Inhoud
In het kort
VAQTA Junior is een vaccin. Vaccins worden gebruikt om te beschermen tegen infectieziekten. Ze stimuleren het lichaam om een eigen bescherming tegen de betreffende ziekte aan te maken. VAQTA Junior helpt kinderen van 12 maanden tot en met 17 jaar oud te beschermen tegen ziekte veroorzaakt door het hepatitis A-virus.
- Werkzame stof(fen)
- Hepatitis A immunoglobuline
- Vergunninghouder
- Merck Sharp & Dohme B.V. Waarderweg 39 2031 BN HAARLEM
- ATC-code
- J07BC02
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml gebruikt?
VAQTA Junior is een vaccin. Vaccins worden gebruikt om te beschermen tegen infectieziekten. Ze stimuleren het lichaam om een eigen bescherming tegen de betreffende ziekte aan te maken.
VAQTA Junior helpt kinderen van 12 maanden tot en met 17 jaar oud te beschermen tegen ziekte veroorzaakt door het hepatitis A-virus.
Een hepatitis A-infectie wordt veroorzaakt door een virus dat de lever aantast. De infectie kan worden opgelopen via voedsel of drinken dat het virus bevat. Tot de symptomen behoren geelzucht (gelige verkleuring van de huid en ogen) en een algemeen gevoel van onwel zijn.
Wanneer u of uw kind een injectie met VAQTA Junior krijgt, begint het natuurlijke afweersysteem van het lichaam een bescherming (antilichamen) tegen het hepatitis A-virus aan te maken. Na de injectie duurt het echter meestal twee tot vier weken voordat u of uw kind beschermd bent/is.
VAQTA Junior zal hepatitis niet voorkomen als het veroorzaakt wordt door andere ziekteverwekkers dan het hepatitis A-virus.
Als u of uw kind al geïnfecteerd bent/is met het hepatitis A-virus op het moment dat VAQTA Junior wordt gegeven, is het daarnaast mogelijk dat de vaccinatie het ontwikkelen van ziekte niet kan voorkomen.
VAQTA Junior beschermt tegen hepatitis A maar kan geen hepatitis A-infectie veroorzaken.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml gebruikt?
Wanneer mag u of uw kind dit medicijn niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Het is belangrijk om het uw arts of verpleegkundige te vertellen als een of meer van de volgende punten op u van toepassing zijn. Als er iets is dat u niet begrijpt, vraag dan uw arts of verpleegkundige om uitleg.
Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken?
- U of uw kind bent/is allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn of voor neomycine of formaldehyde. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter (zie “Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat dit medicijn wordt toegediend”).
- U of uw kind heeft op dit moment een ernstige infectie met koorts. Uw arts zal beslissen wanneer het vaccin gegeven kan worden.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat dit medicijn wordt toegediend.
- Als u of uw kind ooit een allergische reactie heeft gehad op een eerdere dosis VAQTA Junior.
- Dit vaccin kan sporen bevatten van een antibioticum, neomycine, en van een bestanddeel dat formaldehyde wordt genoemd. Beide worden gebruikt tijdens de productie van het vaccin en kunnen in zeer kleine hoeveelheden in het vaccin aanwezig zijn.
- Als u of uw kind ooit bloedstollingsproblemen heeft gehad die als gevolg hebben dat u/uw kind snel blauwe plekken oploopt of langdurig bloedt bij kleine wondjes (bijvoorbeeld door een bloedingsstoornis of behandeling met bloedverdunners).
- Als u of uw kind een verzwakt immuunsysteem heeft als gevolg van kanker, behandelingen die het immuunsysteem aantasten of andere ziektes. Het vaccin beschermt dan mogelijk minder goed dan bij mensen met een gezond immuunsysteem. Stel zo mogelijk de vaccinatie uit tot een dergelijke ziekte of behandeling voorbij is.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat VAQTA Junior niet alle gevaccineerde personen volledige bescherming biedt.
