Inhoud
In het kort
Vancomycine is een antibioticum dat behoort tot een groep antibiotica die “glycopeptiden” heten. Vancomycine werkt door bepaalde bacteriën die infecties veroorzaken uit de weg te ruimen. Vancomycine-poeder gaat in een oplossing voor infusie.
- Werkzame stof(fen)
- Vancomycine, Vancomycinhydrochlorid
- Vergunninghouder
- Eureco-Pharma B.V.
- ATC-code
- J01XA01
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Vancomycine is een antibioticum dat behoort tot een groep antibiotica die “glycopeptiden” heten. Vancomycine werkt door bepaalde bacteriën die infecties veroorzaken uit de weg te ruimen.
Vancomycine-poeder gaat in een oplossing voor infusie.
Vancomycine wordt binnen alle leeftijdsgroepen via infusie gebruikt voor de behandeling van de volgende ernstige infecties:
- Infecties van de huid en weefsels onder de huid.
- Infecties van bot en gewrichten.
- Een infectie van de longen die “pneumonie” (longontsteking) heet.
- Infectie van de binnenbekleding van het hart (endocarditis) en om endocarditis te voorkomen bij patiënten met een risico wanneer ze een grote chirurgische ingreep ondergaan
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? - U bent allergisch voor vancomycine of elk ander ingrediënt in dit geneesmiddel (zie rubriek 6)
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel? Er zijn ernstige bijwerkingen gemeld die kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen na injectie van vancomycine in de ogen.
Er zijn verschijnselen van een allergische reactie op dit geneesmiddel, waaronder ademhalingsproblemen en pijn op de borst, gemeld bij gebruik van Vancomycine Eureco-Pharma. Stop onmiddellijk met het gebruik van Vancomycine Eureco-Pharma en neem onmiddellijk contact op met uw arts of een medische nooddienst als u een van deze verschijnselen opmerkt.
Neem contact op met uw arts of ziekenhuisapotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt als:
- U eerder leed aan een allergische reactie op teicoplanine, omdat dit zou kunnen betekenen dat u ook allergisch bent voor vancomycine.
- U een gehoorstoornis hebt, met name als u al ouder bent (mogelijk moet u gehoortesten ondergaan tijdens de behandeling).
- U een nieraandoening hebt (uw bloed en nieren moeten tijdens de behandeling worden getest).
- U vancomycine niet oraal maar via een infuus krijgt voor de behandeling van de diarree die verband houdt met een infectie met Clostridium difficile.
- U ooit ernstige huiduitslag of huidschilfering, blaarvorming en/of mondzweertjes hebt ontwikkeld na inname van vancomycine.
Ernstige huidreacties, waaronder het Stevens-Johnson-syndroom, toxische epidermale necrolyse, geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), en acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), zijn gemeld in verband met de behandeling met vancomycine. Stop met het gebruik van vancomycine en zoek onmiddellijk medische hulp als u één van de in rubriek 4 beschreven symptomen opmerkt.
Neem tijdens de behandeling met vancomycine contact op met uw arts, (ziekenhuis) apotheker of verpleegkundige als:
- U vancomycine gedurende een lange tijd krijgt (uw bloed, lever en nieren moeten tijdens de behandeling mogelijk worden getest).
- U een huidreactie krijgt tijdens de behandeling.
- U ernstige of langdurige diarree krijgt tijdens of na het gebruik van vancomycine; raadpleeg uw arts dan onmiddellijk. Dit kan een signaal zijn van een darmontsteking (pseudomembraneuze colitis) die na behandeling met antibiotica kan optreden.
Kinderen Vancomycine zal met uiterste zorg worden gebruikt bij vroeggeboren baby's en jonge zuigelingen, want hun nieren zijn niet volledig ontwikkeld en ze kunnen vancomycine ophopen in het bloed. Voor deze leeftijdsgroep zijn mogelijk bloedonderzoeken nodig om de concentraties vancomycine in het bloed onder controle te houden.
