Naar de inhoud

Medicijnen

Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit

Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit
Inhoud
  1. Wat is het en waarvoor wordt het gebruikt?
  2. Wat moet u weten voordat u het gebruikt?
  3. Hoe wordt het gebruikt?
  4. Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
  5. Hoe moet het worden bewaard?
  6. Verdere informatie

In het kort

Wat is Rabipur en waarvoor wordt dit medicijn gebruikt? Wat is Rabipur? Dit medicijn is een vaccin dat onschadelijk gemaakt rabiësvirus (hondsdolheidsvirus) bevat. Na toediening van het vaccin vormt het immuunsysteem (het natuurlijke afweersysteem van het lichaam) antistoffen tegen rabiësvirussen.

Werkzame stof(fen)
Rabiësvirus (geïnactiveerd)
Vergunninghouder
Bavarian Nordic A/S Philip Heymans Allé 3 2900 HELLERUP (DENEMARKEN)
ATC-code
J07BG01

Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.

Advertentie

Patiëntenbijsluiter

Waarvoor wordt Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit gebruikt?

Wat is Rabipur en waarvoor wordt dit medicijn gebruikt?

Wat is Rabipur?

Dit medicijn is een vaccin dat onschadelijk gemaakt rabiësvirus (hondsdolheidsvirus) bevat.

Na toediening van het vaccin vormt het immuunsysteem (het natuurlijke afweersysteem van het lichaam) antistoffen tegen rabiësvirussen. Deze antistoffen bieden bescherming tegen ziekten of infecties met het virus dat rabiës (hondsdolheid) veroorzaakt. Geen van de componenten van het vaccin kan rabiës veroorzaken.

Waarvoor wordt dit medicijn gebruikt?

Dit medicijn is geschikt voor mensen van alle leeftijden.

Dit medicijn kan worden gebruikt om rabiës te voorkomen:

  • vóór eventueel risico op blootstelling aan het rabiësvirus (pre-expositie profylaxe)
    of
  • na vermoedelijke of bewezen blootstelling aan het rabiësvirus (post-expositie profylaxe)

Rabiës is een infectie die kan worden overgedragen wanneer iemand wordt gebeten, gekrabd of zelfs alleen maar gelikt door een besmet dier, vooral als de huid al beschadigd is. Zelfs contact met dierenvallen waaraan gelikt is of waarin gebeten is door besmette dieren, kan bij mensen infecties veroorzaken.

Advertentie

Wat moet u weten voordat u Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit gebruikt?

Voordat er eventueel kans is op blootstelling aan het rabiësvirus, mag u/uw kind dit medicijn niet toegediend krijgen als u/uw kind:

  • een voorgeschiedenis heeft van een hevige allergische reactie op een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
  • een acute aandoening heeft die moet worden behandeld.

Vanwege de ernst van een rabiësinfectie, kan Rabipur na blootstelling aan het rabiësvirus aan iedereen worden toegediend, zelfs aan zwangere vrouwen.

Ernstige allergische reacties (overgevoeligheid)

Als bekend is dat u of uw kind risico loopt op een ernstige allergische reactie op het vaccin of een van de bestanddelen ervan, krijgt u/uw kind mogelijk een ander vaccin tegen rabiës dat deze stoffen niet bevat. Als er geen ander vaccin beschikbaar is, zal uw arts of verpleegkundige de risico's van vaccinatie en van rabiësinfectie met u bespreken voordat u of uw kind het vaccin krijgt.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?

In het geval van een acute aandoening die moet worden behandeld, wordt de vaccinatie doorgaans uitgesteld tot ten minste 2 weken na herstel. Bij de aanwezigheid van een milde infectie is het gewoonlijk niet nodig om de vaccinatie uit te stellen. Bespreek dit echter eerst met uw arts of verpleegkundige.

Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u of uw kind dit medicijn krijgt na blootstelling aan het rabiësvirus, als u/uw kind:

  • een ernstige allergie heeft voor eieren of eiproducten (zie voor symptomen rubriek 4 van deze bijsluiter); dit medicijn bevat residuen van kippeneiwitten die zijn gebruikt bij het productieproces
  • een ernstige allergie heeft voor de antibiotica neomycine, chloortetracycline of amfotericine B; deze antibiotica kunnen in zeer kleine hoeveelheden aanwezig zijn in het vaccin
  • een ernstige allergie heeft voor polygeline

Flauwvallen kan voorkomen na, of zelfs voordat een injectie met een naald plaatsvindt, vertel het daarom aan uw arts of verpleegkundige als u bij een vorige injectie bent flauwgevallen.

Er zijn gevallen bekend van zeer zeldzame, maar ernstige aandoeningen van het zenuwstelsel bij mensen die dit medicijn toegediend hadden gekregen. Zie rubriek 4. Ontstekingsremmers (steroïden), die vaak worden gebruikt voor de behandeling van dergelijke aandoeningen, kunnen de werking van het vaccin beïnvloeden (zie verderop: Gebruikt u nog andere medicijnen?). Uw arts of verpleegkundige beslist wat er in deze situatie moet gebeuren.

Zoals met alle vaccins, kan het zijn dat Rabipur niet alle personen die zijn gevaccineerd, volledig beschermt.

Het vaccin mag niet in de bil, onder de huid of in een bloedvat worden ingespoten.

Gebruikt u nog andere medicijnen?

Gebruikt u/uw kind naast Rabipur nog andere medicijnen, heeft u/uw kind dat kort geleden gedaan of gaat u/uw kind dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor medicijnen die u zonder recept kunt krijgen.

U/uw kind moet gewoon doorgaan met het gebruiken van alle voorgeschreven medicijnen, tenzij uw arts u vertelt dat u iets anders moet doen.

Als u of uw kind al een verzwakt immuunsysteem heeft of al medicijnen gebruikt die de immuniteit van het lichaam voor infecties verminderen, kan dit medicijn nog steeds worden toegediend. Mogelijk bent u of is uw kind dan echter minder goed beschermd dan andere mensen. In dit geval kan de arts besluiten om na toediening van het vaccin een bloedonderzoek te doen om te controleren of het lichaam voldoende antistoffen tegen het virus heeft aangemaakt. Zo nodig krijgt u/uw kind extra doses van het vaccin (zie rubriek 3 van deze bijsluiter).

Rabipur kan tegelijkertijd met andere geïnactiveerde vaccins worden gegeven. Voor ieder type vaccin zal een andere injectieplaats worden gebruikt.

Het kan nodig zijn dat u/uw kind ook een injectie krijgt met antistoffen tegen rabiës

(rabiësimmunoglobulinen genoemd) als u of uw kind niet volledig gevaccineerd is tegen rabiës en de kans groot is dat u/uw kind het virus al heeft opgelopen. Als dat het geval is, zal de injectie met

immunoglobulinen (die maar eenmaal wordt gegeven, doorgaans tegelijk met de eerste dosis van het vaccin) in een ander deel van het lichaam worden gegeven.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Ook dan moet u het rabiësvaccin toegediend krijgen als u (waarschijnlijk) met het virus in aanraking bent geweest.

U kunt ook met dit medicijn worden gevaccineerd terwijl u zwanger bent of borstvoeding geeft als men denkt dat er een aanzienlijke kans bestaat dat u in contact zult komen met het virus. In dat geval zal uw arts de risico's van vaccinatie en van rabiësinfectie met u bespreken en advies geven over het beste tijdstip voor vaccinatie met dit medicijn.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines:

Sommige van de bijwerkingen zoals beschreven in rubriek 4 van deze bijsluiter, kunnen van invloed zijn op uw rijvaardigheid en op uw vermogen om machines te bedienen.

Rabipur bevat natrium

Rabipur bevat minder dan 23 mg natrium per dosis en is dus in wezen ‘natriumvrij’.

Hoe wordt Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit gebruikt?

