Inhoud
In het kort
Genotropin is een recombinant menselijk groeihormoon (ook wel somatropine genoemd). Het heeft dezelfde structuur als het natuurlijke menselijke groeihormoon, dat nodig is voor de groei van botten en spieren. Het speelt ook een rol bij de evenwichtige ontwikkeling van vet- en spierweefsel.
- Werkzame stof(fen)
- Somatropine
- Vergunninghouder
- Pfizer B.V. Rivium Westlaan 142 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL
- ATC-code
- H01AC01
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie gebruikt?
Genotropin is een recombinant menselijk groeihormoon (ook wel somatropine genoemd). Het heeft dezelfde structuur als het natuurlijke menselijke groeihormoon, dat nodig is voor de groei van botten en spieren. Het speelt ook een rol bij de evenwichtige ontwikkeling van vet- en spierweefsel. Recombinant betekent dat het niet gemaakt is uit menselijk of dierlijk weefsel.
Bij kinderen wordt Genotropin gebruikt voor de behandeling van de volgende groeistoornissen:
- groeiachterstand ten gevolge van onvoldoende productie van eigen groeihormoon.
- groeiachterstand bij het syndroom van Turner. Deze chromosomale aandoening, die alleen bij meisjes voorkomt, kan groeiachterstand veroorzaken. Als u/uw kind aan deze aandoening lijdt, heeft u dat al van uw arts gehoord.
- Groeiachterstand door een chronische nieraandoening. Als de nieren niet normaal werken kan de groei vertraagd worden.
- Syndroom van Prader-Willi, een chromosomale aandoening. Kinderen met dit syndroom die nog in de groei zijn, zullen door het gebruik van groeihormoon uiteindelijk langer worden. Ook worden de lichaamsverhoudingen verbeterd. Het overtollige vet neemt af en de spiermassa, die vaak verminderd is, neemt toe.
- Kinderen die bij de geboorte te klein of te licht waren en die deze groeiachterstand op de leeftijd van 4 jaar of ouder nog niet hebben ingehaald.
Bij volwassenen wordt Genotropin gebruikt voor de behandeling van een ernstig tekort aan eigen groeihormoon. De behandeling kan op volwassen leeftijd beginnen of een vervolg zijn op de behandeling op kinderleeftijd.
Als u in uw jeugd met Genotropin behandeld bent wegens een tekort aan groeihormoon, zal uw groeihormoonproductie opnieuw getest worden als de groei gestopt is. Als blijkt dat u een ernstig tekort aan groeihormoon heeft, zal uw arts u adviseren om door te gaan met de behandeling.
Alleen een arts die ervaring heeft met de behandeling met groeihormoon en die uw diagnose bevestigd heeft, mag dit geneesmiddel aan u voorschrijven.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
- U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
- Als u een actieve tumor (kanker) heeft. U mag pas beginnen met de behandeling met Genotropin als uw tumor niet meer actief is en als uw antikankerbehandeling beëindigd is.
- Als u ernstig ziek bent (bijvoorbeeld bij complicaties na een openhartoperatie, buikoperatie, acute benauwdheid, trauma of vergelijkbare toestand). Als u een grote operatie moet ondergaan of kortgeleden ondergaan heeft, of als u om wat voor reden dan ook in het ziekenhuis opgenomen moet worden, vertel dan aan uw eigen arts en aan de andere behandelende artsen dat u groeihormoon gebruikt.
- Als uw arts Genotropin heeft voorgeschreven om uw groei te stimuleren, terwijl u niet meer groeit (als uw epifysairschijven gesloten zijn).
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
- Als u een verhoogde kans op diabetes heeft. Tijdens de behandeling met Genotropin zal uw arts uw bloedsuiker regelmatig controleren.
- Als u al diabetes heeft: controleer regelmatig uw bloedsuiker tijdens de behandeling met Genotropin en bespreek de uitslagen met uw arts om na te gaan of de dosering van uw geneesmiddelen tegen diabetes veranderd moet worden.
- Na aanvang van de Genotropin behandeling is het voor sommige patiënten nodig om te beginnen met schildklierhormoon vervangingstherapie.
- Als u behandeld wordt met schildklierhormoon: misschien moet de dosering schildklierhormoon aangepast worden.
- Als u groeihormonen gebruikt om de groei te stimuleren en mank loopt, of u tijdens de behandeling, door pijn in uw heup, mank gaat lopen: neem contact op met uw arts.
- Als u verschijnselen ontwikkelt van verhoogde hersendruk (met symptomen als ernstige hoofdpijn, problemen met het zien of braken): neem direct contact op met uw arts.
- Als uw arts heeft vastgesteld dat u een ontsteking heeft van de spieren in de buurt van de injectieplaats, die veroorzaakt wordt door het conserveermiddel metacresol: ga over op een ander Genotropin-product dat geen metacresol bevat.
- Als u Genotropin gebruikt omdat u te weinig groeihormoon heeft na een behandeling wegens kanker: ga regelmatig voor controle naar de arts om uit te sluiten dat de kanker terugkomt of dat een andere vorm van kanker optreedt.
- Als u buikpijn heeft die steeds erger wordt, neem dan contact op met uw arts.
- Er is weinig ervaring met behandeling van patiënten ouder dan 80 jaar. Ouderen kunnen gevoeliger zijn voor de werking van Genotropin en zullen daarom meer last hebben van bijwerkingen.
Voor kinderen met chronisch verminderde nierfunctie:
De arts controleert je nierfunctie en groeisnelheid voordat je kunt beginnen met Genotropin. De behandeling van je nierziekte moet voortgezet worden. Als je een niertransplantatie ondergaat, moet de behandeling met Genotropin gestopt worden.
Voor kinderen met het syndroom van Prader-Willi:
- Je krijgt van de arts een dieetadvies om te voorkomen dat je te zwaar wordt.
- Voordat je met Genotropin kunt beginnen, onderzoekt de arts je bovenste luchtwegen om vernauwing, slaapapneu (de ademhaling wordt tijdens de slaap onderbroken) of luchtweginfecties op te sporen.
- Als je tijdens de behandeling last krijgt van vernauwing van de bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld beginnen met snurken of harder gaan snurken), kan de arts na onderzoek van je luchtwegen besluiten om de behandeling met Genotropin te stoppen.
- Tijdens de behandeling wordt je rug gecontroleerd op scoliose, een afwijking van de ruggenwervel.
- Als je tijdens de behandeling een longinfectie krijgt, neem dan contact op met de arts zodat de infectie behandeld kan worden.
Voor kinderen die bij de geboorte te licht of te klein zijn:
- Als je bij de geboorte te klein of te licht was en als je nu tussen 9 en 12 jaar oud bent, is het goed om eens met je arts te praten over de puberteit en de behandeling met groeihormoon.
