dan kunnen bloedonderzoeken om het stollingsvermogen van uw bloed te testen vaker noodzakelijk zijn.
Zwangerschap en borstvoeding
Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap omdat het niet bekend is of het schadelijk is voor uw ongeboren kind. Daarom wordt aanbevolen om een middel te gebruiken dat ervoor zorgt dat u niet zwanger wordt (voorbehoedsmiddelen) tijdens het gebruik van dit geneesmiddel. Wilt u zwanger worden? Dan moet u minstens twee maanden van tevoren stoppen met het gebruik van dit geneesmiddel. Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn of wilt u zwanger worden terwijl u dit geneesmiddel gebruikt? Neem dan direct contact op met uw arts want uw behandeling moet dan worden stopgezet.
Gebruik dit geneesmiddel niet als u borstvoeding geeft omdat het niet bekend is of het in de moedermelk terechtkomt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Dit middel heeft waarschijnlijk geen invloed op hoe goed u kunt rijden en machines kunt gebruiken. Sommige patiënten kunnen zich duizelig voelen bij het gebruik van dit middel, vooral tijdens de eerste 4 maanden van de behandeling (zie rubriek 4). Mocht u zich duizelig voelen, wees dan extra voorzichtig tijdens het autorijden en het gebruik van machines. Neem voor meer informatie contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Mensen met diabetes type 2
Als u dit middel in combinatie met een sulfonylureumderivaat of insuline gebruikt, kunt u een laag bloedsuiker (hypoglykemie) krijgen. Hierdoor kunt u zich moeilijker concentreren. Rijd geen auto of gebruik geen machines wanneer u klachten van een laag bloedsuiker krijgt. Zie rubriek 2 ‘Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?’ voor informatie over een verhoogd risico op een laag bloedsuiker en rubriek 4 voor de waarschuwingsverschijnselen van een laag bloedsuiker. Neem contact op met uw arts voor meer informatie.
Kayshild bevat natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Hoe wordt Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen gebruikt?
Hoe gebruikt u dit middel?
Neem dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Hoeveel van dit middel moet u gebruiken?
De aanbevolen dosis is 2,4 mg eenmaal per week.
Uw behandeling wordt gestart met een lage dosis die 16 weken lang in stapjes (geleidelijk) wordt verhoogd.
- Wanneer u begint met het gebruik van dit middel, is de startdosis 0,25 mg eenmaal per week.
- Uw arts zal u instructies geven om uw dosis in stapjes (geleidelijk) elke 4 weken te verhogen tot u de aanbevolen dosis van 2,4 mg eenmaal per week heeft bereikt.
- Wanneer u de aanbevolen dosis van 2,4 mg heeft bereikt, mag u deze dosis niet verder verhogen.
- Krijgt u veel last van misselijk zijn of overgeven? Overleg dan met uw arts over het uitstellen van dosisverhoging of over verlaging naar de vorige dosis, totdat de klachten minder worden.
Meestal zult u de volgende tabel moeten aanhouden.
| Dosisverhoging | Wekelijkse | |
| dosis | ||
| Week 1–4 | 0,25 mg | |
| Week 5–8 | 0,5 mg | |
| Week 9–12 | 1 mg | |
| Week 13–16 | 1,7 mg | |
| Vanaf week 17 | 2,4 mg |
Uw arts zal uw behandeling regelmatig controleren.
Hoe wordt dit middel toegediend?
Dit middel wordt toegediend als een injectie onder de huid (subcutane injectie). Injecteer het niet in een ader of een spier.
- De beste plaatsen om de injectie te geven, zijn de voorzijde van uw bovenarm, bovenbenen of buik.
- Voordat u de pen voor de eerste keer gebruikt, laat uw arts, apotheker of verpleegkundige u zien hoe u de pen moet gebruiken.
Gedetailleerde instructies voor het gebruik van de pen vindt u aan de andere kant van deze bijsluiter.
