Inhoud
In het kort
IMCIVREE bevat de werkzame stof setmelanotide. Het wordt gebruikt voor de behandeling van obesitas (ernstig overgewicht ) en voor de beheersing van honger bij volwassenen en kinderen van 4 jaar en ouder met verworven hypothalame obesitas (aHO) als gevolg van beschadiging of stoornis van een deel van de hersenen genaamd de hypothalamus.
- Werkzame stof(fen)
- Setmelanotid
- Vergunninghouder
- Rhythm Pharmaceuticals Netherlands B.V.
- ATC-code
- A08AA
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt IMCIVREE 10 mg/ml oplossing voor injectie gebruikt?
IMCIVREE bevat de werkzame stof setmelanotide. Het wordt gebruikt voor de behandeling van obesitas (ernstig overgewicht) en voor de beheersing van honger bij volwassenen en kinderen van 4 jaar en ouder met verworven hypothalame obesitas (aHO) als gevolg van beschadiging of stoornis van een deel van de hersenen genaamd de hypothalamus.
IMCIVREE wordt ook gebruikt bij volwassenen en kinderen van 2 jaar en ouder voor de behandeling van obesitas veroorzaakt door bepaalde genetische ziekten die van invloed zijn op de manier waarop uw hersenen het hongergevoel reguleren.
De genetische ziekten waarvoor dit geneesmiddel wordt gebruikt zijn:
- POMC-deficiëntie (POMC=pro-opiomelanocortine)
- PCSK1-deficiëntie (PCSK1=proproteïneconvertase-subtilisine/kexine type 1)
- LEPR-deficiëntie (LEPR=leptinereceptor)
- Bardet-Biedl-syndroom (BBS)
Bij mensen met deze ziekten is sprake van een tekort aan bepaalde natuurlijke stoffen die betrokken zijn bij de regulering van de eetlust, of werken deze stoffen niet goed. Dit verhoogt het hongerniveau en leidt tot obesitas (sterk overgewicht). Het geneesmiddel helpt de eetlust onder controle te houden en vermindert symptomen van de ziekte.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u IMCIVREE 10 mg/ml oplossing voor injectie gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Vóór aanvang en tijdens de behandeling met dit geneesmiddel moet uw arts uw huid onderzoeken op vlekken of donkere gebieden. Tijdens het gebruik van dit geneesmiddel kunt u nog meer vlekken of donkere plekken op uw huid krijgen. Door een controle voorafgaand aan de behandeling bent u beter in staat eventuele nieuwe vlekken die ontstaan nadat u dit geneesmiddel bent gaan gebruiken, te herkennen.
Bij mannelijke patiënten komt het zeer vaak (bij meer dan 1 op de 10 personen) voor dat ze spontane erecties van de penis krijgen wanneer ze dit geneesmiddel gebruiken. Raadpleeg onmiddellijk een arts wanneer een erectie langer dan 4 uur aanhoudt. Als langdurige erecties (priapisme) niet worden behandeld, kunnen ze uw vermogen om in de toekomst erecties te krijgen verminderen.
Kinderen
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen onder de 4 jaar als zij aHO hebben.
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen onder de 2 jaar als zij POMC-, PCSK1- of LEPR-deficiëntie of BBS hebben.
Er is geen informatie beschikbaar over het gebruik bij kinderen onder deze leeftijden.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast IMCIVREE nog andere geneesmiddelen of, heeft u dat kortgeleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Het wordt niet aanbevolen om dit geneesmiddel te gebruiken tijdens de zwangerschap of als u zwanger wilt worden, aangezien het middel niet is onderzocht bij zwangere vrouwen. Gewichtsverlies tijdens de zwangerschap kan schadelijk zijn voor de baby.
Geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Uw arts zal met u bespreken wat de voordelen en risico’s van dit geneesmiddel gedurende deze periode zijn.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Dit geneesmiddel heeft geen of een gering effect op de rijvaardigheid of op het vermogen om machines te bedienen als gevolg van slaperigheid.