- Voor het begin van de behandeling, en daarna ieder jaar, controleert de arts je bloedsuiker en het insulinegehalte van je bloed.
- Je moet doorgaan met de behandeling totdat je gestopt bent met groeien.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
Gebruikt u naast Genotropin nog andere medicijnen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Bespreek met uw arts of apotheker voor u start met een somatotropinebehandeling:
Wanneer u een substitutietherapie met glucocorticoïden ondergaat, moet u uw arts regelmatig consulteren, omdat de kans bestaat dat de dosis van uw glucocorticoïdetherapie aangepast moet worden.
Vertel het aan de arts als u een of meer van de volgende geneesmiddelen gebruikt:
- geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes,
- schildklierhormoon,
- synthetische bijnierhormonen (corticosteroïden),
- oraal in te nemen oestrogenen of andere geslachtshormonen,
- ciclosporine (een geneesmiddel dat het immuunsysteem remt na een transplantatie),
- geneesmiddelen voor de behandeling van epilepsie (anticonvulsiva).
Uw arts zal mogelijk de dosering van deze geneesmiddelen of van Genotropin moeten veranderen.
Zwangerschap en borstvoeding
U mag Genotropin niet gebruiken als u zwanger bent, denkt zwanger te zijn of probeert zwanger te worden.
Vraag uw arts om advies voordat u met Genotropin gaat beginnen terwijl u borstvoeding geeft.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt.
Genotropin bevat natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Hoe wordt Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie gebruikt?
Gebruik dit medicijn altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Aanbevolen dosering
De dosering hangt af van uw lengte, de aandoening waarvoor u behandeld wordt en ook van uw gevoeligheid voor groeihormoon. Iedereen is anders. De dosering Genotropin (in milligrammen) en het doseringsschema worden vastgesteld aan de hand van het lichaamsgewicht in kilogrammen (kg) of het lichaamsoppervlak (berekend uit lengte en gewicht en uitgedrukt in vierkante meters (m2)). Verander de dosering of het doseringsschema niet zonder advies van de arts.
Kinderen met te weinig groeihormoon:
0,025-0,035 mg/kg lichaamsgewicht per dag of 0,7-1,0 mg/m2 lichaamsoppervlak per dag. Soms worden ook hogere doseringen gebruikt. Als het tekort aan groeihormoon in de adolescentie voortduurt, moet de behandeling met Genotropin worden voortgezet totdat de lichamelijke ontwikkeling is voltooid.
Kinderen met het syndroom van Turner:
0,045-0,050 mg/kg lichaamsgewicht per dag of 1,4 mg/m2 lichaamsoppervlak per dag.
Kinderen met chronisch verminderde nierfunctie:
0,045-0,050 mg/kg lichaamsgewicht per dag of 1,4 mg/m2 lichaamsoppervlak per dag. Als de groeisnelheid te laag is, kan de dosering worden verhoogd. Na 6 maanden behandeling kan aanpassing van de dosering nodig zijn.
Kinderen met het syndroom van Prader-Willi:
0,035 mg/kg lichaamsgewicht per dag of 1,0 mg/m2 lichaamsoppervlak per dag. De dagelijkse dosis mag niet hoger zijn dan 2,7 mg. De behandeling dient niet te worden gebruikt door kinderen die vrijwel zijn gestopt met groeien na de puberteit.
Kinderen die bij de geboorte te klein of te licht waren en die later een groeistoornis hebben:
0,035 mg/kg lichaamsgewicht per dag of 1,0 mg/m2 lichaamsoppervlak per dag. Het is belangrijk om de behandeling voort te zetten totdat de eindlengte bereikt is. Bij patiënten die onvoldoende op Genotropin reageren, moet de behandeling na een jaar gestopt worden. Ook bij patiënten die niet meer groeien en die de eindlengte bereikt hebben moet de behandeling worden beëindigd.
Volwassenen met groeihormoondeficiëntie:
Als u doorgaat met Genotropin na behandeling in de kinderjaren, begint u met 0,2-0,5 mg per dag. Deze dosering kan geleidelijk verhoogd of verlaagd worden aan de hand van de uitslagen van bloedonderzoek, de klinische respons en de bijwerkingen.
Als uw groeihormoondeficiëntie pas op volwassen leeftijd is ontstaan, begint u met 0,15-0,3 mg per dag. Deze dosering kan geleidelijk verhoogd of verlaagd worden aan de hand van de uitslagen van bloedonderzoek, de klinische respons en de bijwerkingen. De dagelijkse onderhoudsdosis is zelden hoger dan 1,0 mg per dag. Vrouwen hebben soms meer Genotropin nodig dan mannen. De dosering moet om de 6 maanden gecontroleerd worden. Patiënten ouder dan 60 jaar beginnen met een dosis van 0,1-0,2 mg per dag. De dosering kan langzaam verhoogd worden tot voldaan wordt aan de individuele behoefte van de patiënt. Gebruik altijd de laagste werkzame dosis. De dagelijkse onderhoudsdosis is zelden hoger dan 0,5 mg per dag. Volg bij het gebruik van Genotropin altijd nauwkeurig de instructies van uw arts op.
Het injecteren van Genotropin
Genotropin is bedoeld voor subcutaan gebruik. Dit betekent dat het met een korte injectienaald net onder de huid in het vetweefsel moet worden gespoten. Waarschijnlijk heeft uw arts of verpleegkundige u al laten zien hoe u Genotropin moet inspuiten. Volg bij het inspuiten van Genotropin altijd nauwgezet het advies van uw arts. Raadpleeg bij twijfel uw arts of apotheker.
De gebruiksaanwijziging voor het gebruik van de GoQuick voorgevulde pen zit in het doosje van de voorgevulde pen.
De gebruiksaanwijziging voor het gebruik van de tweekamerampul met de Genotropin pen wordt geleverd bij de injectiepen.
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u het middel gebruikt.
De naald moet op de Genotropin pen (injectiepen of voorgevulde GoQuick pen) geplaatst zijn voordat u begint met het mengen van poeder en oplosmiddel. Voor elke injectie moet een nieuwe naald gebruikt worden. Gebruikte naalden mogen niet hergebruikt worden.
Klaarmaken van de injectie:
Neem Genotropin een half uur voor de injectie uit de koelkast. Als de vloeistof een beetje warmer is, zal de injectie minder pijnlijk zijn.
De GoQuick voorgevulde pen bevat de tweekamerampul die het groeihormoon en het oplosmiddel bevat. Het groeihormoon en het oplosmiddel worden gemengd door de ampulhouder te draaien (een gedetailleerde beschrijving is terug te vinden in de gebruiksaanwijzing). Een apart hulpmiddel is hiervoor niet nodig.