Gelijktijdige toediening van vancomycine en anesthesiemiddelen is in verband gebracht met roodheid van de huid (erytheem) en allergische reacties bij kinderen. Op soortgelijke wijze kan gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen zoals aminoglycoside-antibiotica, non-steroïde anti-ontstekingsmiddelen (NSAID's, bijv. ibuprofen) of amfotericine B (geneesmiddel tegen schimmelinfectie) het risico op nierschade vergroten en daarom kan een bloed- en niertest vaker nodig zijn.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? Gebruikt u naast Vancomycine Eureco-Pharma nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Doe dit ook in het geval van geneesmiddelen zonder recept, kruidenmiddelen, of vitaminen en mineralen, want sommige hiervan zouden een interactie kunnen hebben met vancomycine. Neem verder geen nieuw geneesmiddel zonder uw arts te raadplegen.
Dit is vooral belangrijk voor de volgende, aangezien zij kunnen interageren met Vancomycine :
- verdovingsmiddelen - deze kunnen roodheid, blozen, flauwvallen, instorting of zelfs hartaanvallen veroorzaken. Daarom moet u uw arts vertellen dat u vancomycine gebruikt als u een operatie ondergaat,
- geneesmiddelen voor spierverslapping tijdens anesthesie,
- elk geneesmiddel dat uw zenuwen of nieren aantast, zoals amfotericine B (behandelt schimmelinfecties), aminoglycosiden, bacitracine, polymixine B, colistine, viomycine (antibiotica), cisplatine (een geneesmiddel voor chemotherapie) of piperacilline/tazobactam,
- krachtige diuretica (sterke geneesmiddelen die worden gegeven om de urineproductie te bevorderen) zoals furosemide.
Uw arts zal mogelijk uw bloed moeten controleren en de dosering bijstellen als vancomycine op hetzelfde moment wordt toegediend als andere geneesmiddelen.
Zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn of wilt u zwanger worden? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Vancomycine Eureco-Pharma dient tijdens zwangerschap uitsluitend te worden toegediend als het absoluut noodzakelijk is.
Borstvoeding
Geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt, want Vancomycine Eureco-Pharma komt in de moedermelk terecht. Uw arts zal beslissen of vancomycine absoluut noodzakelijk is of dat u met de borstvoeding moet stoppen.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines Vancomycine Eureco-Pharma heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Hoe wordt Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
U krijgt Vancomycine Eureco-Pharma door medisch personeel toegediend terwijl u in het ziekenhuis bent. Uw arts zal besluiten hoeveel van dit geneesmiddel u elke dag toegediend dient te krijgen en hoelang de behandeling zal duren.
Dosering
De dosis die aan u wordt toegediend, zal afhangen van:
- uw leeftijd,
- uw gewicht,
- de infectie die u hebt,
- hoe goed uw nieren werken,
- uw hoorvermogen,
- eventuele andere geneesmiddelen die u gebruikt.
Intraveneuze toediening Volwassenen en jongeren (vanaf 12 jaar en ouder) De dosering wordt berekend in verhouding tot het lichaamsgewicht. De gebruikelijke infusiedosis is 15 tot 20 mg per kg lichaamsgewicht. Deze dosis wordt gewoonlijk elke 8 tot 12 uur gegeven. In sommige gevallen kan uw arts besluiten een startdosis te geven van maximaal 30 mg per kg lichaamsgewicht.
De maximale dagelijkse dosis is 2 g.
Gebruik bij kinderen Kinderen met een leeftijd van een maand tot 12 jaar
De dosering wordt berekend in verhouding tot het lichaamsgewicht. De gebruikelijke infusiedosis is 10 tot 15 mg per kg lichaamsgewicht. Deze dosis wordt gewoonlijk elke 6 uur gegeven.
Vroeggeboren en voldragen pasgeboren baby's (van 0 tot 27 dagen)
De dosering wordt berekend aan de hand van de postmenstruele leeftijd (de tijd verstreken tussen de eerste dag van de laatste menstruatieperiode en de geboorte (zwangerschapsduur) plus de tijd verstreken na de geboorte (postnatale leeftijd)).
Ouderen, zwangere vrouwen en patiënten met een nieraandoening, inclusief degenen die dialyse ondergaan, hebben mogelijk een andere dosis nodig.
Wijze van toediening
Intraveneuze infusie houdt in dat het geneesmiddel vanuit een infusiefles of -zak via een slang naar een van uw bloedvaten en uw lichaam in stroomt. Uw arts, of verpleegkundige, zal vancomycine altijd in uw bloed toedienen en niet in de spier. Vancomycine zal worden toegediend in uw ader gedurende ten minste 60 minuten.