Vertel het uw arts als u of uw kind in het verleden geelzucht heeft gehad of in een gebied heeft gewoond waar hepatitis A veel voorkomt. Uw arts zal bepalen of u of uw kind voorafgaand aan de vaccinatie getest moet worden op hepatitis A-antilichamen.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
Gebruikt u of uw kind naast VAQTA Junior nog andere medicijnen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Andere vaccins
Omdat VAQTA Junior geen levende bacteriën of virussen bevat, kan het over het algemeen tegelijkertijd met andere vaccins gegeven worden. De injectie moet wel op een andere plaats gegeven worden (een ander lichaamsdeel, bijv. de andere arm of het andere been). VAQTA Junior mag niet met andere vaccins gemengd worden in dezelfde spuit. Onderzoek heeft aangetoond dat VAQTA Junior gelijktijdig met de volgende vaccins mag worden toegediend:
mazelen-, bof-, rodehond-, waterpokken-, 7-valent pneumokokkenconjugaat, geïnactiveerd poliovirus-, difterietoxoïd-, tetanustoxoïd-, kinkhoest- (acellulair) en Haemophilus influenzae b-vaccin.
Bij volwassenen mag VAQTA gelijktijdig met gele koorts- en polysaccharide tyfusvaccins gegeven worden.
Immunoglobuline (antistoffen)
Soms zal een injectie met menselijk immunoglobuline (antilichamen) worden gegeven om te proberen u of uw kind te beschermen totdat het vaccin begint te werken. VAQTA Junior mag gelijktijdig met menselijk immunoglobuline (antilichamen) worden gegeven. De twee injecties moeten dan op verschillende plaatsen worden gegeven.
Medicijnen die invloed hebben op het immuunsysteem of het bloed
Zie bovenstaande rubriek “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Er zijn geen gegevens die erop wijzen dat VAQTA Junior de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen beïnvloedt.
VAQTA bevat natrium
Dit medicijn bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
‘natriumvrij’ is.
Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Het is belangrijk om het uw arts of verpleegkundige te vertellen als een of meer van de volgende punten op u van toepassing is. Als er iets is dat u niet begrijpt, vraag dan uw arts of verpleegkundige om uitleg.
Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken?
- U of uw kind bent/is allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn of voor neomycine of formaldehyde. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter (“Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat dit medicijn wordt toegediend”).
- U of uw kind heeft op dit moment een ernstige infectie met koorts. Uw arts zal beslissen wanneer het vaccin gegeven kan worden.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat dit medicijn wordt toegediend
- Als u of uw kind ooit een allergische reactie heeft gehad op een eerdere dosis VAQTA Junior.
- Dit vaccin kan sporen bevatten van een antibioticum genaamd neomycine en een stof genaamd formaldehyde. Deze worden allebei gebruikt tijdens het vervaardigen van het vaccin en kunnen in kleine hoeveelheden aanwezig zijn in het vaccin.
- Als u of uw kind ooit bloedstollingsproblemen heeft gehad die als gevolg hebben dat u/uw kind snel blauwe plekken oploopt of langdurig bloedt bij kleine wondjes (bijvoorbeeld door een bloedingsstoornis of behandeling met bloedverdunners).
- Als u of uw kind een verzwakt immuunsysteem heeft als gevolg van kanker, behandelingen die het immuunsysteem aantasten of andere ziektes. Het vaccin beschermt dan mogelijk minder goed dan bij mensen met een gezond immuunsysteem. Stel zo mogelijk de vaccinatie uit tot een dergelijke ziekte of behandeling voorbij is.
De flacon bevat latex. Latex kan hevige allergische reacties veroorzaken.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat VAQTA Junior niet alle gevaccineerde personen volledige bescherming biedt.