Genotropin in een tweekamerampul bevat het groeihormoon en het oplosmiddel en is speciaal bedoeld voor gebruik in de Genotropin injectiepen. Het groeihormoon en het oplosmiddel in de ampul kunnen gemengd worden door het in elkaar draaien van de Genotropin injectiepen.
Los het poeder op door de Genotropin pen voorzichtig heen en weer te zwenken, totdat het poeder volledig is opgelost (dit geldt voor de injectiepen en de GoQuick voorgevulde pen).
NIET SCHUDDEN tijdens het mengen van Genotropin, maar voorzichtig mengen. Door schudden ontstaat schuim; dit kan de werkzaamheid van het groeihormoon nadelig beïnvloeden. Gebruik de oplossing niet als deze niet helder is of deeltjes bevat.
- Het injecteren van Genotropin:
Was altijd eerst de handen en reinig de huid.
Spuit het groeihormoon iedere dag op ongeveer dezelfde tijd in, bijvoorbeeld voor het slapengaan. Dat is gemakkelijk te onthouden. Het is ook heel natuurlijk om ’s nachts meer groeihormoon in het bloed te hebben.
De meeste mensen injecteren groeihormoon in de dij of de bil. Injecteer groeihormoon op de plaats die de arts heeft aangeraden. Het vetweefsel van de huid op de injectieplaats kan gaan slinken. Kies daarom elke keer een andere injectieplaats. Dit geeft uw huid en het onderhuidse weefsel de tijd om te herstellen van de injectie, voordat diezelfde plaats opnieuw voor een injectie wordt gebruikt.
Denk eraan om Genotropin meteen na de injectie weer in de koelkast terug te zetten.
Heeft u te veel van dit medicijn gebruikt?
Als u te veel Genotropin heeft gebruikt, neem dan direct contact op met uw arts of apotheker. Een te veel aan groeihormoon kan een sterke daling en later een sterke stijging van de bloedsuikerspiegel veroorzaken. Daarbij voelt u zich trillerig, zweterig, slaperig of gewoon niet lekker en kunt u flauwvallen.
Bent u vergeten dit medicijn te gebruiken?
Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
Probeer het groeihormoon zo veel mogelijk op dezelfde tijd te injecteren. Als u een dosis vergeten bent, injecteer de volgende dosis dan de volgende dag op het normale tijdstip. Schrijf op wanneer u een dosis vergeten bent en vertel het aan de arts bij de volgende controle.
Als u stopt met het gebruik van dit medicijn
Vraag advies aan uw arts voordat u stopt met het gebruik van Genotropin.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit medicijn? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie?
Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. De zeer vaak en vaak voorkomende bijwerkingen bij volwassenen beginnen in de eerste maanden van de behandeling en verdwijnen spontaan of als de dosering wordt verlaagd.
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
Bij volwassenen:
- Gewrichtspijn.
- Vasthouden van lichaamsvocht (gepaard gaand met opgezette vingers of enkels).
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
Bij kinderen:
- Gewrichtspijn.
- Tijdelijke roodheid, jeuk of pijn op de injectieplaats.
Bij volwassenen:
- Een doof of tintelend gevoel in de huid.
- Pijn of brandend gevoel in de handen of onderarmen (bekend als carpaal tunnelsyndroom).
- Stijfheid van armen en benen, spierpijn.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):
Bij kinderen:
- Bloedkanker (leukemie). Dit is gemeld bij een paar patiënten met te weinig groeihormonen (groeihormoondeficiëntie). Sommige patiënten daarvan zijn behandeld met somatropine. Toch zijn er geen aanwijzingen dat de kans op bloedkanker hoger is bij patiënten die groeihormoon gebruiken als er geen factoren zijn (predisponerende factoren) waardoor zij extra risico lopen op het krijgen van bloedkanker (leukemie).
- Hoge hersendruk (met tekenen als erge hoofdpijn, problemen met het zien of overgeven).
- Een doof of tintelend gevoel in de huid.
- Huiduitslag.
- Jeuk.
- Uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos).
- Spierpijn.
- Borstgroei bij jongens (gynaecomastie).
- Vasthouden van lichaamsvocht. Dit is te zien door opgezette vingers of enkels. Dit ontstaat aan het begin van de behandeling en duurt kort.
Bij volwassenen:
Borstgroei bij mannen (gynaecomastie)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
- Type 2 diabetes.
- Opzwellen van het gezicht
- Hoofdpijn
- Een afgenomen spiegel van het hormoon cortisol in uw bloed.
Bij kinderen:
Stijfheid van armen en benen.
Bij volwassenen:
- Verhoogde hersendruk (met verschijnselen als ernstige hoofdpijn, problemen met het zien of braken).
- Huiduitslag.
- Jeuk.
- Uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos).
- Roodheid, jeuk of pijn op de injectieplaats.
Vorming van antilichamen tegen het geïnjecteerde groeihormoon, maar deze lijken de werking van het groeihormoon niet te stoppen.
In de huid rond de injectieplaats kunnen bultjes ontstaan; dit kunt u voorkomen door voor iedere injectie een andere plaats te kiezen.
Een zeer zeldzame bijwerking is een ontsteking van de spieren in de buurt van de injectieplaats. Dit wordt veroorzaakt door het conserveermiddel metacresol. Als de arts heeft vastgesteld dat dit bij u het geval is, moet u een Genotropin-product gebruiken zonder metacresol.
Er zijn zeldzame gevallen gemeld van plotseling overlijden van patiënten met het syndroom van Prader- Willi. Het is echter niet duidelijk of dit werd veroorzaakt door Genotropin.
Epifysiolyse van de heup (SCFE) en ziekte van Perthes kan door uw arts worden overwogen als ongemak of pijn in de heup of knie wordt ervaren tijdens het behandelen met Genotropin.
Andere mogelijke bijwerkingen samenhangend met uw behandeling met groeihormoon kunnen de onderstaande zijn.
U (of uw kind) kan een hoog bloedsuikergehalte of een verlaagd schildklierhormoonspiegel ervaren. Dit kan door uw arts worden gemeten en indien nodig zal uw arts een passende behandeling voorschrijven. Een ontsteking van de alvleesklier is in zeldzame gevallen gemeld bij patiënten die met groeihormoon zijn behandeld.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.
Hoe bewaart u Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de verpakking na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Vóór het mengen
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Bewaar de tweekamerampul in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Vóór opening mag het product maximaal 1 maand buiten de koelkast bij of beneden 25°C bewaard worden zonder dat het wordt teruggeplaatst. Na deze tijd moet het weggegooid worden.