Duur van de behandeling
De lengte van de behandeling hangt af van de infectie die u heeft en kan een aantal weken duren.
De duur van de therapie kan verschillend zijn, afhankelijk van de individuele reactie van elke patiënt op de behandeling.
Tijdens de behandeling krijgt u misschien bloedonderzoeken, wordt u gevraagd om urinemonsters te geven en mogelijk krijgt u gehoortests om te zoeken naar tekenen die wijzen op mogelijke bijwerkingen.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Vancomycine kan allergische reacties veroorzaken, hoewel ernstige allergische reacties (anafylactische shock) zelden voorkomen. Vertel het onmiddellijk aan uw arts als u plotseling een piepende ademhaling krijgt, moeilijk kunt ademen, Roodheid van het bovenlichaam optreedt, uitslag of jeuk krijgt.Stop met het gebruik van vancomycine en zoek onmiddellijk medische hulp als u een van de volgende symptomen opmerkt:
- Roodachtige niet-verdikte, op een schietschijf lijkende of cirkelvormige vlekken op de romp, vaak met blaren in het midden, huidschilfering, zweren in/op de mond, keel, neus, genitaliën en ogen. Deze ernstige huiduitslag kan worden voorafgegaan door koorts en griepachtige symptomen (Stevens-Johnson-syndroom en toxische epidermale necrolyse).
- Wijdverspreide huiduitslag, hoge lichaamstemperatuur en vergrote lymfeklieren (DRESSsyndroom of geneesmiddel-overgevoeligheidssyndroom).
-
Een rode, schilferige, wijdverspreide huiduitslag met bulten onder de huid en blaren die gepaard gaan met koorts bij het begin van de behandeling (acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose).
Pijn op de borst, wat kan wijzen op een mogelijke ernstige allergische reactie, bekend als het Kounis-syndroom
Vaak voorkomende bijwerkingen (kan tot 1 op de 10 mensen treffen):
- Daling van bloeddruk
- Kortademigheid, luidruchtige ademhaling (een hoog piepend geluid dat ontstaat door een belemmerde luchtstroom in de bovenste luchtweg)
- Uitslag en ontsteking van de slijmvlieslaag in de mond, jeuk, jeukende uitslag, galbulten
- Nierproblemen die voornamelijk ontdekt worden via bloedonderzoek
- Roodheid van het bovenlichaam en gezicht, ontsteking van een ader
- Toename van de hoeveelheid leverenzymen
Soms voorkomende bijwerkingen (kan tot 1 op de 100 mensen treffen):
• Tijdelijk of permanent gehoorverlies.
Zelden voorkomende bijwerkingen (kan tot 1 op de 1.000 mensen treffen):
- Afname van het aantal witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes (bloedcellen die zorgen voor de bloedstolling)
- Toename van sommige witte bloedcellen in het bloed.
- Evenwichtsverlies, rinkelen in de oren, duizeligheid
- Ontsteking van een bloedvat
- Misselijkheid (misselijk gevoel)
- Ontsteking van de nieren en nierfalen
- Pijn in de borst- en rugspieren
- Koorts, koude rillingen
Zeer zelden voorkomende bijwerkingen (kan tot 1 op de 10.000 mensen treffen):
- Een plotselinge aanval van een ernstige allergische huidreactie met huidafschilfering, blaarvorming of vervelling. Dit kan gepaard gaan met hoge koorts en gewrichtspijnen
- Hartstilstand
- Ontsteking van de darm die buikpijn en diarree, mogelijk met bloed erin, veroorzaakt
Niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
- Misselijk zijn (overgeven), diarree
- Verwardheid, slaperigheid, gebrek aan energie, zwelling, vasthouden van vocht, minder urine
- Uitslag met zwelling of pijn achter de oren, in de nek, lies, onder de kin en oksels (gezwollen lymfeklieren), abnormale bloed- en leverfunctietests
- Uitslag met blaren en koorts.
Het melden van bijwerkingen Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, (ziekenhuis)apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket en de doos na EXP:. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Voor bereiding: Bewaren beneden 30 °C. Bewaar de injectieflacon in de buitenverpakking om het te beschermen tegen licht.
Na bereiding: Dit geneesmiddel voor infusie moet onmiddellijk worden gebruikt. Uw arts zorgt ervoor dat de oplossing niet verkleurd is en geen deeltjes bevat.