Vertel het uw arts als u of uw kind in het verleden geelzucht heeft gehad of in een gebied heeft gewoond waar hepatitis A veel voorkomt. Uw arts zal bepalen of u of uw kind voorafgaand aan de vaccinatie getest moet worden op hepatitis A-antilichamen.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
Gebruikt u of uw kind naast Vaqta Junior nog andere medicijnen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Andere vaccins
Omdat VAQTA Junior geen levende bacteriën of virussen bevat, kan het over het algemeen tegelijkertijd met andere vaccins gegeven worden. De injectie moet wel op een andere plaats gegeven worden (een ander lichaamsdeel, bijv. de andere arm of het andere been). VAQTA Junior mag niet met andere vaccins gemengd worden in dezelfde spuit. Onderzoek heeft aangetoond dat VAQTA Junior gelijktijdig met de volgende vaccins mag worden toegediend:
mazelen-, bof-, rodehond-, waterpokken-, 7-valent pneumokokkenconjugaat, geïnactiveerd poliovirus-, difterietoxoïd-, tetanustoxoïd-, kinkhoest- (acellulair) en Haemophilus influenzae b-vaccin.
Bij volwassenen mag VAQTA gelijktijdig met gele koorts- en polysaccharide tyfusvaccins gegeven worden.
Immunoglobuline (antistoffen)
Soms zal een injectie met menselijk immunoglobuline (antilichamen) worden gegeven om te proberen u of uw kind te beschermen totdat het vaccin begint te werken. VAQTA Junior mag gelijktijdig met menselijk immunoglobuline (antilichamen) worden gegeven. De twee injecties moeten dan op verschillende plaatsen worden gegeven.
Medicijnen die invloed hebben op het immuunsysteem of het bloed
Zie bovenstaande rubriek“Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Er zijn geen gegevens die erop wijzen dat VAQTA Junior de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen beïnvloedt.
VAQTA bevat natrium
Dit medicijn bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
‘natriumvrij’ is.
Hoe wordt Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml gebruikt?
VAQTA Junior moet altijd per injectie gegeven worden door artsen of verpleegkundigen die getraind zijn in het gebruik van vaccins en die in staat zijn om adequaat te reageren op zeldzame ernstige allergische reacties. De persoon die gevaccineerd wordt, zal een eerste dosis krijgen gevolgd door een tweede dosis (booster).
Eerste dosis
Kinderen van 12 maanden tot en met 17 jaar oud moeten een injectie met één dosis van 0,5 ml (25 E) krijgen. De eerste dosis van het vaccin zou u of uw kind binnen 2 tot 4 weken tegen infectie met het hepatitis A-virus moeten beschermen.
De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 12 maanden zijn niet vastgesteld.
Tweede dosis (boosterdosis)
Personen die de eerste dosis van het vaccin hebben gekregen, moeten de tweede dosis (boosterdosis) van 0,5 ml (25 E) 6 tot 18 maanden later krijgen.
Voor langdurige bescherming is een tweede dosis (boosterdosis) van het vaccin vereist. Bij gezonde kinderen die twee doses toegediend hebben gekregen, is gebleken dat de antistoffen ten minste 10 jaar aanwezig bleven. Naar verwachting zullen hepatitis A-antistoffen ten minste 25 jaar na vaccinatie aanwezig blijven.
Het gebruik van VAQTA Junior wordt afgeraden bij mensen ouder dan 18 jaar.
Wijze van toediening
Uw arts of verpleegkundige zal VAQTA Junior per injectie bij u of uw kind toedienen in een spier in de bovenarm (deltaspier). De injectie kan bij kinderen ook in de spier in de buitenste dijstreek gegeven worden indien de deltaspier nog onvoldoende ontwikkeld is.
Bij mensen die risico lopen om veel te bloeden na een injectie (bijv. hemofiliepatiënten) kan VAQTA Junior per injectie onder de huid toegediend worden, maar niet in de spier, om het risico op bloeden te verminderen.
VAQTA Junior mag niet toegediend worden in een bloedvat.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml?
Zoals elk medicijn kan ook VAQTA Junior bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Zoals bij elk vaccin kunnen zich allergische reacties voordoen, die in zeldzame gevallen tot een shock leiden. Deze reacties kunnen onder meer zijn:
- galbulten;
- ademhalingsproblemen;
- zwelling van het gezicht, de tong en keel;
- duizeligheid;
- flauwvallen.