Na het mengen
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C) tot maximaal 28 dagen. Niet in de vriezer bewaren. Bewaar de GoQuick voorgevulde pen of de tweekamerampul in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Gebruik dit geneesmiddel niet als u deeltjes waarneemt of als de oplossing troebel is.
Genotropin mag niet bevroren worden. Als het bevroren is, mag u het niet meer gebruiken.
Gooi naalden en lege of gedeeltelijk gebruikte ampullen nooit weg met het huishoudafval. Als u klaar bent met een naald moet u deze weggooien in een speciale afvalcontainer voor gebruikte naalden, zodat deze niet meer gebruikt kan worden en niemand zich eraan kan prikken.
Spoel medicijnen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u medicijnen op de juiste manier afvoert, worden ze op een juiste manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Genotropin 5,0 mg, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
De werkzame stof in dit medicijn is somatropine*.
- Een ampul bevat 5,0 mg of 12 mg somatropine*.
- Na bereiding bedraagt de concentratie somatropine* 5,0 mg of 12 mg per milliliter.
- De andere bestanddelen van het poeder zijn: glycine (E640), mannitol (E421), watervrij natriumdiwaterstoffosfaat (E339) en watervrij dinatriumfosfaat (E339) (zie rubriek 2 “Genotropin bevat natrium”).
- De bestanddelen van het oplosmiddel zijn: water voor injecties, mannitol (E421) en metacresol. * geproduceerd in Escherichia Coli cellen door recombinant DNA technologie
Hoe ziet Genotropin eruit en wat zit er in een verpakking?
Genotropin is een poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een ampul met twee kamers. Een kamer bevat het poeder en de andere kamer bevat het oplosmiddel (5 mg/ml of 12 mg/ml). Het kan zijn dat de ampul verpakt zit in een voorgevulde pen. Verpakkingsgrootte van 1 of 5 voorgevulde pennen of van 1, 5 of 20 ampullen.
Het kan zijn dat niet alle sterktes en verpakkingsgroottes in de handel gebracht worden.
Het poeder is wit en het oplosmiddel is helder.
U kunt de ampullen gebruiken in een speciaal injectiesysteem voor Genotropin, de Genotropin injectiepen. De Genotropin ampullen zijn met kleur gecodeerd en moeten gebruikt worden met de overeenkomende kleur gecodeerde Genotropin pen om de juiste dosis te verkrijgen.
De Genotropin 5,0 mg ampul (groen) moet gebruikt worden met de Genotropin pen 5 (groen). De Genotropin 12 mg ampul (paars) moet gebruikt worden met de Genotropin pen 12 (paars).
De gebruiksaanwijzing bevindt zich in de verpakking van het injectiesysteem. Vraag de arts om een injectiesysteem als u er nog geen heeft.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Vergunninghouder
Pfizer bv
Rivium Westlaan 142 2909 LD Capelle a/d IJssel
Fabrikant
Pfizer Manufacturing Belgium NV
Rijksweg 12
2870 Puurs-Sint-Amands
België
Voor vragen over dit geneesmiddel, bel met Pfizer: 0800-MEDINFO (63 34 636).
Dit medicijn is in het register ingeschreven onder:
RVG 25480 - Genotropin 5,0 mg
RVG 15790 - Genotropin 12 mg
Dit medicijn is geregistreerd in lidstaten van de Europese Economische Ruimte en in het Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland) onder de volgende namen:
Genotropin: Oostenrijk, Denemarken, Finland, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Nederland, Portugal, Zweden, Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland)
Genotonorm: België, Frankrijk, Luxemburg Genotonorm Kabipen: Spanje
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in mei 2024.
Andere informatiebronnen
Meer informatie over dit medicijn kunt u vinden op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (www.cbg-meb.nl).
GENOTROPIN GoQuick® GEBRUIKSAANWIJZING
Lees deze gebruiksaanwijzing helemaal door voordat u uw Genotropin GoQuick Pen gaat gebruiken. Als u vragen heeft over uw dosering of uw behandeling met Genotropin, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Over GoQuick
GoQuick is een multidosis wegwerp-injectiepen, die voorgevuld is met 5,0 mg somatropine. Uw pen kan doses toedienen van 0,1 mg tot 1,5 mg Genotropin. Elke klik van de zwarte ring verandert de dosis met 0,05 mg. Het Genotropin in uw pen wordt slechts eenmaal gemengd, namelijk als u met een nieuwe pen begint. U hoeft nooit ampullen te wisselen. Als uw pen leeg is, begint u gewoon met een nieuwe pen.
Uw pen heeft een doseergeheugen. Bij een nieuwe pen wordt de dosering slechts eenmaal ingesteld. Met uw pen kunt u dan bij elke injectie dezelfde ingestelde dosis optrekken. Dit voorkomt dat u meer optrekt dan uw ingestelde dosis.
Belangrijke informatie
- Meng het poeder en de vloeistof van uw pen alleen als er een naald op uw pen zit.
- Bewaar uw pen zonder naald. De Genotropin kan uit uw pen lekken en er kunnen zich luchtbelletjes vormen in de ampul. Verwijder altijd de naald en doe de beschermdop op de pen of de zwarte dop op de naaldbeschermer, voordat u hem opbergt.
- Laat uw pen niet vallen. Als u uw pen laat vallen en een onderdeel ervan kapot of beschadigd is, gebruik hem dan niet. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor een nieuwe pen. Als u uw pen laat vallen en hij niet beschadigd of kapot is, moet u uw pen opnieuw vullen zoals beschreven in stap 6 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen).
- Maak uw pen schoon met een vochtige doek. Plaats uw pen niet in het water.
- Gebruik voor elke injectie altijd een nieuwe naald. Deel uw pennaalden niet.
- De schaal voor de overgebleven hoeveelheid aan de zijkant van de ampulhouder is een leidraad om te laten zien hoeveel Genotropin uw pen nog bevat.
Bewaring en verwijdering
- Bewaar uw pen in de koelkast (2°C tot 8°C) in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht. Bewaar uw pen niet in de vriezer of stel hem niet bloot aan vorst.
- Gebruik uw pen niet meer na de vervaldatum.
- Gooi uw pen 28 dagen na het mengen weg, zelfs als hij nog geneesmiddel bevat.
- Kijk op de keerzijde van deze bijsluiter voor informatie over de bewaring van uw GoQuick Pen.
- Gooi uw pen weg volgens de lokale gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen. Vraag advies aan uw arts of verpleegkundige als u niet weet wat u moet doen.
Onderdelen van uw GoQuick Pen
Pennaalden zijn niet inbegrepen bij uw GoQuick Pen. U moet pennaalden met een maximale lengte van 8 mm bij uw apotheek halen.