Dit medicijn wordt aan u/uw kind toegediend door een arts of verpleegkundige die is opgeleid om vaccins toe te dienen. Voor zeer ernstige typen allergische reacties die kunnen optreden nadat u/uw kind het vaccin heeft ontvangen, hoort een behandeling beschikbaar te zijn, mocht deze noodzakelijk zijn (zie rubriek 4 van deze bijsluiter). Het vaccin moet aan u/uw kind worden toegediend in een kliniek of behandelkamer die beschikt over de benodigdheden voor het behandelen van dergelijke reacties.

Instructies bestemd voor artsen en medisch personeel voor het reconstitueren van het vaccin zijn te vinden aan het einde van deze bijsluiter.

De geadviseerde dosering voor zowel volwassenen als kinderen, ongeacht de leeftijd, is één milliliter (1,0 ml) per injectie.

Uw arts zal beslissen hoeveel doses u/uw kind toegediend moet krijgen. Dit aantal is afhankelijk van het feit of u/uw kind dit medicijn vóór of na een mogelijk contact met het virus krijgt toegediend.

Het vaccin wordt toegediend als injectie in een spier (meestal in de bovenarm of, bij kleine kinderen, in de spier van het dijbeen).

VÓÓR EEN MOGELIJK CONTACT MET HET VIRUS

Als u/uw kind nooit eerder een rabiësvaccin heeft gekregen:

  • In eerste instantie heeft u/uw kind 3 doses nodig. De eerste dosis wordt bij het eerste bezoek gegeven, de tweede dosis wordt 7 dagen later gegeven en de derde dosis wordt 21 of 28 dagen na de eerste dosis gegeven.
  • Indien u een volwassene bent tussen de 18 en 65 jaar oud en een snelle bescherming nodig heeft, kan Rabipur ook gegeven worden als een totaal van 3 dosis binnen 7 dagen. De eerste dosis wordt bij het eerste bezoek gegeven, de tweede dosis wordt 3 dagen later gegeven en de derde dosis wordt 4 dagen na de tweede dosis gegeven.
  • Als u een normale immuunrespons heeft, kan Rabipur als alternatief als 2 doses binnen 7 dagen aan u worden gegeven. De eerste dosis wordt bij het eerste bezoek gegeven en de tweede dosis wordt 7 dagen later gegeven.

Als u/uw kind een afspraak voor een injectie mist, moet u ervoor zorgen dat u het vaccin zo snel mogelijk na de geplande datum krijgt.

Of er herhalingsvaccinaties nodig zijn, hangt af van de kans op contact met het virus. Uw arts zal de officiële aanbevelingen voor vaccinaties tegen rabiës raadplegen en u vertellen wanneer een herhalingsvaccinatie nodig is.

Als u voortdurend een groot risico heeft op infectie, kan uw arts u ook vragen om regelmatig bloedonderzoek te laten doen om de hoeveelheid antistoffen tegen rabiës in uw bloed te bepalen, zodat herhalingsinjecties kunnen worden gegeven zodra deze nodig zijn.

Ervaring toont aan dat herhalingsinjecties over het algemeen elke 2 tot 5 jaar nodig zijn.

NA VERMOEDELIJK OF BEWEZEN CONTACT MET HET VIRUS

Gevaccineerde personen

Als u/uw kind al volledig gevaccineerd is tegen rabiës en/of herhalingsinjecties heeft gehad en in contact is geweest met een (vermoedelijk) hondsdol dier, heeft u/uw kind over het algemeen slechts 2 extra doses van het vaccin nodig (van elk 1,0 ml). De eerste dosis wordt zo snel mogelijk na het contact gegeven en de tweede 3 dagen later.