De injectieflacons zijn voor eenmalig gebruik. Uw arts zal eventuele resterende oplossing van dit geneesmiddel na toediening van uw dosis weggooien.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
- De werkzame stof in dit middel is vancomycine (als hydrochloride).
- Bevat ook zoutzuur
Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie Elke injectieflacon bevat 500 mg vancomycine hydrochloride, wat equivalent is aan 500.000 IE vancomycine. Bevat ook zoutzuur.
Wanneer het met 10 ml water voor injecties wordt gereconstitueerd, bevat het resulterende concentraat voor oplossing voor infusie 50 mg/ml vancomycine.
Vancomycine Eureco-Pharma 1000 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie Elke injectieflacon bevat 1000 mg vancomycine hydrochloride, wat equivalent is aan 1.000.000 IE vancomycine. Bevat ook zoutzuur.
Wanneer het met 20 ml water voor injecties wordt gereconstitueerd, bevat het resulterende concentraat voor oplossing voor infusie 50 mg/ml vancomycine.
Hoe ziet Vancomycine Eureco-Pharma eruit en hoeveel zit er in een verpakking? Dit geneesmiddel is een homogeen, wit tot gebroken wit, gevriesdroogd poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie. Het moet eerst in water voor injectie worden opgelost en voorafgaand aan gebruik in een geschikt oplosmiddel verder worden verdund.
Dit geneesmiddel wordt geleverd in injectieflacons van 12 ml met een rubber stop. Dit geneesmiddel is verkrijgbaar in twee sterktes: 500 mg en 1000 mg.
Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg is verpakt in kartonnen dozen. Elke doos bevat 25 injectieflacons.
Vancomycine Eureco-Pharma 1000 mg is verpakt in kartonnen dozen. Elke doos bevat 10 injectieflacons.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengenen fabrikant Registratiehouder/ompakker: Eureco-Pharma B.V. Boelewerf 2
2987 VD Ridderkerk
Fabrikant:
Laboratorios NORMON, S.A. Ronda de Valdecarrrizo, 6 28760 Tres Cantos (Madrid) Spanje
In het register ingeschreven onder:
Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie RVG: 134734//110475 L.v.h.: Spanje
Vancomycine Eureco-Pharma 1000 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie RVG: 134738//110476 L.v.h.: Spanje
Het product uit deze bijsluiter wordt in het land van herkomst op de markt gebracht onder de naam: Vancomicina Normon 500 mg polvo para concentrado para solución para perfusión EFG Vancomicina Normon 1000 mg polvo para concentrado para solución para perfusión EFG
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in juli 2026 Andere informatiebronnen Advies/medische informatie
Antibiotica worden gebruikt om bacteriële infecties te genezen. Ze zijn niet werkzaam tegen virusinfecties.
Als uw arts antibiotica heeft voorgeschreven, hebt u deze precies nodig voor uw huidige ziekte.
Ondanks de antibiotica kunnen sommige bacteriën overleven of zelfs groeien. Dit verschijnsel wordt resistentie genoemd: sommige antibioticumbehandelingen worden ineffectief.
Verkeerd gebruik van antibiotica verhoogt de resistentie. U kunt bacteriën zelfs helpen resistent te worden en daardoor uw genezing vertragen of de werkzaamheid van antibiotica verminderen
als u zich niet houdt aan de juiste:
- dosering
- schema's
- duur van de behandeling
Om de werkzaamheid van dit geneesmiddel te behouden, moet u daarom:
- Antibiotica alleen gebruiken als ze zijn voorgeschreven.
- Het voorschrift strikt opvolgen.
- Een antibioticum niet opnieuw gebruiken zonder medisch voorschrift, ook als u een soortgelijke ziekte wilt behandelen.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.
Dit is een uittreksel uit de Samenvatting van de productkenmerken om te helpen bij de toediening van Vancomycine Eureco-Pharma. Wanneer de geschiktheid van het gebruik bij een specifieke patiënt wordt bepaald, dient de voorschrijver bekend te zijn met de Samenvatting van de productkenmerken van het geneesmiddel.
Posologie Waar aangewezen, moet vancomycine worden toegediend in combinatie met andere antibacteriële geneesmiddelen.