Mensen met diabetes type 2
Vertel het uw arts als u diabetes type 2 heeft. Uw arts kan de dosis van uw geneesmiddelen voor diabetes aanpassen om te voorkomen dat u een laag bloedsuiker krijgt.
Wanneer gebruikt u dit middel?
- Gebruik dit middel eenmaal per week. Als het mogelijk is elke week op dezelfde dag.
- U kunt uzelf op elk moment van de dag injecteren. U hoeft geen rekening te houden met maaltijden.
Als het nodig is, kunt u de dag van uw wekelijkse injectie van dit middel veranderen. Zolang het maar minstens 3 dagen na uw laatste injectie van dit middel is geweest. Na het selecteren van een nieuwe toedieningsdag, moet de dosering eenmaal per week worden voortgezet.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Neem direct contact op met uw arts. U kunt bijwerkingen krijgen, zoals misselijk zijn, overgeven of diarree, wat kan zorgen voor uitdroging (vochtverlies).
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Bent u een dosis vergeten te injecteren en:
- is het 5 dagen of korter geleden dat u dit middel had moeten gebruiken? Gebruik het dan zodra u zich dat herinnert. Vervolgens injecteert u uw volgende dosis zoals gewoonlijk op uw geplande dag.
- is het langer dan 5 dagen geleden dat u dit middel had moeten gebruiken? Sla dan de gemiste
dosis over. Vervolgens injecteert u uw volgende dosis zoals gewoonlijk op uw volgende geplande dag.
Gebruik geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Stop het gebruik van dit middel niet zonder dit met uw arts te bespreken.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Ernstige bijwerkingen
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers)
Problemen (complicaties) door een ziekte aan het oog dat ontstaat door suikerziekte (diabetische retinopathie). Heeft u diabetes? Informeer dan uw arts als u tijdens de behandeling met dit geneesmiddel oogklachten krijgt, zoals veranderingen in het zien.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)
- Ontstoken alvleesklier (acute pancreatitis). Klachten bij een ontstoken alvleesklier zijn onder meer ernstige en langdurige pijn in uw maag, welke kan uitstralen naar uw rug. U moet direct contact opnemen met uw arts als u deze klachten ervaart.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers):
Ernstige allergische reacties (anafylactische reacties, angio-oedeem). Schakel direct medische hulp in en informeer uw arts zo snel mogelijk als u klachten krijgt zoals moeite met ademhalen, zwelling, een licht gevoel in het hoofd, snelle hartslag, zweten en flauwvallen (verlies van bewustzijn) of snelle zwelling onder de huid op plaatsen zoals het gezicht, de keel, de armen en de benen. Dit kan levensbedreigend zijn als door opzwellen van de keel de luchtweg wordt afgesloten.
Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers)
- een medische aandoening van het oog met de naam niet-arteritische anterieure ischemische opticusneuropathie (NAION). Deze ziekte kan ervoor zorgen dat u, zonder enige pijn, minder of niets meer ziet met één van uw ogen. Neem direct contact op met uw arts als u merkt dat u plotseling niets meer ziet of langzaam minder goed ziet (zie rubriek 2: ‘Plotselinge veranderingen in uw zicht’).
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Verstopping van de darmen. Een ernstige vorm van verstopping met daarbij klachten zoals buikpijn, een opgeblazen gevoel, overgeven, enzovoort.
Andere bijwerkingen
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers)
- hoofdpijn
- misselijk zijn
- overgeven
- diarree
- verstopping (obstipatie)
- buikpijn
- zich zwak of moe voelen
– deze komen vooral voor tijdens dosisverhoging en verdwijnen meestal na enige tijd.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers)
- duizeligheid
- maagklachten of problemen met eten verteren (spijsverteringsmoeilijkheden)
- boeren
- gasvorming (flatulentie of winderigheid)
- opgeblazen gevoel in de maag
- ontstoken maag (gastritis) - de klachten kunnen zijn: maagpijn, misselijk zijn of overgeven
- reflux of brandend maagzuur - ook wel gastro-oesofageale refluxziekte genoemd
- galstenen
- haaruitval
- reacties op de injectieplaats
- meer of minder gevoel in de huid
- eten blijft langer dan normaal in de maag (vertraagde maaglediging)
- verhoging van alvleesklierenzymen (zoals lipase) aangetoond in bloedonderzoeken
- ontsteking van de maag en darmen (gastro-enteritis)
- lage bloeddruk
- eten en drinken smaakt anders dan normaal
- lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) bij patiënten met diabetes type 2.