Wanneer deze tekenen of symptomen optreden gebeurt dit meestal zeer snel nadat de injectie is toegediend en terwijl u of uw kind nog in het ziekenhuis of de praktijk van de arts bent/is. Als een van deze symptomen optreedt nadat u de plaats heeft verlaten waar u of uw kind de injectie heeft gekregen, neem dan ONMIDDELLIJK contact op met een arts.
Tot de bijwerkingen die bij klinische onderzoeken zijn gerapporteerd behoren onder meer:
Gerapporteerde bijwerkingen bij kinderen van 12 tot en met 23 maanden oud
| Frequentie van | Bijwerkingen | |
| bijwerkingen | ||
| Zeer vaak: bij meer dan | pijn/gevoeligheid op de injectieplaats en roodheid op de injectieplaats | |
| 1 op de 10 kinderen | ||
| Vaak: bij minder dan 1 | - | zwelling op de injectieplaats, warmte op de injectieplaats, blauwe plek |
| op de 10 kinderen | op de injectieplaats | |
| - | koorts | |
| - | prikkelbaarheid | |
| - | diarree | |
| Soms: bij minder dan 1 | - | verminderde eetlust of verlies van de eetlust |
| op de 100 kinderen | - | slaapproblemen, slaperigheid, gevoel van moeheid, zin om te slapen of |
| lusteloosheid, rusteloosheid | ||
| - | huilen | |
| - | loopneus, hoest, neusverstopping | |
| - | braken | |
| - | uitslag, luieruitslag, | |
| - | niet lekker voelen | |
| - knobbel op de injectieplaats, uitslag op de injectieplaats |
| Zelden: bij minder dan | - | meerdere allergieën |
| 1 op de 1.000 kinderen | - | uitdroging |
| - | prikkelbaarheid, zenuwachtigheid, angst, gillen | |
| - | duizeligheid, hoofdpijn, evenwichtsstoornissen | |
| - | korstjes op de randen van de oogleden | |
| - | astma, geblokkeerde luchtwegen, niezen, loopneus of jeukende neus, | |
| mond- en keelpijn | ||
| - | misselijkheid, maagpijn/ongemak, overmatige gasvorming in maag of | |
| darm, frequente ontlasting, boeren, spugen door pasgeborenen, | ||
| verstopping, verkleurde ontlasting | ||
| - | uitslag, jeukende en rode huid, blaren, klamme of warme huid, zweten | |
| - | ontstoken gewrichten | |
| - | op de injectieplaats: bloeden, jeuk, verkleuring, knobbelvorming of | |
| een jeukende uitslag; pijn, ongemak | ||
| - | vermoeidheid, afwijkende manier van lopen, het warm hebben | |
| Niet bekend: frequentie | - | syndroom van Guillain-Barré (spierzwakte, abnormaal gevoel, |
| kan niet worden geschat | tintelingen in de armen, de benen en het bovenste lichaamsdeel) | |
| op basis van de | - | trombocytopenie (daling van de bloedplaatjes waardoor het risico op |
| beschikbare gegevens | bloedingen en blauwe plekken verhoogt) | |
| Gerapporteerde bijwerkingen bij kinderen van 2 tot en met 17 jaar oud | ||
| Frequentie van | Bijwerkingen | |
| bijwerkingen | ||
| Zeer vaak: bij meer dan | pijn en gevoeligheid op de injectieplaats | |
| 1 op de 10 kinderen | ||
| Vaak: bij minder dan 1 | - | hoofdpijn |
| op de 10 kinderen | - | warmte, roodheid en zwelling op de injectieplaats, koorts, onderhuidse |
| bloeding op de injectieplaats (ecchymose) | ||
| Soms: bij minder dan 1 | - | prikkelbaarheid |
| op de 100 kinderen | - | duizeligheid |
| - | maagpijn, braken, diarree, misselijkheid | |
| - | huiduitslag, jeuk | |
| - | pijn in de arm (de arm waarin het vaccin werd toegediend), | |
| gewrichtspijn, spierpijn | ||
| - | zwakte/vermoeidheid, jeuk en pijn/ pijnlijk gevoel op de injectieplaats | |
| Zelden: bij minder dan | - | verlies van eetlust |
| 1 op de 1.000 kinderen | - | zenuwachtigheid |
| - | slaperigheid, abnormale gewaarwordingen op de huid zoals tintelingen | |
| - | oorpijn | |
| - | warmteopwellingen | |
| - | loopneus of verstopte neus, hoest | |
| - | netelroos, zweten | |
| - | stijfheid | |