Intraveneuze toediening
De startdosis moet gebaseerd zijn op het totale lichaamsgewicht. Daaropvolgende dosisaanpassingen moeten gebaseerd zijn op de serumconcentraties om de beoogde therapeutische concentraties te verkrijgen. Bij vervolgdoseringen en toedieningsintervallen moet rekening worden gehouden met de nierfunctie.
Patiënten van 12 jaar en ouder
De aanbevolen dosis is 15 tot 20 mg/kg lichaamsgewicht elke 8 tot 12 uur (niet meer dan 2 g per dosis).
Bij ernstig zieke patiënten kan een oplaaddosis van 25-30 mg/kg lichaamsgewicht worden gebruikt om het snel bereiken van de beoogde dalserumconcentratie vancomycine te vergemakkelijken.
Zuigelingen en kinderen met een leeftijd van een maand tot 12 jaar:
De aanbevolen dosis is 10 tot 15 mg/kg lichaamsgewicht elke 6 uur (zie rubriek 4.4 van de SmPC).
Voldragen neonaten (vanaf de geboorte tot de leeftijd van 27 dagen postnataal) en premature neonaten (vanaf de geboorte tot de uitgerekende bevallingsdatum plus 27 dagen)
Voor het vaststellen van het doseringsregime voor neonaten dient advies te worden ingewonnen bij een arts die ervaren is in het behandelbeleid ten aanzien van neonaten. Een van de mogelijke manieren voor het doseren van vancomycine bij neonaten is aangegeven in de volgende tabel: (zie rubriek 4.4 van de SmPC)
| PMA (weken) | Dosis (mg/kg) | Toedieningsinterval (uren) |
| <29 | ||
| 29-35 | ||
| >35 |
PMA: postmenstruele leeftijd [(tijd verstreken tussen de eerste dag van de laatste menstruatieperiode en de geboorte (zwangerschapsduur) plus de tijd verstreken na de geboorte (postnatale leeftijd)].
Perioperatieve profylaxe van bacteriële endocarditis in alle leeftijdsgroepen.
De aanbevolen dosis is een startdosis van 15 mg/kg voordat de anesthesie wordt ingeleid. Afhankelijk van de duur van de ingreep kan er een tweede dosis vancomycine vereist zijn.
Duur van de behandeling
De aanbevolen behandelingsduur is in onderstaande tabel weergegeven. In elk geval dient de duur van de behandeling te worden aangepast aan het type en de ernst van de infectie en de individuele klinische respons.
| Indicatie | Behandelingsduur | |
| Gecompliceerde huid- en wekedeleninfecties | ||
| - | Niet necrotiserend | 7 tot 14 dagen |
| - | Necrotiserend | 4 tot 6 weken* |
| Bot- en gewrichtinfecties | 4 tot 6 weken** | |
| Thuis opgelopen pneumonie (CAP) | 7 tot 14 dagen | |
| In het ziekenhuis opgelopen pneumonie, | 7 tot 14 dagen | |
| inclusief ventilator-geassocieerde pneumonie | ||
| (resp. HAP en VAP) | ||
| Infectieuze endocarditis | 4 tot 6 weken*** |
*Doorgaan tot er geen verder debridement meer nodig is, de patiënt klinisch is verbeterd en de patiënt gedurende 48 tot 72 uur koortsvrij is
** Bij gewrichtsprothese-infecties moeten langere cycli orale suppressiebehandelingen met geschikte antibiotica worden overwogen.
***De duur en noodzaak van combinatietherapie is gebaseerd op kleptype en organisme
Speciale populaties
Ouderen
Er zijn mogelijk lagere onderhoudsdoses nodig vanwege de leeftijdsgerelateerde vermindering van de nierfunctie.
Nierfunctievermindering
Bij volwassenen en pediatrische patiënten met een verminderde nierfunctie dient aandacht te worden geschonken aan een eerste startdosis gevolgd door de dalserumspiegels vancomycine in plaats van een schematisch dosisregime, in het bijzonder bij patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie of bij patiënten die een niervervangende therapie (RRT) ondergaan; dit komt door de vele verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de vancomycineconcentraties bij deze patiënten.
Bij patiënten met mild tot matig nierfalen moet de startdosis niet worden verlaagd. Bij patiënten met ernstig nierfalen verdient het de voorkeur het toedieningsinterval te verlengen in plaats van lagere dagelijkse doses toe te dienen.