Naalden om bij uw GoQuick Pen te gebruiken: O 31G of 32G (Becton Dickinson and Company) O 31G of 32G (Novo Nordisk®) O 32,5G of 34G (Terumo)
Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen
Stap 1 Voorbereiding
- Was en droog uw handen.
-
Verzamel de volgende benodigdheden op een schoon, plat oppervlak: O Een nieuwe GoQuick Pen
O Een nieuwe naald (niet inbegrepen)
O Geschikte afvalbak voor gebruikte naalden (niet inbegrepen). - Controleer de vervaldatum op het etiket van uw pen. Gebruik uw pen niet als de vervaldatum van
uw pen is verstreken.
Stap 2 Kies een injectieplaats
- Kies en reinig een injectieplaats zoals aanbevolen door uw arts of verpleegkundige. Kies elke keer dat u uzelf een injectie geeft een andere injectieplaats. Elke nieuwe injectie moet worden gegeven op minstens 2 cm afstand van de plaats die u eerder heeft gebruikt.
- Vermijd gebieden die benig, rood, gevoelig of hard zijn en gebieden van de huid met blauwe plekken, littekens of huidaandoeningen.
Stap 3 Bevestig een nieuwe naald
- Trek de beschermdop recht van uw pen.
- Neem een nieuwe naald en maak de papieren folie los.
-
Druk de naald voorzichtig op uw pen en draai de naald er vervolgens voorzichtig op. Niet te strak aandraaien.
Opmerking: Let erop dat u de naald niet onder een hoek bevestigt. Hierdoor kan uw pen gaan lekken. - Laat beide naalddoppen op de naald.
Stap 4 Meng het Genotropin
- Houd uw pen met de naald naar boven en de ‘A’ naar u toe gericht.
- Draai de ampulhouder stevig in uw pen totdat ‘B’ in de inkeping klikt.
- Beweeg uw pen rustig heen en weer om het poeder volledig te laten oplossen. Niet schudden. Schudden kan het groeihormoon schaden.
- Controleer of de vloeistof in de ampul helder is en al het poeder is opgelost.
- Als de vloeistof troebel is of als u nog poeder ziet, beweeg de pen dan nog enige keren voorzichtig heen en weer.
- Als de vloeistof nog troebel is of als u nog poeder ziet, gebruik de pen dan niet en probeer het opnieuw met een nieuwe pen.
Stap 5 Verwijder de lucht uit uw pen
- Neem de buitenste naalddop van de naald. Niet weggooien, u heeft hem na uw injectie weer nodig om de naald te verwijderen.
-
Laat de binnenste naalddop op de naald.
Opmerking: U moet een binnenste naalddop zien nadat u de buitenste naalddop heeft verwijderd. Als u dit niet ziet, probeer de naald dan opnieuw te bevestigen. - Houd uw pen met de naald naar boven.
- Tik zachtjes tegen de ampulhouder zodat eventuele luchtbelletjes naar boven komen.
- Draai de ampulhouder stevig op uw pen totdat ‘C’ in de inkeping klikt.
Soms kan er wat vloeistof verschijnen rond de binnenste naalddop. Dit is normaal.
Stap 6 Vul uw pen
Vullen verwijdert eventueel achtergebleven lucht door een kleine hoeveelheid vloeistof uit uw pen te duwen. De vuldosis is 0,1 mg en verschilt van de dosis die uw arts of verpleegkundige heeft voorgeschreven. Vul uw pen alleen de eerste keer dat u hem gebruikt.
-
Trek de binnenste naalddop van de naald en gooi deze weg.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen. - Controleer of het geheugenvenster is ingesteld op 0,1 mg.
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijl totdat hij niet meer klikt.
- Houd uw pen met de naald recht naar boven.
- Druk de groene injectieknop helemaal in.
- Controleer op vloeistof aan de punt van de naald. Als er vloeistof verschijnt, is uw pen gevuld. O Als er geen vloeistof verschijnt, herhaal dan de vulstappen maximaal tweemaal extra.
Als er dan nog geen vloeistof verschijnt, gebruik uw pen dan niet. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor advies.
Stap 7 Stel uw dosis in en trek uw dosis op
De eerste keer dat u uw pen gebruikt, stelt u de dosis in die uw arts of verpleegkundige heeft voorgeschreven. U hoeft de dosis niet opnieuw in te stellen totdat u met een nieuwe pen begint of uw arts of verpleegkundige het
- vraagt.
- Draai de zwarte ring tegen de wijzers van de klok in totdat uw dosis op één lijn staat met het witte pijltje in het geheugenvenster. Draai niet aan de grijze draaischijf.
Als u voorbij het witte pijltje draait, kunt u de zwarte ring gewoon terug draaien om uw juiste dosis in te stellen.
Opmerking: Als u de zwarte ring niet kunt draaien, druk dan de groene injectieknop in totdat deze niet meer klikt. Probeer uw dosis dan weer in te stellen. U zult zien dat er vloeistof uit de naald komt.
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijlen tot u geen klik meer hoort.
Stap 8 Controleer uw dosis
Uw dosis op het zwarte staafje moet op één lijn staan met het witte pijltje.
Controleer of de opgetrokken dosis op het zwarte staafje dezelfde is als de dosis die u heeft ingesteld in het geheugenvenster.
- Als de dosis overeenkomt, is uw pen klaar om uw injectie te geven.
- Als de dosis niet overeenkomt, controleer dan of u de grijze draaischijf in de richting van de pijlen heeft gedraaid totdat hij niet meer klikt.
Stap 9 Geef uw injectie met Genotropin
- Houd uw pen boven de injectieplaats.
- Breng de naald recht in de huid.
- Druk op de groene injectieknop totdat hij niet meer klikt.
- Wacht een volledige 5 seconden om er zeker van te zijn dat uw volledige dosis is geïnjecteerd. Houd de groene injectieknop lichtjes ingedrukt terwijl u telt.
- Trek na 5 seconden de naald loodrecht uit uw huid.
Opmerking: Als u een druppel vloeistof op de injectieplaats of de punt van de naald ziet, probeer dan bij uw volgende injectie langer op de groene injectieknop te drukken voordat u de naald uit uw huid trekt.
Stap 10 Verwijder de naald
-
Doe de buitenste naalddop voorzichtig op de naald.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen. - Draai de naald los met de buitenste naalddop.
- Gooi de naald weg in een geschikte afvalbak voor gebruikte naalden.
- Doe de beschermdop op uw pen.
- Bewaar uw pen in de koelkast tot uw volgende injectie.
Dagelijks gebruik van de GoQuick Pen
Stap 1 Voorbereiding
- Was en droog uw handen.