| - | hardheid (verharding) op de injectieplaats, griepachtige ziekte, pijn in | |
| de borst, pijn, warmte, korstvorming op de injectieplaats, | ||
| stijfheid/gespannen op de injectieplaats en stekend gevoel op de | ||
| injectieplaats | ||
| Niet bekend: frequentie | - | syndroom van Guillain-Barré (spierzwakte, abnormaal gevoel, |
| kan niet worden geschat | tintelingen in de armen, de benen en het bovenste lichaamsdeel) | |
| op basis van de | - | trombocytopenie (daling van de bloedplaatjes waardoor het risico op |
| beschikbare gegevens | bloedingen en blauwe plekken verhoogt) |
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts,apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.
Hoe bewaart u Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op het etiket na ´EXP´. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in een koelkast (2 °C tot 8 °C). Niet in de vriezer bewaren.
Gebruik dit medicijn niet als het er abnormaal uitziet (zie rubriek 6) of fijne deeltjes bevat.
Spoel medicijnen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u medicijnen op de juiste manier afvoert worden ze op een juiste manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Vaqta Junior, suspensie voor injectie 25 E/0,5 ml
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
De werkzame stof in dit medicijn is: geïnactiveerd hepatitis A-virus (geproduceerd op MRC-5 humane diploïde cellen, geadsorbeerd aan amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat).
Eén dosis (0,5 ml) bevat 25 E hepatitis A-virus (geïnactiveerd) geadsorbeerd aan amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,225 milligram aluminium).
De andere stoffen in dit medicijn zijn: natriumboraat, natriumchloride en water voor injectie.
Hoe ziet VAQTA Junior eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
VAQTA Junior is een suspensie voor injectie (0,5 ml in een flacon (klein glazen flesje)), in een verpakkingsgrootte van 1 flacon.
Niet alle genoemde verpakkingen en verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Na grondig schudden is VAQTA Junior een ondoorzichtige witte suspensie.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Merck Sharp & Dohme B.V. Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Tel.: 0800 9999000
E-mail: medicalinfo.nl@msd.com
In het register ingeschreven onder RVG 20799
Dit medicijn is geregistreerd in de lidstaten van de Europese Economische Ruimte onder de volgende namen:
| Oostenrijk | VAQTA K pro infantibus | |
| België, Luxemburg | VAQTA JUNIOR 25 U/0,5 ML | |
| Portugal | VAQTA | |
| Denemarken, Finland | VAQTA 25 U/0,5 ml | |
| Duitsland | VAQTA Kinder | |
| Griekenland | VAQTA 25 U | |
| Nederland | VAQTA Junior | |
| Zweden | Vaqta | |
| Spanje | VAQTA 25 Unidades/0,5 ml suspensión | |
| inyectable | ||
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in september 2025.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Gevallen van onverenigbaarheid
In verband met het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.
Instructies voor gebruik en behandeling
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd.
Het vaccin dient visueel te worden geïnspecteerd op vreemde deeltjes en/of afwijkend uiterlijk. Gooi het product weg als er deeltjes aanwezig zijn of als de inhoud er verkleurd uitziet. De flacon dient goed geschud te worden totdat een licht ondoorschijnende witte suspensie wordt verkregen. Grondig schudden is nodig om de suspensie van het vaccin te behouden.
Het is belangrijk om voor elke persoon een aparte steriele spuit en naald te gebruiken om overdracht van infecties van de ene persoon op de andere te voorkomen.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