Er moet voldoende aandacht worden besteed aan de gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die de klaring van vancomycine kunnen verminderen en/of de ongewenste bijwerkingen hiervan kunnen versterken (zie rubriek 4.4 van de SmPC).
Vancomycine is slecht dialyseerbaar via intermitterende hemodialyse. Het gebruik van hogefluxmembranen en continue niervervangende therapie (CRRT) verhoogt echter de klaring van vancomycine en vereist doorgaans een vervangende dosering (gewoonlijk na de hemodialysesessie in geval van intermitterende hemodialyse).
Volwassenen
Dosisaanpassingen bij volwassen patiënten kunnen gebaseerd op de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR), met behulp van de volgende formule:
Mannen: [Gewicht (kg) x [140 - leeftijd (jaar)]] / [72 x serumcreatinine (mg/dl)] Women: 0.85 x value calculated by the above formula.
De gebruikelijke startdosis voor volwassen patiënten is 15 tot 20 mg/kg die elke 24 uur kan worden toegediend bij patiënten met een creatinineklaring tussen 20 en 49 ml/min. Bij patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring lager dan 20 ml/min) of patiënten die niervervangende therapie ondergaan, zijn de juiste timing en de hoeveelheid van volgende doses sterk afhankelijk van de modaliteit van de RTT en moeten ze gebaseerd zijn op de dalserumconcentraties vancomycine en op de restnierfunctie (zie rubriek 4.4 van de SmPC). Afhankelijk van de klinische situatie, moet worden overwogen om, in afwachting van de resultaten van de vancomycineconcentraties, de volgende dosis voorlopig niet te geven.
Bij de kritiek zieke patiënt met nierinsufficiëntie moet de eerste oplaaddosis (25 tot 30 mg/kg) niet worden verlaagd.
Pediatrische patiënten
Dosisaanpassingen bij pediatrische patiënten van 1 jaar en ouder kunnen gebaseerd worden met behulp van de herziene Schwartz-formule geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR):
eGFR (ml/min/1,73 m2) = (lengte in cm x 0,413)/serumcreatinine (mg/dl) eGFR (ml/min/1,73 m2) = (lengte in cm x 36,2/serumcreatinine (μmol/l)
Voor neonaten en zuigelingen jonger dan 1 jaar dient advies te worden ingewonnen bij een deskundige omdat de herziene Schwartz-formulte op hen niet van toepassing is.
Oriënterende dosisaanbevelingen voor pediatrische patiënten worden in onderstaande tabel weergegeven. Deze volgen dezelfde principes als bij volwassen patiënten.
| GFR (mL/min/1.73 m2) | IV dosis | Frequentie |
| 50-30 | 15 mg/kg | 12-uurs |
| 29-10 | 15 mg/kg | 24-uurs |
| < 10 | 10-15 mg/kg | Opnieuw doseren op basis van |
| spiegels* | ||
| Intermittente haemodialyse | ||
| Peritoneale dialyse | ||
| Continue niervervangende | 15 mg/kg | Opnieuw doseren op basis van |
| therapie | spiegels* |
* De juiste timing en hoeveelheid van volgende doses hangen grotendeels af van de modaliteit van de RTT en moeten worden gebaseerd op de serumconcentraties vancomycine die voorafgaand aan toediening verkregen zijn en op de restnierfunctie. Afhankelijk van de klinische situatie, moet worden overwogen om, in afwachting van de resultaten van de vancomycineconcentraties, de volgende dosis voorlopig niet te geven.
Leverfunctievermindering
Er is geen dosisaanpassing nodig voor patiënten met leverinsufficiëntie.
Zwangerschap
Bij zwangere vrouwen kunnen aanzienlijk verhoogde doses nodig zijn om de therapeutische serumconcentraties te verkrijgen (zie rubriek 4.6 van de SmPC).
Obese patiënten
Bij obese patiënten moet de startdosis individueel worden aangepast in overeenstemming met het totale lichaamsgewicht, net als bij niet-obese patiënten.