-
Verzamel de volgende benodigdheden op een schoon, plat oppervlak: O Een al gemengde GoQuick Pen
O Een nieuwe naald (niet inbegrepen)
O Geschikte afvalbak voor gebruikte naalden (niet inbegrepen). - Controleer de vervaldatum op het etiket van uw pen. Gebruik uw pen niet als de vervaldatum van uw pen
is verstreken.
Gebruik uw pen niet 28 dagen na het eerste gebruik.
Stap 2 Kies een injectieplaats
- Kies en reinig een injectieplaats zoals aanbevolen door uw arts of verpleegkundige. Kies elke keer dat u uzelf een injectie geeft een andere injectieplaats. Elke nieuwe injectie moet worden gegeven op minstens 2 cm afstand van de plaats die u eerder heeft gebruikt.
- Vermijd gebieden die benig, rood, gevoelig of hard zijn en gebieden van de huid met blauwe plekken, littekens of huidaandoeningen.
Stap 3 Bevestig een nieuwe naald
- Trek de beschermdop recht van uw pen.
- Neem een nieuwe naald en maak de papieren folie los.
-
Druk de naald voorzichtig op uw pen en draai de naald er vervolgens voorzichtig op. Niet te strak aandraaien.
Opmerking: Let erop dat u de naald niet onder een hoek bevestigt. Hierdoor kan uw pen gaan lekken. - Verwijder beide naalddoppen.
Bewaar de buitenste naalddop om de naald na uw injectie te verwijderen.
Stap 4 Trek uw dosis op
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijlen tot u geen klik meer hoort.
- Uw dosis op het zwarte staafje moet op één lijn staan met het witte pijltje.
- Controleer of de opgetrokken dosis op het zwarte staafje dezelfde is als de dosis die u heeft ingesteld op het geheugenvenster.
Als de dosis overeenkomt, is uw pen klaar om uw injectie te geven.
Opmerking: Als de opgetrokken dosis kleiner is, zit er geen volledige dosis Genotropin meer in uw pen. Volg het advies van de arts of verpleegkundige wanneer er geen volledige dosis meer in uw pen zit. Of neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor advies.
Stap 5 Geef uw injectie met Genotropin
- Houd uw pen boven de injectieplaats.
- Breng de naald recht in de huid.
- Druk op de groene injectieknop totdat die niet meer klikt.
- Wacht een volledige 5 seconden om er zeker van te zijn dat uw volledige dosis is geïnjecteerd. Houd de groene injectieknop lichtjes ingedrukt terwijl u telt.
-
Trek na 5 seconden de naald loodrecht uit uw huid.
Opmerking: Als u een druppel vloeistof op de injectieplaats of de punt van de naald ziet, probeer dan bij uw volgende injectie langer op de groene injectieknop te drukken voordat u de naald uit uw huid trekt.
Stap 6 Verwijder de naald
Doe de buitenste naalddop voorzichtig op de naald.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen.
- Draai de naald los met de buitenste naalddop.
- Gooi de naald weg in een geschikte afvalbak voor gebruikte naalden.
- Doe de beschermdop op uw pen.
- Bewaar uw pen in de koelkast tot uw volgende injectie.
De naaldbeschermer gebruiken (optioneel)
De naaldbeschermer is een optioneel onderdeel dat apart wordt geleverd om de naald tijdens de injectie te verbergen.
De naaldbeschermer bevestigen:
Bevestig de naaldbeschermer na stap 5 (Instelling en gebruik van een nieuwe
GoQuick Pen) om een prikincident te voorkomen.
-
Verwijder de zwarte dop van de naaldbeschermer.
O Wanneer het naaldschild uit de naaldbeschermer schuift, duw hem dan terug in de naaldbeschermer tot hij op zijn plaats klikt. - Zorg dat het zwarte logo op de naaldbeschermer en het groene logo op uw pen tegenover elkaar staan. Druk de naaldbeschermer voorzichtig op uw pen tot hij op zijn plaats klikt.
- Druk na stap 6 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen) op de zwarte knop om het schild uit de naaldbeschermer te laten komen.
- Volg de instructies zoals beschreven vanaf stap 7 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen).
De naald verwijderen met de naaldbeschermer op zijn plaats:
- Plaats de buitenste naalddop in het uiteinde van het naaldschild.
- Druk met behulp van de buitenste naalddop het naaldschild in tot hij op zijn plaats klikt.
- Gebruik de naalddop om de naald los te draaien en gooi de naald in een geschikte naaldcontainer.
- Laat de naaldbeschermer op uw pen zitten.
- Plaats de zwarte dop op de naaldbeschermer. Bewaar uw pen in de koelkast.
De naaldbeschermer verwijderen:
- Verwijder eerst de naald, trek vervolgens voorzichtig de naaldbeschermer van de pen.
- Gooi de naaldbeschermer niet weg. Hij kan worden gebruikt bij uw volgende pen.
GENOTROPIN GoQuick® GEBRUIKSAANWIJZING
Lees deze gebruiksaanwijzing helemaal door voordat u uw Genotropin GoQuick Pen gaat gebruiken.
Als u vragen heeft over uw dosering of uw behandeling met Genotropin, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Over GoQuick
GoQuick is een multidosis wegwerp-injectiepen, die voorgevuld is met 12 mg somatropine. Uw pen kan doses toedienen van 0,3 mg tot 4,5 mg Genotropin. Elke klik van de zwarte ring verandert de dosis met 0,15 mg. Het Genotropin in uw pen wordt slechts eenmaal gemengd, namelijk als u met een nieuwe pen begint. U hoeft nooit ampullen te wisselen. Als uw pen leeg is, begint u gewoon met een nieuwe pen.
Uw pen heeft een doseergeheugen. Bij een nieuwe pen wordt de dosering slechts eenmaal ingesteld. Met uw pen kunt u dan bij elke injectie dezelfde ingestelde dosis optrekken. Dit voorkomt dat u meer optrekt dan uw ingestelde dosis.
Belangrijke informatie
- Meng het poeder en de vloeistof van uw pen alleen als er een naald op uw pen zit.
- Bewaar uw pen zonder naald. De Genotropin kan uit uw pen lekken en er kunnen zich luchtbelletjes vormen in de ampul. Verwijder altijd de naald en doe de beschermdop op de pen of de zwarte dop op de naaldbeschermer, voordat u hem opbergt.
- Laat uw pen niet vallen. Als u uw pen laat vallen en een onderdeel ervan kapot of beschadigd is, gebruik hem dan niet. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor een nieuwe pen. Als u uw pen laat vallen en hij niet beschadigd of kapot is, moet u uw pen opnieuw vullen zoals beschreven in stap 6 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen).
- Maak uw pen schoon met een vochtige doek. Plaats uw pen niet in het water.
