Inhoud
In het kort
Wat is Sarclisa en waarvoor wordt dit middel gebruikt? Wat is Sarclisa? Sarclisa is een geneesmiddel tegen kanker dat de werkzame stof isatuximab bevat. Het behoort tot een groep geneesmiddelen die “monoklonale antilichamen” worden genoemd.
- Werkzame stof(fen)
- Isatuximab
- Vergunninghouder
- Sanofi Winthrop Industrie
- Afgiftemodus
- Verstrekking door een (openbare) apotheek
- ATC-code
- L01XC38
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Wat is Sarclisa en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wat is Sarclisa?
Sarclisa is een geneesmiddel tegen kanker dat de werkzame stof isatuximab bevat. Het behoort tot een groep geneesmiddelen die “monoklonale antilichamen” worden genoemd.
Monoklonale antilichamen, zoals Sarclisa, zijn eiwitten die zijn ontworpen een bepaalde stof te herkennen en zich daaraan te binden. In het geval van Sarclisa is die stof een stof genaamd CD38, die wordt gevonden op cellen van multipel myeloom, een soort kanker van het beenmerg. Door zich te binden aan de cellen van multipel myeloom helpt het geneesmiddel de natuurlijke afweer van het lichaam (het immuunsysteem) de kankercellen te herkennen en te vernietigen.
Waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Sarclisa wordt gebruikt om multipel myeloom te behandelen.
Het wordt samen met twee andere geneesmiddelen gebruikt bij patiënten die eerdere behandelingen voor multipel myeloom kregen:
- pomalidomide en dexamethason, of
- carfilzomib en dexamethason.
Het wordt samen met drie andere geneesmiddelen gebruikt bij patiënten bij wie voor het eerst de diagnose van multipel myeloom is gesteld:
bortezomib, lenalidomide en dexamethason.
Als u vragen heeft over hoe Sarclisa werkt of over uw behandeling met Sarclisa, raadpleeg dan uw arts.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Wanneer mag dit middel niet aan u worden toegediend?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt en volg alle instructies zorgvuldig op.
Infusiereacties
Vertel het uw arts of verpleegkundige onmiddellijk als u tekenen van infusiereacties krijgt tijdens of na de infusie met Sarclisa – zie rubriek 4 “Mogelijke bijwerkingen” voor de lijst met tekenen van “infusiereacties”.
- Voordat u de infusie met Sarclisa ontvangt, kunt u andere geneesmiddelen krijgen om het risico op infusiereacties te verminderen (zie rubriek 3 “Hoe wordt dit middel toegediend?”).
- Infusiereacties kunnen zich voordoen tijdens of na de infusie met Sarclisa en kunnen ernstig zijn. Deze reacties zijn omkeerbaar. Enkele ernstige allergische reacties en infusiereacties
hebben tot overlijden geleid. Het ziekenhuispersoneel zal u tijdens de behandeling nauwgezet controleren.
Als u een infusiereactie krijgt, kan uw arts of verpleegkundige u extra geneesmiddelen geven om uw verschijnselen te behandelen en complicaties te voorkomen. Het kan ook zijn dat zij uw infusie met Sarclisa tijdelijk stopzetten, vertragen of volledig stopzetten.
Koorts en een laag aantal witte bloedcellen
Vertel het uw arts of verpleegkundige onmiddellijk als u koorts krijgt, want dit kan een teken zijn van infectie. Sarclisa kan leiden tot verlaging van het aantal witte bloedcellen, die belangrijk zijn voor uw weerstand tegen infecties.
Uw arts of verpleegkundige zal uw aantal bloedcellen controleren tijdens een behandeling met Sarclisa. Uw arts kan u een antibioticum of een antiviraal geneesmiddel voorschrijven (bijvoorbeeld voor herpes zoster [gordelroos]) om een infectie te helpen voorkomen of een geneesmiddel om uw aantal witte bloedcellen te helpen verhogen tijdens een behandeling met Sarclisa.
Hartproblemen
Als u hartproblemen heeft, overleg dan met uw arts of verpleegkundige voordat u Sarclisa gebruikt in combinatie met carfilzomib en dexamethason, of als u ooit een geneesmiddel voor uw hart heeft gebruikt. Neem direct contact op met uw arts of verpleegkundige als u moeite heeft met ademhalen, moet hoesten, of als uw benen opgezwollen raken.
Risico op nieuwe gevallen van kanker
Bij patiënten zijn tijdens combinatiebehandeling met Sarclisa nieuwe gevallen van kanker opgetreden. Tijdens de behandeling wordt u door de arts of verpleegkundige gecontroleerd op het optreden van nieuwe gevallen van kanker.