De waarschuwingsverschijnselen van een lage bloedsuiker kunnen plotseling opkomen. Dit kunnen zijn: koud zweet, koele bleke huid, hoofdpijn, snelle hartslag, misselijk zijn of erg hongerig zijn, veranderingen in het zien, zich slaperig of zwak voelen, zich nerveus, angstig of verward voelen, moeite hebben met concentreren of trillen.
Uw arts zal u vertellen hoe u lage bloedsuiker moet behandelen en wat u moet doen als u deze waarschuwingsverschijnselen krijgt.
Lage bloedsuiker ontstaat waarschijnlijk eerder als u ook een sulfonylureumderivaat of insuline gebruikt. Uw arts zal de dosis van deze geneesmiddelen mogelijk verlagen voordat u start met het gebruik van dit middel.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)
- snelle hartslag
- verhoging van alvleesklierenzymen (zoals amylase) aangetoond in bloedonderzoeken
- duizelig zijn of een licht gevoel in het hoofd bij het opstaan of rechtop gaan zitten vanwege een daling van de bloeddruk.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op het etiket van de pen en op het kartonnen doosje na ‘EXP’. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Voor ingebruikname
Bewaren in de koelkast (2°C 8°C). Niet in de vriezer bewaren. Uit de buurt houden van het koelelement.
Tijdens het gebruik
- Als u de pen beneden 30°C of in de koelkast (2°C 8°C) (niet in de buurt van het koelelement) bewaart, kunt u deze 6 weken bewaren. Kayshild niet in de vriezer bewaren. Als het middel bevroren is geweest, mag het niet meer worden gebruikt.
- Bewaar de pen wanneer u deze niet gebruikt met de pendop erop ter bescherming tegen licht.
Gebruik dit geneesmiddel niet als u merkt dat de oplossing niet helder en kleurloos is.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
Welke stoffen zitten er in dit middel?
-
De werkzame stof in dit middel is semaglutide.
Kayshild 0,25 mg oplossing voor injectie
Elke voorgevulde pen bevat 1 mg semaglutide in 1,5 ml (0,68 mg/ml).
Kayshild 0,5 mg oplossing voor injectie
Elke voorgevulde pen bevat 2 mg semaglutide in 3 ml (0,68 mg/ml).
Kayshild 1 mg oplossing voor injectie
Elke voorgevulde pen bevat 4 mg semaglutide in 3 ml (1,34 mg/ml).
Kayshild 1,7 mg oplossing voor injectie
Elke voorgevulde pen bevat 6,8 mg semaglutide in 3 ml (2,27 mg/ml).
Kayshild 2,4 mg oplossing voor injectie
Elke voorgevulde pen bevat 9,6 mg semaglutide in 3 ml (3,2 mg/ml). - De andere stoffen in dit middel zijn dinatriumfosfaatdihydraat, propyleenglycol, fenol, zoutzuur/natriumhydroxide (voor pH-aanpassing), water voor injecties. Zie ook rubriek 2 ‘Kayshild bevat natrium’ voor informatie over natrium.
Hoe ziet Kayshild eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Kayshild is een heldere en kleurloze oplossing voor injectie in een voorgevulde pen voor eenmalig gebruik.
Elke voorgevulde pen bevat vier (4) doses. Na de 4 doses te hebben geïnjecteerd, kan er nog oplossing in de pen over zijn ondanks een juiste toediening. Eventuele overgebleven oplossing is onvoldoende voor een dosis en de pen moet worden weggegooid.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


