Naar de inhoud

Medicijnen

Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l

Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l
Inhoud
  1. Wat is het en waarvoor wordt het gebruikt?
  2. Wat moet u weten voordat u het gebruikt?
  3. Hoe wordt het gebruikt?
  4. Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
  5. Hoe moet het worden bewaard?
  6. Verdere informatie

In het kort

Glucose 5 % is een oplossing van suiker (glucose) in water. Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 200 kilocalorieën per liter. Glucose 5 % wordt gebruikt: als bron om vocht en suiker (koolhydraten) toe te dienen. om andere medicijnen die via infusie kunnen worden toegediend, te verdunnen of toe te dienen.

Werkzame stof(fen)
Cortisone, Koolhydraten, Glucose
Vergunninghouder
Baxter B.V. Kobaltweg 49 3542 CE UTRECHT
ATC-code
B05BA03

Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.

Advertentie

Patiëntenbijsluiter

Waarvoor wordt Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l gebruikt?

Glucose 5 % is een oplossing van suiker (glucose) in water.

Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 200 kilocalorieën per liter.

Glucose 5 % wordt gebruikt:

  • als bron om vocht en suiker (koolhydraten) toe te dienen.
  • om andere medicijnen die via infusie kunnen worden toegediend, te verdunnen of toe te dienen.

2. Wanneer mag u dit medicijn niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn? U mag Glucose 5 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen

  • onvoldoende behandelde diabetes, waardoor uw bloedsuikergehalte kan stijgen tot boven de normale waarden (niet-gecompenseerde diabetes);
  • toestanden waarin glucose niet verdragen wordt, zoals: wanneer de stofwisseling van het lichaam niet goed werkt, bijvoorbeeld als gevolg van een erge ziekte (metabole stress);
  • hyperosmolair coma (bewusteloosheid), een vorm van coma die kan optreden als u lijdt aan diabetes en niet voldoende medicijnen toegediend krijgt;
  • een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie);
  • een te hoog melkzuurgehalte in het bloed (hyperlactatemie);
  • intolerantie (overgevoeligheid) voor glucose. Dit kan voorkomen bij patiënten met een allergie voor maïs.

Als een ander medicijn toegevoegd wordt aan deze oplossing voor infusie, lees dan altijd de bijsluiter van dat toegevoegde medicijn. Zo kunt u nagaan of u dat medicijn veilig kunt gebruiken.

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 2/9

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt.

Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:

  • te veel water in het lichaam (waterintoxicatie);
  • als u lijdt aan diabetes of hoge suikergehaltes in het bloed hebt (hyperglycemie);
  • als uw nieren niet functioneren zoals normaal
  • als u een bacteriën in het bloed (bloedvergiftiging), trauma of shock heeft
  • een lage gehalte van elektrolyten (natrium, kalium, fosfor, magnesium) in het bloed
  • verwonding opgelopen aan het hoofd tijdens de afgelopen 24 uur;
  • als u onlangs een beroerte (acute ischemische aanval) heeft gehad. Een hoog bloedsuikergehalte kan de gevolgen van een beroerte verergeren en het herstel beïnvloeden;
  • als u stofwisselingsstoornissen heeft als gevolg van verhongering of voeding zonder de juiste verhouding van noodzakelijke voedingsstoffen (ondervoeding);
  • als u een lage gehalte thiamine (vitamine B1) in uw lichaam heeft. Dit kan gebeuren als u chronisch alcoholist bent
  • allergie aan maïs (Glucose 5 % bevat suiker afkomstig van maïs).
  • als u een aandoening heeft die de oorzaak is van een verhoogde hoeveelheid vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt, bijvoorbeeld door:
    O een plotselinge en erge ziekte O pijn
  • een operatie
  • ontstekingen (infecties), brandwonden, een hersenziekte
  • ziekten die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel
  • bepaalde medicijnen die u inneemt (zie ook hieronder “Gebruikt u nog andere medicijnen?”).

Hierdoor kan het risico op een lage hoeveelheid natrium in uw bloed groter worden en dit kan zorgen voor hoofdpijn, misselijkheid, toevallen (oncontroleerbare lichaamsschokken, vaak als onderdeel van een epileptische aanval (insulten), stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door volledige ongeïnteresseerdheid en sloomheid (lethargie), bewusteloosheid (coma), zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een groter risico lopen op zwelling van de hersenen zijn:

  • kinderen
  • vrouwen (vooral wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent)
  • mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door meningitis, bloeding in de schedel of een verwonding aan de hersenen (hersenletsel).

Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende te controleren en te volgen:

  • gehaltenaan elektrolyten zoals kalium in uw bloed (uw plasma-elektrolyten);
  • suikergehalte (glucose);
  • de hoeveelheid vocht in uw lichaam (uw vochtbalans);
  • de zuurtegraad van het bloed en de urine (veranderingen in het zuur-base-evenwicht).

Aangezien Glucose 5 % suiker (glucose) bevat, kan de oplossing een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie) veroorzaken. In dat geval kan uw arts:

  • de infusiesnelheid aanpassen.
  • insuline toedienen om het bloedsuikergehalte te verlagen.
  • extra kalium toedienen, indien nodig.

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 3/9

Vanwege het risico op beschadiging of klontervorming van rode bloedcellen mag Glucose 5 % niet met dezelfde naald worden toegediend als waarmee een bloedtransfusie uitgevoerd wordt.

Uw arts houdt er rekening mee, als u parenterale voeding krijgt (voeding via een buisje in de ader). Bij langdurige behandeling met Glucose 5 % heeft u mogelijk voedingssupplementen nodig.

Kinderen

Glucose 5 % moet met extra voorzichtigheid worden gegeven aan kinderen.

Bij kinderen moet Glucose 5 % worden toegediend door een arts of verpleegkundige. De te geven hoeveelheid moet worden bepaald door een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kinderen en is afhankelijk van de leeftijd, het gewicht en de toestand van het kind. Als Glucose 5 % wordt gebruikt om een ander medicijn toe te dienen of te verdunnen, of als er tegelijkertijd andere medicijnen worden gegeven, kan dat ook een effect op de dosering hebben.

Als deze infusie wordt gegeven aan kinderen, dan zal de arts van het kind bloed afnemen en urinemonsters gebruiken voor controle van: de hoeveelheid elektrolyten, zoals kalium in het bloed (plasma-elektrolyten).

Pasgeboren baby’s – voornamelijk diegenen die te vroeg geboren zijn en diegenen met een laag geboortegewicht – lopen een groter risico dat een te laag of te hoog suikergehalte in het bloed ontstaat (hypo- of hyperglykemie). Ze moeten bijgevolg tijdens een behandeling met intraveneuze glucoseoplossingen nauwlettend worden opgevolgd om een toereikende controle van de suikerspiegels te garanderen zodat eventuele bijwerkingen op lange termijn kunnen worden voorkomen. Lage suikerspiegels bij pasgeboren baby’s kunnen langdurige epileptische aanvallen, bewusteloosheid (coma) en hersenbeschadiging veroorzaken. Hoge suikerspiegels zijn in verband gebracht met een bloeding in de hersenen, bacteriële en schimmelontstekingen (schimmelinfecties), schade aan het oog (prematuren-retinopathie), ontsteking (infecties) in het darmstelsel (necrotiserende enterocolitis), longproblemen (bronchopulmonale dysplasie), langer verblijf in het ziekenhuis en overlijden.

In geval van toediening bij een pasgeboren baby, kan de zak met de oplossing worden aangesloten op een hulpmiddel, een infusiepomp, waarmee de exacte vereiste hoeveelheid oplossing kan worden gegeven over de vastgelegde periode. Uw arts of verpleegkundige zal het hulpmiddel controleren zodat de toediening op een veilige manier verloopt.

Kinderen (inclusief pasgeboren baby’s en oudere kinderen) die Glucose 5 % via infusie krijgen, hebben een verhoogd risico op een lage natriumgehalte in het bloed (hypo-osmotische hyponatriëmie) en een aandoening die de hersenen aantast als gevolg van een lage natriumgehalte (hyponatriëmische encefalopathie).

Gebruikt u nog andere medicijnen?

Gebruikt u naast Glucose 5 % nog andere medicijnen, of heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige. Glucose 5 % en andere medicijnen die terzelfder tijd gebruikt worden, kunnen elkaar beïnvloeden.

Dit medicijn mag niet worden gebruikt met bepaalde hormonen (catecholaminen) waaronder adrenaline of steroïden omdat zij uw bloedsuikergehalte kunnen verhogen.

Sommige medicijnen werken in op het hormoon vasopressine. Deze medicijnen kunnen bestaan uit:

  • medicatie tegen suikerziekte (diabetes) (chloorpropamide)
  • medicijnen tegen cholesterol (clofibraat)
  • sommige medicijnen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide)
  • selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen)
  • medicijn tegen onder andere psychose (antipsychotica) of opiaten voor krachtige pijnstilling
  • medicijnen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID’s)

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 4/9
  • medicijnen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden)
  • anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine)
  • diuretica (medicijnen om beter te kunnen plassen).