IMCIVREE bevat benzylalcohol
Dit geneesmiddel bevat 10 mg benzylalcohol per ml, wat overeenkomt met 1 mg voor iedere mg van uw dosis.
Benzylalcohol is in verband gebracht met het risico op ernstige bijwerkingen bij jonge kinderen
(jonger dan 3 jaar). Er is een verhoogde kans dat benzylalcohol zich ophoopt in hun lichaam (metabole acidose genoemd), wat leidt tot het ‘gasping’-syndroom. Kinderen van 2 jaar moeten door hun arts
worden gecontroleerd op tekenen van deze ophoping (waaronder snelle hartslag, snelle ademhaling of verwardheid).
Benzylalcohol kan allergische reacties veroorzaken.
Vraag uw arts of apotheker om advies als u zwanger bent of borstvoeding geeft of als u een lever- of nierziekte heeft. De reden hiervoor is dat benzylalcohol zich kan ophopen in uw lichaam en bijwerkingen kan veroorzaken (aangeduid als metabole acidose).
IMCIVREE bevat natrium
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, wat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Hoe wordt IMCIVREE 10 mg/ml oplossing voor injectie gebruikt?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Dit geneesmiddel wordt eenmaal daags, aan het begin van de dag, toegediend via injectie onder de huid. Het geneesmiddel is bedoeld voor langdurig gebruik.
Uw arts zal u adviseren over de correcte te injecteren dosis.
De aanbevolen dagelijkse dosis op basis van uw leeftijd, gewicht en de behandelweek wordt in de onderstaande tabellen gegeven. Er zijn verschillende doseringstabellen, afhankelijk van de ziekte waarvoor u dit geneesmiddel gebruikt. Let erop dat u de correcte tabel raadpleegt voor uw aanbevolen dosis.
Uw arts zal u tijdens het gebruik van dit geneesmiddel regelmatig controleren om te bepalen of uw dosis moet worden gewijzigd. Na uw begindosis zal uw arts u adviseren of u uw dosis naar het volgende niveau moet verhogen op basis van hoe goed de behandeling werkt en eventuele bijwerkingen waar u last van heeft. In sommige omstandigheden kan uw arts adviseren om uw dosis te verlagen. Raadpleeg uw arts als u niet zeker bent van uw huidige dosering.
Gedetailleerde instructies over hoe u uw dosis IMCIVREE moet injecteren worden gegeven na de doseringstabellen.
Verworven hypothalame obesitas (aHO)
De aanbevolen doses zijn als volgt:
Volwassenen en kinderen van 6 jaar of ouder
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Week 1 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 2 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 3 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 4 en verder | 3 mg | 0,3 ml | |
| Kinderen van 4 en 5 jaar | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Patiënt weegt minder dan 20 kg | |||
| Week 1 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 2 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 3 en verder | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Patiënt weegt tussen 20 en 25 kg | |||
| Week 1 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 2 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 3 | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Week 4 en verder | 2 mg | 0,2 ml | |
| Patiënt weegt tussen 25 en 30 kg | |||
| Week 1 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 2 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 3 | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Week 4 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 5 en verder | 2,5 mg | 0,25 ml | |
Patiënt weegt 30 kg of meer
| Week 1 | 0,5 mg | 0,05 ml |
| Week 2 | 1 mg | 0,1 ml |
| Week 3 | 2 mg | 0,2 ml |
| Week 4 en verder | 3 mg | 0,3 ml |
Pro-opiomelanocortine (POMC)-, proproteïneconvertase-subtilisine/kexine type 1(PCSK1)- en leptine-receptor (LEPR)-deficiëntie.