Controle van de serumconcentraties vancomycine
De frequentie van de therapeutische geneesmiddelcontrole (therapeutic drug monitoring, TDM) moet worden geïndividualiseerd op basis van de klinische situatie en de respons op de behandeling, variërend van dagelijkse bemonstering die vereist kan zijn bij sommige hemodynamisch instabiele patiënten, tot ten minste eenmaal per week bij stabiele patiënten die een respons op de behandeling vertonen. Bij patiënten met een normale nierfunctie moet de serumconcentratie vancomycine worden gecontroleerd op de tweede dag van de behandeling onmiddellijk vóór de volgende dosis.
Bij patiënten die intermitterende hemodialyse ondergaan, worden de vancomycineconcentraties gewoonlijk verkregen vóór het begin van de hemodialysesessie.
Therapeutische dalspiegels (minimumwaarden) vancomycine in het bloed moeten normaliter tussen 10-20 mg/l liggen, afhankelijk van de plaats van de infectie en de gevoeligheid van het
pathogeen. Dalwaarden van 15-20 mg/l worden gewoonlijk door klinische laboratoria aanbevolen om als gevoelig geclassificeerde pathogenen met een MIC ≥1 mg/l beter af te dekken (zie rubrieken 4.4
en 5.1 van de SmPC).
Modelgebaseerde methoden kunnen nuttig zijn bij het voorspellen van de individuele dosisvereisten om een adequate AUC te bereiken. De modelgebaseerde benadering kan zowel bij de berekening van de gepersonaliseerde startdosis als voor dosisaanpassingen op basis van TDM-resultaten worden gebruikt (zie rubriek 5.1 van de SmPC).
Wijze van toediening Intraveneuze toediening
Intraveneuze vancomycine wordt gewoonlijk toegediend als een intermitterende infusie en de aanbevelingen voor de dosering die in deze rubriek voor de intraveneuze route worden gegeven komen overeen met dit type toediening.
Vancomycine mag uitsluitend worden toegediend als trage intraveneuze infusie met een duur van ten minste een uur of met een maximumsnelheid van 10 mg/min (welke van beide langer is) die voldoende is verdund (ten minste 100 ml per 500 mg of ten minste 200 ml per 1000 mg) (zie rubriek 4.4 van de SmPC).
Patiënten bij wie de vloeistofinname moet worden beperkt, kunnen ook een oplossing krijgen van 500 mg/50 ml of 1000 mg/100 ml, ofschoon het risico van infusiegerelateerde bijwerkingen kan toenemen bij deze hogere concentraties.
Voor informatie over de bereiding van de oplossing, zie rubriek 6.6 van de SmPC.
Er kan een continue vancomycine-infusie worden overwogen, bijvoorbeeld bij patiënten met een onstabiele vancomycineklaring.
• Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Andere potentieel nefrotoxische of ototoxische medicatie
Gelijktijdige of opeenvolgende toediening van vancomycine met andere potentieel neurotoxische of/en nefrotoxische werkzame stoffen, met name gentamicine, amfotericine B, streptomycine, neomycine, kanamycine, amikacine, tobramycine, viomycine, bacitracine, polymyxine B, colistine, cisplatine, lisdiuretica piperacilline/tazobactam en NSAID’s kan de nefrotoxiciteit en/of ototoxiciteit van
vancomycine potentiëren en vereist derhalve zorgvuldige controle van de patiënt (zie rubriek 4.4 van de SmPC).
Vanwege de synergetische werking (bijvoorbeeld met gentamicine) moet de maximale vancomycinedosis in deze gevallen tot 500 mg per 8 uur worden beperkt.
Anesthetica
Gelijktijdige toediening van vancomycine en anesthetica is in verband gebracht met erytheem, histamineachtig rood worden van de huid en anafylactoïde reacties. Dit kan worden verminderd als het vancomycine vóór anesthetische inleiding in een tijdsbestek van 60 minuten wordt toegediend. Bij toediening tijdens anesthesie moeten de doses worden verdund tot 5 mg / ml of minder en langzaam worden toegediend met nauwgezette hartbewaking. Positieveranderingen moeten worden uitgesteld totdat de infusie is voltooid om posturale aanpassing mogelijk te maken.
Spierverslappers
Als vancomycine tijdens of direct na chirurgie wordt toegediend, kan het effect (neuromusculaire blokkade) van gelijktijdig gebruikte spierverslappers (zoals succinylcholine) versterkt en verlengd zijn.