Niet-gevaccineerde personen

Als u/uw kind niet eerder is gevaccineerd of geen goede basisimmunisatie heeft gehad, worden er 4 of 5 doses (van elk 1,0 ml) gegeven volgens een van de hieronder genoemde schema’s:

  • Als er een immunisatieschema van 4 doses wordt gehanteerd, worden de eerste 2 vaccindoses gegeven zo snel mogelijk na het contact op dag 0 en vervolgens een enkele dosis 7 en 21 dagen na de eerste dosis.
  • Er kan ook een alternatief schema van 4 doses worden gebruikt voor gezonde personen van wie bekend is dat ze een goede immuunrespons hebben; de eerste vaccindosis wordt zo snel mogelijk na het contact op dag 0 gegeven en de andere op dag 3, 7 en 14 na de eerste dosis.
  • Als er een immunisatieschema van 5 doses wordt gehanteerd, wordt de eerste vaccindosis gegeven zo snel mogelijk na het contact op dag 0 en worden de andere doses gegeven op dag 3, 7, 14 en 28 na de eerste dosis.

Na een mogelijk contact met rabiësvirus zal uw arts de kans op infectie inschatten op basis van het type contact dat u/uw kind heeft gehad. Als u bijvoorbeeld bent gebeten of gekrabd door een dier dat het virus bij zich kan dragen, of als u in contact bent geweest met vleermuizen, heeft u een veel grotere kans op infectie met rabiës dan iemand die is gelikt, maar een onbeschadigde huid heeft.

Personen met een verzwakt immuunsysteem (verhoogde vatbaarheid voor infecties)

Als u/uw kind een verhoogde kans heeft op infectie met rabiës vanwege een niet goed werkend immuunsysteem, heeft u/uw kind na contact met een (vermoedelijk) hondsdol dier vijf of zes doses (van elk 1,0 ml) rabiësvaccin nodig. De vaccinatie wordt gegeven in combinatie met lokale behandeling van de wond en rabiësimmunoglobulinen.

Als er zes doses worden gegeven, worden de eerste twee doses gegeven zo snel mogelijk na het contact, en vervolgens een enkele dosis op dag 3, 7, 14 en 28 na de eerste dosis.

Als er vijf doses worden gegeven, wordt de eerste dosis gegeven zo snel mogelijk na het contact, en worden de andere doses gegeven op dag 3, 7, 14 en 28 na de eerste dosis.

Het kan ook nodig zijn dat u/uw kind bloedonderzoeken krijgt om de hoeveelheid antistoffen tegen rabiësvirus in het bloed van u/uw kind te bepalen, zodat, indien nodig, extra doses vaccin kunnen worden gegeven. Uw arts zal u uitleggen wat er moet gebeuren, en u vertellen wanneer u moet terugkomen voor extra onderzoeken of injecties.

Advertentie

Wat zijn de bijwerkingen van Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit?

Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Ernstige allergische reacties van het hele lichaam, soms in combinatie met shock (gevaarlijk lage bloeddruk)*, kunnen optreden na vaccinatie met dit medicijn. Een geschikte medische behandeling en toezicht moet altijd direct beschikbaar zijn, voor het geval dat een zeldzame ernstige allergische reactie op het vaccin optreedt. Raadpleeg direct een arts als u hiervan last krijgt.

De meest voorkomende bijwerkingen die werden gemeld bij het gebruik van dit medicijn, waren pijn op de injectieplaats, voornamelijk pijn veroorzaakt door de injectie, of verharding van de huid op de plaats van de injectie. Deze reacties komen zeer vaak voor (komen voor bij meer dan 1 op de 10 personen). Het merendeel van de injectieplaatsreacties was niet ernstig en was binnen 24 tot 48 uur na de injectie verdwenen.

Andere bijwerkingen waren:

Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 personen)

Hoofdpijn

Duizeligheid

Huiduitslag

Algeheel onwel gevoel

Vermoeidheid

Zwakte

Koorts

Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 personen)

Gezwollen klieren

Verminderde eetlust

Misselijkheid

Braken

Diarree

Maagpijn/-ongemak

Galbulten

Spierpijn

Gewrichtspijn

Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 personen)

Allergische reacties

Spelden- en naaldenprikgevoel of tintelend gevoel

Zweten

Koude rillingen

Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 personen)

Hersenontsteking, zenuwstoornissen die zwakte veroorzaken, zich niet kunnen bewegen of geen gevoel hebben in bepaalde delen van het lichaam*

Flauwvallen, evenwichtsstoornis met duizeligheid*

Ernstige allergische reactie die zwelling van het gezicht of de keel veroorzaakt*

*Beschrijving van bijwerkingen die spontaan zijn gemeld

Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen

Het is de verwachting dat hoe vaak bijwerkingen voorkomen en het type en de ernst van bijwerkingen, bij kinderen hetzelfde is als bij volwassenen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u/uw kind last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, helpt u ons meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.