De aanbevolen doses zijn als volgt:
| Volwassenen en kinderen van 12 jaar of ouder | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Week 1-2 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 3 en verder | 2 mg | 0,2 ml | |
| Andere mogelijke doses op advies van | 2,5 mg | 0,25 ml | |
| uw arts | 3 mg | 0,3 ml | |
| Kinderen van 6 tot en met 11 jaar | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Week 1–2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3–4 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 5 en verder | 2 mg | 0,2 ml | |
| Andere mogelijke dosis op advies van | 2,5 mg | 0,25 ml | |
| uw arts | |||
| Kinderen van 2 tot en met 5 jaar | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Patiënt weegt minder dan 20 kg | |||
| Week 1 en verder | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Patiënt weegt tussen 20 en 30 kg | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3 en verder | 1 mg | 0,1 ml | |
| Patiënt weegt tussen 30 en 40 kg | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3-4 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 5 en verder | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Patiënt weegt 40 kg of meer | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3-4 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 5-6 | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Weeks 7-8 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 9 en verder | 2,5 mg | 0,25 ml |
Bardet-Biedl-syndroom (BBS)
De aanbevolen doses zijn als volgt:
Volwassenen en kinderen van 16 jaar of ouder
| Week 1-2 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 3 en verder | 3 mg | 0,3 ml | |
| Kinderen van 6 tot en met 15 jaar | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Week 1 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 2 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 3 en verder | 3 mg | 0,3 ml | |
| Kinderen van 2 tot en met 5 jaar | |||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Patiënt weegt minder dan 20 kg | |||
| Week 1 en verder | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Patiënt weegt tussen 20 en 30 kg | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3 en verder | 1 mg | 0,1 ml | |
| Patiënt weegt tussen 30 en 40 kg | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3-4 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 5 en verder | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Patiënt weegt tussen 40 kg en meer | |||
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3-4 | 1 mg | 0,1 ml | |
| Week 5-6 | 1,5 mg | 0,15 ml | |
| Week 7-8 | 2 mg | 0,2 ml | |
| Week 9 en verder | 2,5 mg | 0,25 ml |
Patiënten met een nierziekte
Voor patiënten met POMC-, PCSK1- of LEPR-deficiëntie of BBS en een lichte of matige nierziekte zijn er geen wijzigingen in de aanbevolen dosis nodig.
Voor patiënten met aHO en een lichte nierziekte zijn er geen wijzigingen in de aanbevolen dosis nodig. Patiënten met aHO en een matige nierziekte dienen de doseringen te volgen die worden aanbevolen voor patiënten met een ernstige nierziekte.
Voor patiënten met een ernstige nierziekte zijn de aanbevolen doseringen als volgt:
Volwassenen en kinderen van 12 jaar of ouder (POMC-, PCSK1- of LEPR-deficiëntie of aHO) of 16 jaar of ouder (BBS)
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume | |
| Week 1-2 | 0,5 mg | 0,05 ml | |
| Week 3 en verder | 1 mg | 0,1 ml | |
| Andere mogelijke doses op advies van | 2 mg | 0,2 ml | |
| 2,5 mg | 0,25 ml | ||
| uw arts | |||
| 3 mg | 0,3 ml | ||
Kinderen van 6 tot en met 11 jaar (POMC-, PCSK1- of LEPR-deficiëntie of aHO) of 6 tot en met 15 jaar (BBS)
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume |
| Week 1-2 | 0,25 mg | 0,025 ml |
| Week 3-4 | 0,5 mg | 0,05 ml |
| Week 5 en verder | 1 mg | 0,1 ml |
| Andere mogelijke doses op advies van | 2 mg | 0,2 ml |
| uw arts | ||
| Kinderen jonger dan 6 jaar | ||
| Behandelweek | Dagelijkse dosis | Te injecteren volume |
| Patiënt weegt minder dan 20 kg | ||
| Week 1 en verder | 0,25 mg | 0,025 ml |
| Patiënt weegt tussen 20 en 30 kg | ||
| Week 1-2 | 0,25 mg | 0,025 ml |
| Week 3 en verder | 0,5 mg | 0,05 ml |
| Patiënt weegt tussen 30 en 40 kg | ||
| Week 1-2 | 0,25 mg | 0,025 ml |
| Week 3-4 | 0,5 mg | 0,05 ml |
| Week 5 en verder | 1 mg | 0,1 ml |
| Patiënt weegt 40 kg of meer | ||
| Week 1-2 | 0,25 mg | 0,025 ml |
| Week 3-4 | 0,5 mg | 0,05 ml |
| Week 5-6 | 1 mg | 0,1 ml |
| Week 7 en verder | 1,5 mg | 0,15 ml |
Hoe injecteert u IMCIVREE?