Waarop moet u letten met eten en drinken?

Vraag uw arts wat u mag eten of drinken.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit medicijn gebruikt.

Zwangerschap

Glucoseoplossing mag worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Voorzichtigheid is echter geboden als een glucoseoplossing wordt gebruikt tijdens de bevalling.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen toereikende gegevens over het effect van glucose op de vruchtbaarheid. Niettemin wordt er geen effect op de vruchtbaarheid verwacht.

Borstvoeding

Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van glucoseoplossing in de borstvoedingsperiode. Niettemin wordt er geen effect op de borstvoeding verwacht. Glucose 5% mag gebruikt worden tijdens de borstvoeding.

Als tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander medicijn moet worden toegevoegd aan deze oplossing voor infusie, moet u echter:

  • uw arts raadplegen
  • de bijsluiter van het toe te voegen medicijn lezen.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Vraag uw arts of verpleegkundige om advies voordat u een voertuig bestuurt of machines gebruikt.

Advertentie

Advertentie

Wat zijn de bijwerkingen van Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l?

Zoals elk medicijn, kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden:

  • overgevoeligheidsreacties, waaronder een erge allergische reactie (anafylaxie) (mogelijk symptoom bij patiënten met een allergie aan maïs);
  • veranderingen in de gehalten aan zouten (elektrolyten) in het bloed (verstoringen van de elektrolytenbalans);
  • een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie);
  • vochtverlies uit het lichaam (dehydratie);
  • te veel vocht in de bloedvaten (hypervolemie)
  • overmatige urinelozing (polyurie);

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 6/9
  • een te laag natriumgehalte in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie). Hyponatriëmie kan onomkeerbaar verwonding aan de hersenen (hersenletsel) en
    overlijden veroorzaken door cerebrale oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook de rubriek 2
    “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?”).
  • reacties door de manier van toediening:
    • reacties op de plaats waar hetinfuus is geplaatst ;
      • irritatie van de ader waarin de oplossing toegediend wordt die roodheid kan veroorzaaken, pijn of een brandend gevoel en zwelling rond de ader waarin de oplossing toegediend wordt;
        • plaatselijkepijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);
        • koorts, koortsreactie (pyrexie) ;
        • ontsteking (infectie) op de plaats van injectie;
        • uittreding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader (extravasatie), wat kan weefselbeschadiging en littekenvorming veroorzaken;
        • vorming van een bloedklonter (veneuze trombose) op de plaats waar het infuus is geplaatst, wat pijn, zwelling of roodheid veroorzaakt in de omgeving van de klonter;

Als een medicijn toegevoegd is aan deze oplossing voor infusie, kan ook dat toegevoegde medicijn bijwerkingen veroorzaken. Deze bijwerkingen zijn afhankelijk van het toegevoegde medicijn. Lees de bijsluiter van het toegevoegde medicijn voor een overzicht van mogelijke verschijnselen.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.

Hoe bewaart u Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Zakken van 50 ml en 100 ml: Bewaren beneden 30°C.

Zakken van 250 ml, 500 ml en 1000 ml: Voor dit medicijn zijn er geen speciale bewaarcondities.

Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de zak na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Glucose 5 % mag niet worden toegediend als er deeltjes in de oplossing drijven of de zak op een of andere manier beschadigd is.

Meer informatie over Glucose 5%, oplossing voor intraveneuze infusie 50 g/l

Welke stoffen zitten er in dit medicijn?

  • De werkzame stof in dit medicijn is suiker (glucose): 50 g per liter.
  • De andere stof in dit medicijn is water voor injecties.

Hoe ziet Glucose 5 % eruit en wat zit er in een verpakking?

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 7/9

Glucose 5 % is een heldere oplossing waar geen zichtbare deeltjes in zitten. Het product is verkrijgbaar in zakken van polyolefine/polyamide plastic (Viaflo). Elke zak is verpakt in in een afgesloten plastic beschermverpakking.

De verpakkingsgrootten zijn 50 ml, 100 ml, 250 ml, 500 ml en 1000 ml.