Tumorlysissyndroom
Een snelle afbraak van kankercellen (tumorlysissyndroom) kan optreden. De klachten die daarbij horen, kunnen zijn: onregelmatige hartslag, toevallen (stuipen), verwarring, spierkrampen of een verminderde urineproductie. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u een van deze klachten krijgt.
Bloedtransfusie en patiëntenkaart
Als u een bloedtransfusie nodig heeft, krijgt u eerst een bloedonderzoek om uw bloedtype te bepalen. Vertel de zorgverlener die de bloedtest uitvoert dat u behandeld wordt met Sarclisa. Dit is nodig omdat het de resultaten van deze bloedtest kan beïnvloeden tot minstens 6 maanden na uw laatste dosis van dit geneesmiddel. Dit staat ook uitgelegd op de patiëntenkaart die u van uw arts gekregen hebt. Bewaar deze patiëntenkaart tijdens de behandeling en tot minstens 6 maanden na afloop van de behandeling. Laat de kaart ook zien aan uw zorgteam.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Sarclisa wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar. Dit komt omdat de werkzaamheid van Sarclisa niet werd vastgesteld bij pediatrische patiënten.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Sarclisa nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kortgeleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen en voor kruidenmiddelen.
Zwangerschap, borstvoeding en anticonceptie
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u Sarclisa toegediend krijgt.
Zwangerschap
Het gebruik van Sarclisa wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap. Bent u zwanger of wilt u zwanger worden? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Borstvoeding
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
- Dit is omdat Sarclisa in de moedermelk terecht kan komen. Het is niet bekend welke gevolgen dit op de baby kan hebben.
- U en uw arts zullen beslissen of het voordeel van borstvoeding groter is dan het risico voor uw baby.
Anticonceptie
Vrouwen die Sarclisa gebruiken en zwanger kunnen worden, moeten een doeltreffende anticonceptiemethode gebruiken. Praat met uw arts over de anticonceptiemethode die u dient te gebruiken tijdens deze periode. Gebruik anticonceptie tijdens de behandeling en gedurende 7 maanden na de laatste behandeling met Sarclisa.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Sarclisa heeft een mild tot matig effect op uw rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen. Als u zich echter moe of duizelig voelt, mag u niet rijden en geen machines gebruiken totdat u zich beter voelt.
Sarclisa bevat polysorbaat 80
Dit geneesmiddel bevat 0,2 mg polysorbaat 80 in elke ml isatuximab concentraat voor oplossing voor infusie. Dit komt overeen met 0,1 mg/kg lichaamsgewicht.
Polysorbaten kunnen allergische reacties veroorzaken. Heeft u bekende allergieën? Vertel dit aan uw arts.
Hoe wordt Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?
Hoe wordt dit middel toegediend?
Hoeveel Sarclisa krijgt u toegediend?
De hoeveelheid Sarclisa die u krijgt toegediend is afhankelijk van uw lichaamsgewicht. De aanbevolen dosering is 10 mg Sarclisa per kilogram lichaamsgewicht.
Hoe wordt Sarclisa toegediend?
Uw arts of verpleegkundige zal Sarclisa bij u toedienen als druppelinfuus in een ader (intraveneuze infusie).
Hoe vaak wordt Sarclisa toegediend?
Als Sarclisa samen met twee andere geneesmiddelen wordt gegeven, met pomalidomide en dexamethason of met carfilzomib en dexamethason, duren de behandelingscycli 28 dagen (4 weken).
- In cyclus 1: Sarclisa wordt eenmaal per week toegediend op dag 1, 8, 15 en 22
- In cyclus 2 en daarna: Sarclisa wordt elke 2 weken toegediend – op dag 1 en 15
Als Sarclisa samen met drie andere geneesmiddelen wordt gegeven, bortezomib, lenalidomide en dexamethason:
Voor patiënten die niet in aanmerking komen voor autologe beenmergtransplantatie (met hun eigen stamcellen):
De behandelingscycli duren 42 dagen (6 weken) van cyclus 1 tot 4 en 28 dagen (4 weken) vanaf cyclus 5 en verder.
- In cyclus 1: Sarclisa wordt toegediend op dag 1, 8, 15, 22 en 29,
- Van cyclus 2 tot 4: Sarclisa wordt om de 2 weken toegediend – op dag 1, 15 en 29,
- Van cyclus 5 tot 17: Sarclisa wordt om de 2 weken toegediend – op dag1 en 15,
- Vanaf cyclus 18: Sarclisa wordt om de 4 weken toegediend – op dag 1.