Dit geneesmiddel wordt geïnjecteerd onder de huid in het gebied rond de navel. Uw arts, apotheker of verpleegkundige zal u laten zien hoe u dit doet. Als u eenmaal vertrouwd bent met het injecteren van uzelf of uw kind, kunt u dit thuis doen.
Dit geneesmiddel moet worden geïnjecteerd aan het begin van uw dag. Dit geneesmiddel kan worden toegediend zonder rekening te houden met het tijdstip van uw maaltijden.
Lees de volgende instructies zorgvuldig voordat u dit geneesmiddel injecteert.
Stap 1. De injectie voorbereiden
- Verzamel de materialen die u nodig heeft en plaats deze op een schoon en vlak oppervlak.
U heeft de volgende materialen nodig. Deze worden apart geleverd:
ALCOHOLDOEKJES
GAASJE
- Was uw handen met warm water en zeep.
- Vouw de 2 alcoholdoekjes en het gaasje open.
Stap 2 De flacon onderzoeken
Controleer de uiterste houdbaarheidsdatum op het etiket van de flacon na ‘EXP’: MM/JJJJ.
- De vloeistof moet helder en enigszins geel zijn.
-
Gebruik dit geneesmiddel niet indien:
- de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is
- de vloeistof troebel is
- er deeltjes in de flacon zichtbaar zijn
- de plastic dop op een nieuwe flacon beschadigd is of ontbreekt
- de flacon is bewaard bij temperaturen hoger dan 30 °C.
Stap 3. De flacon gereedmaken
-
Laat de flacon vóór gebruik op kamertemperatuur komen. Haal de flacon 15 minuten vóór injectie uit de koelkast of rol de flacon gedurende 60 seconden voorzichtig tussen de handpalmen heen en weer.
- Gebruik geen warm water, magnetron of ander apparaat om de flacon te verwarmen.
- De injectieflacon niet schudden.
Als u een nieuwe flacon gebruikt, verwijder dan de plastic dop en gooi deze in de vuilnisbak.
-
Reinig de bovenkant van de grijze dop van de flacon met een alcoholdoekje. Gooi het gebruikte alcoholdoekje in de vuilnisbak.
Verwijder de stop niet van de flacon.
Stap 4. De spuit gereedmaken
- Gebruik voor doses van 0,25 mg (0,025 ml of 2,5 eenheden) een spuit van 0,3 ml met een schaalverdeling per 0,5 (halve) eenheid en een naald met een dikte van 29 tot 31 gauge met een naaldlengte van 6 tot 13 mm die geschikt is voor onderhuidse injectie.
Dosis van 0,25 mg = 0,025 ml of 2,5 eenheden
Gebruik voor doses van 0,5 mg tot 3 mg (0,05 ml tot 0,3 ml) een spuit van 1 ml met een schaalverdeling per 0,01 ml en een naald met een dikte van 28 tot 29 gauge met een naaldlengte van 6 tot 13 mm die geschikt is voor onderhuidse injectie.
- Laat de beschermdop op de naald zitten en trek de zuiger omhoog om de spuit te vullen met een hoeveelheid lucht die overeenkomt met de hoeveelheid te gebruiken geneesmiddel.
- Verwijder de beschermdop van de naald. Trek de dop in een rechte beweging, weg van uw lichaam, van de naald.
- Plaats de flacon rechtop op een vlak oppervlak. Pak de spuit en houd deze recht boven de flacon. Steek de naald in het midden van de grijze dop van de flacon recht naar binnen.
- Duw de zuiger naar beneden om de lucht uit de spuit in de flacon te injecteren.
-
Draai de flacon voorzichtig ondersteboven zonder de naald te verwijderen.
Zorg ervoor dat de punt van de naald zich volledig in het vloeibare geneesmiddel bevindt en niet in de lucht boven de vloeistof.