Hoe bewaart u Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). Niet in de vriezer bewaren.

De injectieflacon en de spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de buitenverpakking na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Spoel medicijnen niet door de gootsteen of de wc. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u medicijnen op de juiste manier afvoert worden ze op een juiste manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.

Meer informatie over Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit

Welke stoffen zitten er in dit medicijn?

De werkzame stof in dit medicijn is rabiësvirus (geïnactiveerd, stam Flury LEP) ≥ 2,5 IE. Dit virus is geproduceerd op gezuiverde kippenembryocellen.

De andere stoffen in dit medicijn zijn: trometamol, natriumchloride, dinatriumedetaat, kalium-L- glutamaat, polygeline, sucrose en water voor injectie. Kippeneiwitten (bijvoorbeeld ovalbumine), menselijk serumalbumine, neomycine, chloortetracycline en amfotericine B zijn aanwezig als residuen.

Hoe ziet Rabipur eruit en wat zit er in een verpakking?

Rabipur is een wit, gevriesdroogd poeder, dat moet worden gereconstitueerd met het heldere kleurloze oplosmiddel. Het gereconstitueerde vaccin is helder tot licht opalescent en kleurloos tot lichtroze van kleur.

Rabipur wordt geleverd in verpakkingen met:

  • 1 injectieflacon met het poeder,
  • 1 voorgevulde wegwerpspuit met
    O ofwel witte verzegelingsdop waarmee moeilijk te knoeien is met steriel oplosmiddel O of doorzichtige schroefdop met steriel oplosmiddel
  • en 2 identieke naalden (25 gauge, 25 mm) - één voor reconstitutie en één voor injectie.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

Bavarian Nordic A/S

Philip Heymans Alle 3 2900 Hellerup Denemarken

Fabrikant:  
Bavarian Nordic A/S GSK Vaccines GmbH
Hejreskovvej 10A Emil-von-Behring-Str. 76
3490 Kvistgaard 35041 Marburg
Denemarken Duitsland

Rabipur poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit is in het register ingeschreven onder RVG 117796.

Dit medicijn is geregistreerd in lidstaten van de Europese Economische Ruimte onder de volgende naam:

België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, Zweden: Rabipur

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in oktober 2025.

Andere informatiebronnen

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Er zijn twee types voorgevulde spuiten die te onderscheiden zijn aan het type dop ervan.

Beide types spuiten zijn voorzien van een eindstop waarmee de handelingen en toediening van de injectie mogelijk zijn. Bovendien vermindert de eindstop de diameter van de opening van het basisgedeelte van de spuit en vergroot deze tegelijkertijd de vingerflens met ergonomisch gevormde vleugels. Dit voorkomt dat de zuigerstop onbedoeld uit de spuit getrokken wordt.

Voorafgaand aan het gereedmaken van Rabipur voor toediening, moet de voorgevulde spuit (met ofwel witte verzegelingsdop waarmee moeilijk te knoeien is of transparante schroefdop) in uw verpakking gecontroleerd worden en moeten de instructies van de betreffende voorgevulde spuit in de verpakking gevolgd worden.

Gebruiksaanwijzing voor Rabipur voorgevulde wegwerpspuit

Voorgevulde spuit met witte verzegelingsdop waarmee moeilijk te knoeien is:

Eindstop

Kunststof naaldhuls

Grijze puntdop

      Witte            
      vasthoudrand   Spuit        
      met reliëf            
Dop Spuit-              
               
          Naald   Dop van de naald
  punt            
     

Stap 1: Houd de spuit (E) met één hand vast, met de dop naar boven gericht. Zorg dat u de spuit vasthoudt aan de witte vasthoudrand met reliëf (D).