Verpakkingsgrootten:

  • 50 zakken van 50 ml per doos,
  • 75 zakken van 50 ml per doos,
  • 1 zak van 50 ml,
  • 50 zakken van 100 ml per doos,
  • 60 zakken van 100 ml per doos,
  • 1 zak van 100 ml,
  • 30 zakken van 250 ml per doos,
  • 1 zak van 250 ml,
  • 20 zakken van 500 ml per doos,
  • 1 zak van 500 ml,
  • 10 zakken van 1000 ml per doos,
  • 12 zakken van 1000 ml per doos,
  • 1 zak van 1000 ml.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikanten

Vergunninghouder:

Baxter B.V., Kobaltweg 49, 3542 CE Utrecht, Nederland

Fabrikanten:

Baxter S.A., Bd René Branquart 80, 7860 Lessines, België

Bieffe Medital S.A., Ctra de Biescas-Senegüé, 22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje Vantive Manufacturing Limited, Moneen Road, Castlebar, County Mayo, Ierland Bieffe Medital S.p.A., Via Nuova Provinciale, 23034 Grosotto (SO), Italië

Dit medicijn is in het register ingeschreven onder:

RVG 27516.

Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in april 2025.

De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:

Instructies voor verwerking en voorbereiding

Parenterale geneesmiddelen moeten vóór toediening visueel worden geïnspecteerd op deeltjes en verkleuring, als de oplossing en de container dat toelaten. Uitsluitend gebruiken als de oplossing helder is en geen zichtbare deeltjes bevat, en de zak onbeschadigd is. Onmiddellijk toedienen na inbrenging van de toedieningsset.

De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen.

De binnenverpakking zorgt ervoor dat de steriliteit van het product behouden blijft.

Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de vloeistof uit de tweede zak beëindigd is.

Version 13.0 (QRD 4.2)

GLUCOSE 5 % BAXTER B.V.
Bijsluiter 8/9

Het onder druk zetten van intraveneuze oplossingen in soepele plastic zakken om het debiet te verhogen kan leiden tot een luchtembolie indien de achterblijvende lucht in de zak niet volledig verwijderd is vóór toediening.

Het gebruik van een intraveneuze toedieningsset met ontluchting met open ontluchtingsventiel kan leiden tot luchtembolie. Intraveneuze toedieningssets met ontluchting met open ontluchtingsventiel mogen niet worden gebruikt met soepele plastic zakken.

De oplossing moet aan de hand van een aseptische techniek worden toegediend met behulp van steriele apparatuur. Deze apparatuur moet worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem.

Elektrolytensupplementen kunnen aangewezen zijn, afhankelijk van de klinische behoeften van de patiënt.

Toe te voegen geneesmiddelen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd via de hersluitende injectiepoort.

Wanneer een toe te voegen geneesmiddel gebruikt wordt, moet de finale osmolariteit ervan worden gecontroleerd vóór parenterale toediening. Het toegevoegde geneesmiddel moet onder aseptische omstandigheden.grondig en zorgvuldig worden gemengd. Oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen moeten onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden bewaard.Door de toevoeging van andere geneesmiddelen of een verkeerde wijze van toediening kunnen pyrogenen in de bloedsomloop terechtkomen. Dit kan leiden tot de ontwikkeling van koorts. In geval van bijwerkingen moet de infusie onmiddellijk worden stopgezet.

Om te vermijden dat de pasgeborene te veel intraveneuze vloeistoffen met een infusie toegediend krijgt, met eventueel fatale afloop, moet extra aandacht worden besteed aan de wijze van toediening. Bij gebruik van een spuitpomp voor toediening van intraveneuze vloeistoffen of geneesmiddelen bij pasgeborenen mag een zak met vloeistof niet op de spuit aangesloten blijven.

Bij gebruik van een spuitpomp moeten alle klemmen op de intraveneuze toedieningsset gesloten zijn voordat de toedieningsset van de pomp wordt verwijderd of voordat de pomp wordt uitgeschakeld. Dit is noodzakelijk, ongeacht of de toedieningsset voorzien is van een hulpmiddel tegen vrije inloop.

Het intraveneuze infusiehulpmiddel en de toedieningsapparatuur moeten veelvuldig worden gecontroleerd.

Vernietigen na eenmalig gebruik.

Niet-gebruikte oplossing vernietigen.

Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.

Bewaar geen oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen.

Toevoeging van geneesmiddelen aan Glucose 5 % moet onder aseptische omstandigheden gebeuren. Meng de oplossing grondig als er geneesmiddelen zijn toegevoegd.

Redactionele principes

Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.

Uit ons magazine