Voor patiënten die in aanmerking komen voor autologe beenmergtransplantatie (met hun eigen stamcellen):
De behandelingscycli duren 42 dagen (6 weken) van cyclus 1 tot 3.
- In cyclus 1: Sarclisa wordt toegediend op dag 1, 8, 15, 22 en 29,
- Van cyclus 2 tot 3: Sarclisa wordt om de 2 weken toegediend – op dag 1, 15 en 29.
Uw arts zal u blijven behandelen met Sarclisa zolang u er baat bij heeft en de mogelijke bijwerkingen kunt verdragen. Uw arts kan de tijd tussen de toedieningen verlengen, afhankelijk van hoe u de behandeling verdraagt.
U kunt uw behandeling starten met Sarclisa toegediend als een intraveneuze (in een ader) infusie (Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie) of als een subcutane (onder de huid) injectie (Sarclisa 1 400 mg oplossing voor injectie). De arts kan, op elk moment nadat de eerste cyclus is voltooid, besluiten om uw behandeling te veranderen van intraveneuze infusies naar subcutane injecties.
Geneesmiddelen die worden gegeven vóór behandeling met Sarclisa
U krijgt de volgende geneesmiddelen vóór het infuus met Sarclisa. Dit is om het risico op infusiereacties te verminderen:
- geneesmiddelen om allergische reacties te verminderen (antihistamine en/of montelukast)
- geneesmiddelen om ontsteking te verminderen (corticosteroïden)
- geneesmiddelen om pijn en koorts te verminderen
Heeft u een dosis van dit middel gemist?
Het is heel belangrijk dat u al uw afspraken nakomt om er zeker van te zijn dat u uw behandeling op het juiste moment krijgt, zodat het goed kan werken. Als u een afspraak mist, bel dan zo snel mogelijk uw arts of verpleegkundige om de afspraak opnieuw in te plannen.
Uw arts of verpleegkundige zal beslissen hoe uw behandeling moet worden voortgezet.
Heeft u te veel van dit middel gekregen?
Sarclisa wordt toegediend door uw arts of verpleegkundige. Als u per ongeluk te veel krijgt toegediend (een overdosis), zal uw arts uw bijwerkingen behandelen en controleren.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Stop niet met uw behandeling met Sarclisa tenzij u dat met uw arts heeft besproken.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie?
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Uw arts zal de bijwerkingen van Sarclisa met u bespreken en zal de mogelijke risico's en voordelen van uw behandeling met Sarclisa uitleggen.
Uw arts of verpleegkundige zal uw toestand tijdens de behandeling nauwgezet controleren. Vertel het onmiddellijk aan hen als u een van de onderstaande reacties opmerkt.
Infusiereacties – Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op 10 gebruikers):
Vertel het uw arts of verpleegkundige onmiddellijk als u zich niet goed voelt tijdens of na de infusie met Sarclisa (zie rubriek 2 “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?”).
Ernstige tekenen van infusiereacties zijn:
- hoge bloeddruk (hypertensie)
- kortademigheid
- ernstige allergische reactie (anafylactische reactie bij 1 op de 100 mensen) met ademhalingsproblemen en zwelling van gezicht, mond, keel, lippen of tong
De vaakst voorkomende tekenen van infusiereacties zijn:
- kortademigheid
- hoesten
- koude rillingen
- misselijkheid
U kunt ook andere bijwerkingen krijgen tijdens de infusie. Uw arts of verpleegkundige kan beslissen om de infusie met Sarclisa tijdelijk stop te zetten, te vertragen of volledig stop te zetten. Ze kunnen u ook extra geneesmiddelen geven om uw verschijnselen te behandelen en complicaties te voorkomen.
Laat het de arts of verpleegkundige direct weten als u zich niet goed voelt tijdens of na het infuus met Sarclisa.
Andere bijwerkingen
Neem onmiddellijk contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u een van de onderstaande bijwerkingen ervaart:
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op 10 gebruikers):
- lager aantal bepaalde witte bloedcellen (neutrofielen) die belangrijk zijn bij het bestrijden van infecties. Dit kan leiden tot infecties en koorts.
- lager aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) – vertel het uw arts of verpleegkundige als u een ongebruikelijke blauwe plek of bloeding krijgt.