- Gebruik voor elke injectie altijd een nieuwe naald. Deel uw pennaalden niet.
- De schaal voor de overgebleven hoeveelheid aan de zijkant van de ampulhouder is een leidraad om te laten zien hoeveel Genotropin uw pen nog bevat.
Bewaring en verwijdering
- Bewaar uw pen in de koelkast (2°C tot 8°C) in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht. Bewaar uw pen niet in de vriezer of stel hem niet bloot aan vorst.
- Gebruik uw pen niet meer na de vervaldatum.
- Gooi uw pen 28 dagen na het mengen weg, zelfs als hij nog geneesmiddel bevat.
- Kijk op de keerzijde van deze bijsluiter voor informatie over de bewaring van uw GoQuick Pen.
- Gooi uw pen weg volgens de lokale gezondheids- en veiligheidsrichtlijnen. Vraag advies aan uw arts of verpleegkundige als u niet weet wat u moet doen.
Onderdelen van uw GoQuick Pen
| Ampulhouder | Poeder | Inkeping | ||
| mg | ||||
| Beschermdop | Schaal met | Vloeistof | ||
| resterend volume |
| Zwart staafje | ||
| Geheugenvenster | Paarse | |
| injectieknop | ||
| mg | ||
| Logo | Wit pijltje | Grijze |
| Zwarte ring | draaischijf |
| Naald (niet inbegrepen) | Naaldbeschermer (apart geleverd) met | ||||
| uitgeschoven naaldschild | |||||
| Buitenste | Binnenste | ||||
| naalddop | naalddop | Naald Papieren | Zwarte | Naaldschild | Zwarte |
| folie | dop | ontspanknop |
Pennaalden zijn niet inbegrepen bij uw GoQuick Pen. U moet pennaalden met een maximale lengte van 8 mm bij uw apotheek halen.
Naalden om bij uw GoQuick te gebruiken: O 31G of 32G (Becton Dickinson and Company) O 31G of 32G (Novo Nordisk®) O 32,5G of 34G (Terumo)
Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen
Stap 1 Voorbereiding
- Was en droog uw handen.
-
Verzamel de volgende benodigdheden op een schoon, plat oppervlak: O Een nieuwe GoQuick Pen
O Een nieuwe naald (niet inbegrepen)
O Geschikte afvalbak voor gebruikte naalden (niet inbegrepen). - Controleer de vervaldatum op het etiket van uw pen. Gebruik uw pen niet als de vervaldatum van uw pen is
verstreken.
Stap 2 Kies een injectieplaats
Kies en reinig een injectieplaats zoals aanbevolen door uw arts of verpleegkundige. Kies elke keer dat u uzelf een injectie geeft een andere injectieplaats. Elke nieuwe injectie moet worden gegeven op minstens 2 cm afstand van de plaats die u eerder heeft gebruikt.
- Vermijd gebieden die benig, rood, gevoelig of hard zijn en gebieden van de huid met blauwe plekken, littekens of huidaandoeningen.
Stap 3 Bevestig een nieuwe naald
- Trek de beschermdop recht van uw pen.
- Neem een nieuwe naald en maak de papieren folie los.
-
Druk de naald voorzichtig op uw pen en draai de naald er vervolgens voorzichtig op. Niet te strak aandraaien.
Opmerking: Let erop dat u de naald niet onder een hoek bevestigt. Hierdoor kan uw pen gaan lekken. - Laat beide naalddoppen op de naald.
Stap 4 Meng het Genotropin
- Houd uw pen met de naald naar boven en de ‘A’ naar u toe gericht.
- Draai de ampulhouder stevig in uw pen totdat ‘B’ in de inkeping klikt.
- Beweeg uw pen rustig heen en weer om het poeder volledig te laten oplossen. Niet schudden. Schudden kan het groeihormoon schaden.
- Controleer of de vloeistof in de ampul helder is en al het poeder is opgelost.
- Als de vloeistof troebel is of als u nog poeder ziet, beweeg de pen dan nog enige keren voorzichtig heen en weer.
- Als de vloeistof nog troebel is of als u nog poeder ziet, gebruik de pen dan niet en probeer het opnieuw met een nieuwe pen.
Stap 5 Verwijder de lucht uit uw pen
- Neem de buitenste naalddop van de naald. Niet weggooien, u heeft hem na uw injectie weer nodig om de naald te verwijderen.
-
Laat de binnenste naalddop op de naald.
Opmerking: U moet een binnenste naalddop zien nadat u de buitenste naalddop heeft verwijderd. Als u dit niet ziet, probeer de naald dan opnieuw te bevestigen. - Houd uw pen met de naald naar boven.
- Tik zachtjes tegen de ampulhouder zodat eventuele luchtbelletjes naar boven komen.
Draai de ampulhouder stevig op uw pen totdat ‘C’ in de inkeping klikt. O Soms kan er wat vloeistof verschijnen rond de binnenste naalddop. Dit is normaal.
Stap 6 Vul uw pen
Vullen verwijdert eventueel achtergebleven lucht door een kleine hoeveelheid vloeistof uit uw pen te duwen. De vuldosis is 0,3 mg en verschilt van de dosis die uw arts of verpleegkundige heeft voorgeschreven. Vul uw pen alleen de eerste keer dat u hem gebruikt.
-
Trek de binnenste naalddop van de naald en gooi deze weg.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen. - Controleer of het geheugenvenster is ingesteld op 0,3 mg.
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijl totdat hij niet meer klikt.
- Houd uw pen met de naald recht naar boven.
- Druk de paarse injectieknop helemaal in.
- Controleer op vloeistof aan de punt van de naald. Als er vloeistof verschijnt, is uw pen gevuld. O Als er geen vloeistof verschijnt, herhaal dan de vulstappen maximaal tweemaal extra.
Als er dan nog geen vloeistof verschijnt, gebruik uw pen dan niet. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor advies.
Stap 7 Stel uw dosis in en trek uw dosis op
De eerste keer dat u uw pen gebruikt, stelt u de dosis in die uw arts of verpleegkundige heeft voorgeschreven. U hoeft de dosis niet opnieuw in te stellen totdat u met een nieuwe pen begint of uw arts of verpleegkundige het
- vraagt.
- Draai de zwarte ring tegen de wijzers van de klok in totdat uw dosis op één lijn staat met het witte pijltje in het geheugenvenster. Draai niet aan de grijze draaischijf.
Als u voorbij het witte pijltje draait, kunt u de zwarte ring gewoon terug draaien om uw juiste dosis in te stellen.
Opmerking: Als u de zwarte ring niet kunt draaien, druk dan de paarse injectieknop in totdat deze niet meer klikt. Probeer uw dosis dan weer in te stellen. U zult zien dat er vloeistof uit de naald komt.