• Gevallen van onverenigbaarheid Vancomycine heeft een lage pH die chemische of fysische instabiliteit kan veroorzaken wanneer het met andere stoffen wordt gemengd. Daarom dient elke parenterale oplossing voorafgaand aan gebruik visueel op neerslagen en verkleuring te worden gecontroleerd.
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die welke vermeld zijn in rubriek 6.6 van de SmPC.
Combinatietherapie
In het geval van combinatietherapie van vancomycine met andere antibiotica/chemotherapeutica dienen de preparaten afzonderlijk te worden toegediend.
Van mengsels van oplossingen van vancomycine en bètalactamantibiotica is gebleken dat ze fysisch onverenigbaar zijn. De waarschijnlijkheid van precipitatie neemt toe met hogere concentraties vancomycine. Het wordt aanbevolen tussen toediening van deze antibiotica de intraveneuze lijnen voldoende door te spoelen. Het wordt ook aanbevolen oplossingen van vancomycine tot 5 mg/ml of minder te verdunnen.
• Houdbaarheid Bewaring
Bewaar beneden 30°C. Bewaar de injectieflacon in de buitenverpakking om het te beschermen tegen licht. Gebruik dit geneesmiddel niet na de vervaldatum die op de verpakking staat vermeld.
Gereconstitueerd concentraat
Het gereconstitueerde concentraat moet onmiddellijk na reconstitutie verder worden verdund.
Verdund product
Vanuit microbiologisch en fysisch-chemisch oogpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt.
• Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies Het product moet worden gereconstitueerd en het resulterende concentraat moet daarna direct voorafgaand aan gebruik worden verdund.
Bereiding van het gereconstitueerde concentraat Los Vancomycine Eureco-Pharma 500 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie op in 10 ml steriel water voor injectie.
Los Vancomycine Eureco-Pharma 1000 mg, poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie op in 20 ml steriel water voor injectie.
Eén ml gereconstitueerd concentraat bevat 50 mg vancomycine.
Hoe ziet gereconstitueerd concentraat eruit?
Na reconstitutie is de oplossing helder en kleurloos tot licht gelig bruin zonder zichtbare deeltjes.
Voor bewaarcondities van het gereconstitueerde geneesmiddel, zie rubriek 6.3 van de SmPC.
Bereiding van uiteindelijke verdunde Oplossing voor infusie Gereconstitueerde oplossingen die 50 mg/ml vancomycine bevatten, dienen verder te worden verdund.
Geschikte verdunningsmiddelen zijn:
Sodium Chloride 9 mg/ml (0,9%) Injection
Glucose 50 mg/ml (5%) Injection
INTERMITTERENDE INFUSIE: Gereconstitueerde oplossing die 500 mg vancomycine bevat (50 mg/ml), moet met ten minste 100 ml verdunningsmiddel verder worden verdund (tot 5 mg/ml).
Gereconstitueerde oplossing die 1000 mg vancomycine bevat (50 mg/ml), moet met ten minste 200 ml verdunningsmiddel verder worden verdund (tot 5 mg/ml).
De vancomycineconcentratie in Oplossing voor infusie dient niet hoger te zijn dan 5 mg/ml.
De gewenste dosis dient langzaam via intraveneus gebruik bij een snelheid van niet hoger dan 10 mg/minuut, in een tijdsbestek van ten minste 60 minuten of zelfs langer te worden toegediend.
CONTINUE INFUSIE: Dit dient alleen te worden gebruikt als behandeling met een intermitterende infusie niet mogelijk is. Verdun 1000 mg tot 2000 mg opgelost vancomycine in een voldoende hoeveelheid van het bovenstaande geschikte verdunningsmiddel en dien het toe in de vorm van een druppelinfuus, zodat de patiënt de voorgeschreven dosis in 24 uur toegediend zal krijgen.
Hoe ziet de verdunde oplossing eruit?
Na verdunning is de oplossing helder, en vrij van vreemde deeltjes.
Voor bewaarcondities van het verdunde geneesmiddel, zie rubriek 6.3 van de SmPC.
Voorafgaand aan toediening dienen de gereconstitueerde en verdunde oplossingen visueel op deeltjes en verkleuring te worden gecontroleerd. Alleen heldere en kleurloze oplossing die vrij is van deeltjes dient te worden gebruikt.
Verwijdering Injectieflacons zijn uitsluitend voor eenmalig gebruik. Ongebruikte geneesmiddelen moeten worden weggegooid.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