- infectie van de longen (pneumonie)
- infectie van de bovenste luchtwegen (zoals neus, bijholtes of keel)
- diarree
- bronchitis
- kortademigheid
- misselijkheid
- braken
- hoge bloeddruk (hypertensie)
- hoesten
- vermoeidheid
- verminderde eetlust
- covid-19
- vertroebeling van uw ooglens (staar)
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
- hartproblemen, die zich uiten in moeite met ademhalen, hoesten of opgezwollen benen bij de toediening van Sarclisa in combinatie met carfilzomib en dexamethason
- koorts met een ernstige daling in sommige witte bloedcellen (febriele neutropenie) (zie rubriek 2 “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?” voor meer details)
- lager aantal rode bloedcellen (anemie)
- nieuwe vormen van kanker zoals huidkanker
- gewichtsverlies
- onregelmatige hartslag (atriale fibrillatie)
- herpes zoster (gordelroos)
- lager aantal van een bepaald type witte bloedcellen (lymfocyten) die belangrijk zijn bij het bestrijden van infecties
Als een van de bovenstaande bijwerkingen op u van toepassing is, of als u twijfelt, vertel het dan onmiddellijk aan uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie?
Sarclisa wordt bewaard in het ziekenhuis of in de kliniek.
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en de flacon na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2°C - 8°C). Niet in de vriezer bewaren.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC. Uw arts, apotheker of verpleegkundige zal geneesmiddelen die niet meer gebruikt worden, op de juiste manier afvoeren. Zo worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu terecht.
Meer informatie over Sarclisa 20 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
- De werkzame stof in dit middel is isatuximab.
- Eén ml concentraat bevat 20 mg isatuximab.
- Elke flacon concentraat bevat 100 mg isatuximab in 5 ml concentraat of 500 mg isatuximab in 25 ml concentraat.
- De andere stoffen (hulpstoffen) in dit middel zijn sucrose, histidinehydrochloridemonohydraat, histidine, polysorbaat 80 en water voor injecties (zie rubriek 2 “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?”).
Hoe ziet Sarclisa eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Sarclisa is een concentraat voor oplossing voor infusie. Het is een kleurloze tot lichtgele vloeistof, in wezen vrij van zichtbare deeltjes.
Verpakkingsgrootte:
100 mg isatuximab in 5 ml concentraat (100 mg/5 ml): elke kartonnen verpakking bevat 1 of 3 flacons. 500 mg isatuximab in 25 ml concentraat (500 mg/25 ml): elke kartonnen verpakking bevat 1 flacon. Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Sanofi Winthrop Industrie 82 avenue Raspail
94250 Gentilly Frankrijk
Fabrikant
Sanofi-Aventis Deutschland GmbH Industriepark Hoechst Brueningstrasse 50
65926 Frankfurt am Main Duitsland
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
| België/Belgique/Belgien | Lietuva |
| Sanofi Belgium | Swixx Biopharma UAB |
| Tél/Tel: +32 (0)2 710 54 00 | Tel: +370 5 236 91 40 |
| България | Luxembourg/Luxemburg |
| Swixx Biopharma EOOD | Sanofi Belgium |
| Тел.: +359 (0)2 4942 480 | Tél/Tel: +32 (0)2 710 54 00 (Belgique/Belgien) |
| Česká republika | Magyarország |
| Sanofi s.r.o. | SANOFI-AVENTIS Zrt. |
| Tel: +420 233 086 111 | Tel.: +36 1 505 0050 |
| Danmark | Malta |
| Sanofi A/S | Sanofi S.r.l. |
| Tlf: +45 45 16 70 00 | Tel: +39 02 39394275 |
| Sanofi-Aventis Deutschland GmbH | Nederland |
| Tel.: 0800 04 36 996 | Sanofi B.V. |
| Tel. aus dem Ausland: +49 69 305 70 13 | Tel: +31 20 245 4000 |
| Eesti | Norge |
| Swixx Biopharma OÜ | sanofi-aventis Norge AS |
| Tel: +372 640 10 30 | Tlf: +47 67 10 71 00 |
| Ελλάδα | Österreich |
| Sanofi-Aventis Μονοπρόσωπη ΑΕΒΕ | sanofi-aventis GmbH |
| Τηλ: +30 210 900 16 00 | Tel: +43 1 80 185 – 0 |
| España | Polska |
| sanofi-aventis, S.A. | Sanofi Sp. z o.o. |
| Tel: +34 93 485 94 00 | Tel.: +48 22 280 00 00 |
| France | Portugal |
| Sanofi Winthrop Industrie | Sanofi – Produtos Farmacêuticos, Lda. |
| Tél: 0 800 222 555 | Tel: +351 21 35 89 400 |
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