- Trek de zuiger langzaam terug om de spuit te vullen met de hoeveelheid geneesmiddel die voor uw dosis nodig is. Let er bij het afmeten van uw dosis op dat u de eenheden vanaf het uiteinde van de spuit afleest ter hoogte van de zwarte rubberen stop.
- Laat de naald in de flacon zitten en controleer of er zich geen grote luchtbellen in de spuit bevinden.
| kleine | grote | |
| luchtbellen | ||
| luchtbellen | ||
-
Als u luchtbellen ziet, moeten deze uit de spuit worden verwijderd. Ga als volgt te werk om ze te verwijderen:
- Tik voorzichtig met uw vinger tegen de zijkant van de spuit om de luchtbellen naar de bovenkant van de spuit te verplaatsen.
- Leeg de spuit in de flacon.
- Volg bovenstaande stappen om uw spuit opnieuw te vullen. Trek de zuiger ditmaal langzamer terug en zorg ervoor dat de punt van de naald zich altijd volledig in de vloeistof in de flacon bevindt om de kans op luchtbellen te verminderen.
- Als er geen grote luchtbellen meer in de spuit aanwezig zijn, plaatst u de flacon rechtop op een hard oppervlak.
- Houd de flacon vast met uw ene hand en houd de cilinder van de spuit vast tussen de vingertoppen van uw andere hand. Trek de naald recht omhoog en uit de flacon.
Leg de spuit op het harde oppervlak en zorg ervoor dat de naald het oppervlak niet raakt. Plaats de dop niet terug op de naald.
Stap 5. De injectieplaats voorbereiden
-
Kies het gebied rond uw navel waar u gaat injecteren.
- Kies iedere dag een andere injectieplaats.
- Zorg ervoor dat de injectieplaats ten minste 5 cm van de navel verwijderd is.
- Injecteer niet in een gebied dat rood, gezwollen of geïrriteerd is.
5 CM
- Gebruik het tweede alcoholdoekje om de gekozen injectieplaats met een draaiende beweging te reinigen.
- Laat de huid ongeveer 10 seconden drogen.
- Het gereinigde gebied niet aanraken, droog waaieren of blazen.
Stap 6. IMCIVREE injecteren
- Houd de spuit vast tussen de duim en wijsvinger van de hand waarmee u schrijft.
- Knijp ongeveer 5 cm huid voorzichtig tussen de duim en wijsvinger van uw andere hand. Blijf de huidplooi vasthouden totdat de injectie voltooid is.
Houd het midden van de spuit vast onder een hoek van 90° ten opzichte van uw huidoppervlak en druk de naald op de injectieplaats recht in de huid. De naald moet helemaal in de huid geprikt worden.
- Druk niet op de zuiger en houd deze niet vast tijdens het inbrengen van de naald.
90°
Terwijl u de cilinder van de spuit vasthoudt tussen uw duim en middelvinger, drukt u de zuiger met uw wijsvinger langzaam in om het geneesmiddel te injecteren.
- Nadat u dit geneesmiddel heeft geïnjecteerd, telt u tot 5 om er zeker van te zijn dat er geen geneesmiddel in de spuit is achtergebleven.
- Laat de huidplooi los en trek de naald eruit.
- Gebruik een gaasje om voorzichtig druk uit te oefenen op de injectieplaats en gooi het gaasje daarna in de vuilnisbak.
- Gooi uw spuit in de naaldcontainer. Gooi de spuit niet in de vuilnisbak.