Stap 2: Pak met uw andere hand de dop (A) en beweeg deze stevig heen en weer om hem los te maken van de vasthoudrand (D). Niet aan de dop draaien.

Stap 3: Trek de dop omhoog om de dop zelf (A) en de daaraan vastzittende grijze puntdop (B) te verwijderen. Zorg dat u de steriele spuitpunt (C) niet aanraakt.

De naald aanbrengen (deze instructies gelden voor beide verstrekte naalden):

Stap 1: Draai om de dop (H) van één van de twee identieke naalden te verwijderen. Deze naald zal worden gebruikt voor reconstitutie. Verwijder de kunststof huls (G) niet.

Stap 2: Houd met één hand de spuit (E) stevig vast aan de witte vasthoudrand met reliëf (D). Breng met uw andere hand deze naald (F) aan en draai deze rechtsom totdat hij op zijn plaats klikt. Als de naald eenmaal vastzit, verwijder de kunststof huls (G).

Nu is de spuit klaar voor gebruik.

Voorgevulde spuit met transparante schroefdop:

Eindstop

Kunststof naaldhuls

Grijze puntdop

      Transparante            
      vasthoudran            
        Spuit        
      d met reliëf          
  Spuit-              
Transparant            
               
               
e dop punt                
          Naald   Dop van de
   
                   

Stap 1: Houd de spuit met één hand vast, met de dop naar boven gericht. Zorg dat u de spuit vasthoudt aan de transparante vasthoudrand met reliëf (D). Schroef de dop (A) los door deze linksom te draaien.

De naald aanbrengen (deze instructies gelden voor beide verstrekte naalden)

Stap 1: Draai om de dop (H) van één van de twee identieke naalden te verwijderen. Deze naald zal worden gebruikt voor reconstitutie. Verwijder de kunststof huls (G) niet.

Stap 2: Houd met één hand de spuit (E) stevig vast aan de transparante vasthoudrand met reliëf

(D). Breng met uw andere hand deze naald (F) aan en draai deze rechtsom totdat u lichte weerstand voelt. Als de naald eenmaal vastzit, verwijder de kunststof huls (G).

Nu is de spuit klaar voor gebruik.

Instructies voor reconstitutie van Rabipur met behulp van de voorgevulde spuit:

Het vaccin moet zowel voor als na de reconstitutie visueel worden gecontroleerd op eventuele vreemde deeltjes en/of uiterlijke veranderingen. Het vaccin mag niet worden gebruikt als het er anders uitziet. Het gereconstitueerde vaccin is helder tot licht opalescent en kleurloos tot lichtroze van kleur.

Het poeder voor oplossing moet worden gereconstitueerd met behulp van het meegeleverde oplosmiddel voor oplossing en moet voorzichtig worden geschud voordat het wordt geïnjecteerd. Het gereconstitueerde vaccin moet meteen worden gebruikt.

De injectieflacon van het vaccin bevat negatieve druk. Geadviseerd wordt om na reconstitutie van het vaccin de spuit van de naald te schroeven om de negatieve druk weg te nemen. Daarna kan het vaccin gemakkelijk worden opgetrokken uit de injectieflacon. Het is niet aan te raden om te veel druk te veroorzaken, aangezien een te hoge druk problemen veroorzaakt met het optrekken van de juiste hoeveelheid van het vaccin.

De naald is niet lang genoeg om tot de bodem van de injectieflacon te reiken. Keer daarom, de injectieflacon om en trek de naald terug tot dicht bij de stop. Hierna kan de volledige hoeveelheid vaccinoplossing uit de flacon worden opgezogen.

Na voltooiing van de reconstitutie van het vaccin, verwijder de dop van de tweede naald (zoals beschreven in stap 1 voor de naalden) en vervang de naald die gebruikt werd voor reconstitutie door de tweede naald en gebruik deze voor toediening. Gebruik niet dezelfde naald voor reconstitutie en toediening.

Redactionele principes

Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.

Uit ons magazine