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijlen tot u geen klik meer hoort.
Stap 8 Controleer uw dosis
Uw dosis op het zwarte staafje moet op één lijn staan met het witte pijltje.
Controleer of de opgetrokken dosis op het zwarte staafje dezelfde is als de dosis die u heeft ingesteld in het geheugenvenster. O Als de dosis overeenkomt, is uw pen klaar om uw injectie te geven.
- Als de dosis niet overeenkomt, controleer dan of u de grijze draaischijf in de richting van de pijlen heeft gedraaid totdat hij niet meer klikt.
Stap 9 Geef uw injectie met Genotropin
- Houd uw pen boven de injectieplaats.
- Breng de naald recht in de huid.
- Druk op de paarse injectieknop totdat hij niet meer klikt.
- Wacht een volledige 5 seconden om er zeker van te zijn dat uw volledige dosis is geïnjecteerd. Houd de paarse injectieknop lichtjes ingedrukt terwijl u telt.
-
Trek na 5 seconden de naald loodrecht uit uw huid.
Opmerking: Als u een druppel vloeistof op de injectieplaats of de punt van de naald ziet, probeer dan bij uw volgende injectie langer op de paarse injectieknop te drukken voordat u de naald uit uw huid trekt.
Stap 10 Verwijder de naald
-
Doe de buitenste naalddop voorzichtig op de naald.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen. - Draai de naald los met de buitenste naalddop
- Gooi de naald weg in een geschikte afvalbak voor gebruikte naalden.
- Doe de beschermdop op uw pen.
- Bewaar uw pen in de koelkast tot uw volgende injectie.
Dagelijks gebruik van de GoQuick Pen
Stap 1 Voorbereiding
Was en droog uw handen.
-
Verzamel de volgende benodigdheden op een schoon, plat oppervlak: O Een al gemengde GoQuick Pen
O Een nieuwe naald (niet inbegrepen)
O Geschikte afvalbak voor gebruikte naalden (niet inbegrepen). - Controleer de vervaldatum op het etiket van uw pen. Gebruik uw pen niet als de vervaldatum van uw pen
is verstreken.
Gebruik uw pen niet 28 dagen na het eerste gebruik.
Stap 2 Kies een injectieplaats
- Kies en reinig een injectieplaats zoals aanbevolen door uw arts of verpleegkundige. Kies elke keer dat u uzelf een injectie geeft een andere injectieplaats. Elke nieuwe injectie moet worden gegeven op minstens 2 cm afstand van de plaats die u eerder heeft gebruikt.
- Vermijd gebieden die benig, rood, gevoelig of hard zijn en gebieden van de huid met blauwe plekken, littekens of huidaandoeningen.
Stap 3 Bevestig een nieuwe naald
- Trek de beschermdop recht van uw pen.
- Neem een nieuwe naald en verwijder de papieren folie.
-
Druk de naald voorzichtig op uw pen en draai de naald er vervolgens voorzichtig op. Niet te strak aandraaien.
Opmerking: Let erop dat u de naald niet onder een hoek bevestigt. Hierdoor kan uw pen gaan lekken. - Verwijder beide naalddoppen.
Bewaar de buitenste naalddop om de naald na uw injectie te verwijderen.
Stap 4 Trek uw dosis op
- Draai de grijze draaischijf in de richting van de pijlen tot u geen klik meer hoort.
- Uw dosis op het zwarte staafje moet op één lijn staan met het witte pijltje.
- Controleer of de opgetrokken dosis op het zwarte staafje dezelfde is als de dosis die u heeft ingesteld op
het geheugenvenster.
Als de dosis overeenkomt, is uw pen klaar om uw injectie te geven.
Opmerking: Als de opgetrokken dosis kleiner is, zit er geen volledige dosis Genotropin meer in uw pen. Volg het advies van de arts of verpleegkundige wanneer er geen volledige dosis meer in uw pen zit. Of neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor advies.
Stap 5 Geef uw injectie met Genotropin
- Houd uw pen boven de injectieplaats.
- Breng de naald recht in de huid.
- Druk op de paarse injectieknop totdat hij niet meer klikt.
- Wacht een volledige 5 seconden om er zeker van te zijn dat uw volledige dosis is geïnjecteerd. Houd de paarse injectieknop lichtjes ingedrukt terwijl u telt.
- Trek na 5 seconden de naald loodrecht uit uw huid.
Opmerking: Als u een druppel vloeistof op de injectieplaats of de punt van de naald ziet, probeer dan bij uw volgende injectie langer op de paarse injectieknop te drukken voordat u de naald uit uw huid trekt.
Stap 6 Verwijder de naald
Doe de buitenste naalddop voorzichtig op de naald.
Let op: Raak de naald niet aan om een prikincident te voorkomen.
- Draai de naald los met de buitenste naalddop
- Gooi de naald weg in een geschikte afvalbak voor gebruikte naalden.
- Doe de beschermdop op uw pen.
- Bewaar uw pen in de koelkast tot uw volgende injectie.
De naaldbeschermer gebruiken (optioneel)
De naaldbeschermer is een optioneel onderdeel dat apart wordt geleverd om de naald tijdens de injectie te verbergen.
De naaldbeschermer bevestigen:
Bevestig de naaldbeschermer na stap 5 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen) om een prikincident te voorkomen.
-
Verwijder de zwarte dop van de naaldbeschermer.
O Wanneer het naaldschild uit de naaldbeschermer schuift, duw hem dan terug in de naaldbeschermer tot hij op zijn plaats klikt. - Zorg dat het zwarte logo op de naaldbeschermer en het paarse logo op uw pen tegenover elkaar staan. Druk de naaldbeschermer voorzichtig op uw pen tot hij op zijn plaats klikt.
- Druk na stap 6 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen) op de zwarte knop om het schild uit de naaldbeschermer te laten komen.
- Volg de instructies zoals beschreven vanaf stap 7 (Instelling en gebruik van een nieuwe GoQuick Pen).
De naald verwijderen met de naaldbeschermer op zijn plaats:
- Plaats de buitenste naalddop in het uiteinde van het naaldschild.
- Druk met behulp van de buitenste naalddop het naaldschild in tot hij op zijn plaats klikt.
- Gebruik de naalddop om de naald los te draaien en gooi de naald in een geschikte naaldcontainer.
- Laat de naaldbeschermer op uw pen zitten.
- Plaats de zwarte dop op de naaldbeschermer. Bewaar uw pen in de koelkast.
De naaldbeschermer verwijderen:
- Verwijder eerst de naald, trek vervolgens voorzichtig de naaldbeschermer van de pen.
- Gooi de naaldbeschermer niet weg. Hij kan worden gebruikt bij uw volgende pen.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