- Als er nog geneesmiddel over is in de flacon, plaatst u de flacon terug in de doos. Bewaar de doos tot het moment van de volgende dosis in de koelkast of op een veilige plaats bij een temperatuur van minder dan 30 °C.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Raadpleeg uw arts indien u of uw kind meer van dit geneesmiddel heeft gebruikt dan de bedoeling is.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Als u bent vergeten het geneesmiddel te injecteren, slaat u de dosis over en injecteert u de volgende dosis op het gebruikelijke tijdstip. Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Dit geneesmiddel is bedoeld voor langdurig gebruik. Als u stopt met het gebruik van dit geneesmiddel, kan uw honger terugkeren en kan uw gewichtsverlies stoppen. Volg het doseringsschema dat is voorgeschreven door uw arts of apotheker.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van IMCIVREE 10 mg/ml oplossing voor injectie?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Zeer vaak (kunnen bij meer dan 1 op de 10 personen voorkomen)
- Moedervlek op de huid
- Hoofdpijn
- Misselijkheid (nausea)
- Overgeven (braken)
- Donkere gebieden of plekken op uw huid
- Spontane peniserecties
- Vaker erecties van de penis
- Pijn, blauwe plekken of ontsteking (roodheid en/of zwelling) op de injectieplaats
- Vermoeid gevoel
Vaak (kunnen bij maximaal 1 op 10 personen voorkomen)
- Een teveel aan eosinofielen, een type witte bloedcel
- Depressief gevoel
- Slaapproblemen
- Seksuele opwindingsstoornis
- Toegenomen seksueel verlangen
- Duizeligheid
- Diarree
- Buikpijn
- Droge mond
- Slechte spijsvertering (indigestie)
- Gevoel van obstipatie (verstopping)
- Brandend maagzuur
- Flatulentie (winderigheid)
- Bloedonderzoek waaruit verhoogde waarden van leverenzymen blijkt
- Droge, rode of jeukende huid
- Huiduitslag
- Letsels op uw huid (beschadigde huid)
- Haaruitval
- Gewrichtspijn
- Rugpijn
- Spierpijn
- Bij vrouwen: ongemak van geslachtsorganen
- Zich zwak voelen
- Pijn
Soms (kunnen bij maximaal 1 op 100 personen voorkomen)
- Onregelmatige moedervlek op uw huid
- Eetluststoornissen
- Dorst hebben
- Slaapstoornis
- Nachtmerries
- Verminderd seksueel verlangen
- Sufheid
- Migrainehoofdpijn
- Verlies of verandering van reukzin
- Smaakstoornissen
- Verkleuring van het oogwit
- Vertigo (draaiduizeligheid)
- Opvliegers
- Geeuwen
- Loopneus
- Hoesten
- Opgezette buik
- Last van de maag
- Speekseltoename
- Roodheid van de huid
- Lijnen of striemen op uw huid
- Toegenomen transpiratie
- Abnormale verdeling van vetweefsel
- Jeukende uitslag
- Schilferende huid
- Haarkleurveranderingen
- Verkleuring van de nagels
- Plekken op de huid die donkerder en dikker zijn dan normaal
- Pijn in de spieren of botten
- Spierkrampen
- Pijn in armen of benen
- Bloedonderzoek waaruit verhoogde waarden van spierenzymen blijkt
- Bij vrouwen: onvermogen om seksueel opgewonden te raken of te blijven
- Pijn, ongemak of gevoeligheid van geslachtsorganen
- Bij vrouwen: aandoening van geslachtsorganen
- Menstruatiepijn
- Gevoeligheid voor warmte of koude (een warm of koud gevoel)
- Koude rillingen
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u IMCIVREE 10 mg/ml oplossing voor injectie?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en de flacon na ‘EXP’. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Dit geneesmiddel moet tot de uiterste houdbaarheidsdatum op de doos en de flacon in de koelkast worden bewaard bij 2 °C tot 8 °C. Dit geneesmiddel mag gedurende maximaal 30 dagen of tot de uiterste houdbaarheidsdatum (als dat eerder is) ook worden bewaard op kamertemperatuur (niet boven 30 °C). Bewaar alle injectieflacons (ook de flacons die u heeft geopend) in de oorspronkelijke doos ter bescherming tegen licht. 28 dagen na het eerste gebruik van een flacon moet u deze weggooien.
Niet in de vriezer bewaren.
Als dit geneesmiddel is blootgesteld aan temperaturen boven de 30 °C, mag het middel niet worden gebruikt en moet het worden weggegooid overeenkomstig lokale richtlijnen. Gebruik dit geneesmiddel niet als er deeltjes in de flacon zichtbaar zijn of de vloeistof troebel is.
Gebruik voor iedere injectie een nieuwe spuit.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de juiste manier afvoert, worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


