Naar de inhoud
Inhoud
  1. Wat is het en waarvoor wordt het gebruikt?
  2. Wat moet u weten voordat u het gebruikt?
  3. Hoe wordt het gebruikt?
  4. Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
  5. Hoe moet het worden bewaard?
  6. Verdere informatie

In het kort

GLUCOSE 10% is een oplossing voor directe toediening in een ader. GLUCOSE 10% zorgt voor de toevoer van energie als deze niet of niet in voldoende mate via de mond kan of mag worden opgenomen.

Werkzame stof(fen)
Koolhydraten, Cortisone, Glucose
Vergunninghouder
Fresenius Kabi Nederland B.V. Amersfoortseweg 10 E 3712 BC HUIS TER HEIDE
ATC-code
B05BA03

Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.

Advertentie

Patiëntenbijsluiter

Waarvoor wordt Glucose 10%, oplossing voor infusie gebruikt?

GLUCOSE 10% is een oplossing voor directe toediening in een ader. GLUCOSE 10% zorgt voor de toevoer van energie als deze niet of niet in voldoende mate via de mond kan of mag worden opgenomen.

Advertentie

Wat moet u weten voordat u Glucose 10%, oplossing voor infusie gebruikt?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • Hartfalen eventueel samen met vocht in de longen (longoedeem)
  • Een te hoge suikerconcentratie in het bloed..
  • Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is (diabetes insipidus) als deze niet behandeld wordt.
  • Een verstoring van de opname van glucose en galactose (glucose- galactosemalabsorptiesyndroom).
  • Als u niet meer in staat bent urine te produceren (anurie) of als u een ernstige verstoring hebt van het functioneren van de nier
  • Bloedingen in het hoofd of in het ruggemerg.
  • Een bepaalde vorm van ernstig verminderd geestelijk functioneren veroorzaakt door alcoholmisbruik (Delirium tremens).
  • Een te lage kaliumconcentratie in het bloed.
  • Een verzuring van het bloed.
  • Een teveel aan vocht in het lichaam.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt. Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:

Een afwijking van de hypofyse waardoor er een heel hoge urineproductie is (diabetes insipidus).

  • Toediening van geconcentreerde oplossingen van glucose via een ader in arm of been kan leiden tot vaatwandontsteking en de vorming van bloedstolsels. Het is daarom beter deze oplossingen bijvoorbeeld via de bovenste tak van de holle ader toe te dienen.
  • een aandoening die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld:
    • een plotse en ernstige ziekte heeft gehad
    • pijn heeft
    • een operatie heeft ondergaan
    • infecties, brandwonden of een hersenziekte heeft
    • ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel
    • bepaalde geneesmiddelen inneemt.

Hierdoor kan het risico op een laag natriumgehalte in uw bloed stijgen en dit kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, toevallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn:

  • kinderen
  • vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent)
  • mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door hersenvliesontsteking, bloeding in de schedel of een hersenletsel.

Soms zal uw arts insuline toedienen om te hoge suikerconcentraties in het bloed te voorkomen. Ook zal hij de suikerconcentratie in uw bloed nauwlettend in de gaten houden. Na afloop van de toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen wordt 5% glucoseoplossing toegediend.

De zoutconcentraties in uw bloed worden tijdens de toediening nauwlettend in de gaten gehouden. Er kan een tekort aan B-vitamines optreden.

Toediening van geconcentreerde glucoseoplossingen aan kinderen en zuigelingen wordt afgeraden.

Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor U van toepassing is, of dat in het verleden geweest is.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast dit middel nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.

  • Sommige geneesmiddelen (catecholaminen, steroïden) zorgen ervoor dat glucose minder goed wordt opgenomen.
  • Bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen die op het hart werken (hartglycosiden) kan toediening van GLUCOSE 10% , leiden tot vergiftigingsverschijnselen.
  • Sommige geneesmiddelen werken in op het hormoon vasopressine. Deze geneesmiddelen kunnen bestaan uit:
    • medicatie tegen diabetes (chloorpropamide)
    • geneesmiddelen tegen cholesterol (clofibraat)
    • medicatie tegen epilepsie (carbamazepine)
    • middelen die lijken op amfetamine (o.a. MDMA)
    • sommige geneesmiddelen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide)
    • selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen)
    • antipsychotica
    • opioïden voor bestrijding ernstige pijn
  • geneesmiddelen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID’s)

  • Geneesmiddelen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om verhoogde dorst en plassen te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om bevalling op te wekken).
    Andere geneesmiddelen die het risico op hyponatriëmie verhogen omvatten ook algemene diuretica en anti-epileptica zoals oxcarbazepine.

Waarop moet u letten met eten en drinken?

Niet van toepassing.

Zwangerschap en borstvoeding

GLUCOSE 10% kan gedurende de zwangerschap en het geven van borstvoeding worden toegediend. Dit geneesmiddel dient met speciale voorzichtigheid te worden gegeven bij zwangere vrouwen tijdens de bevalling, met name indien gecombineerd met oxytocine (een hormoon dat kan worden toegediend om arbeid in te leiden en bloeding te beheersen ) vanwege het risico op hyponatriëmie.

Hoe wordt Glucose 10%, oplossing voor infusie gebruikt?

Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

GLUCOSE 10% wordt via een toedieningssysteem direct in een ader gebracht.

Voor en tijdens de infusie zal uw arts de hoeveelheid vloeistof in uw lichaam, de zuurtegraad van uw bloed en urine, en de hoeveelheid elektrolyten (met name natrium) in uw bloed (voornamelijk bij patiënten met hoge plasmawaarden van het hormoon vasopressine, of die andere geneesmiddelen innemen die het effect van vasopressine versterken) willen meten.

Dagelijkse dosering

De dosering en de duur van de behandeling wordt aan uw persoonlijke behoeften aangepast.

Overdosering:

Bij het te snel en in te grote hoeveelheden toedienen van GLUCOSE 10% , kan er te veel vocht in het lichaam terecht komen. Ook kan het evenwicht tussen diverse zouten in het bloed ontregeld worden. De glucose concentratie in het bloed kan stijgen en er kan glucose in de urine terecht komen.

In geval u bemerkt dat GLUCOSE 10% te sterk of juist te weinig werkt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Wanneer u te veel van dit middel heeft gebruikt of ingenomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of apotheker.

4 Mogelijke bijwerkingen

Zoals alle elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Deze bijwerkingen zijn:

een te lage suikerconcentratie in het bloed als reactie op de toediening van glucose.

  • ophoping van vet in de lever
  • een te hoge suikerconcentratie in het bloed en daardoor de aanwezigheid van suiker in de urine.
  • verstoringen in de concentraties van verschillende zouten (fosfaat, magnesium, kalium).

Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden als gevolg van de wijze van toediening:

  • aderontsteking.
  • een te laag natriumgehalte in het bloed (hyponatriëmie). Een te laag natriumgehalte kan leiden tot
    hersenletsel en overlijden ten gevolge van zwelling van de hersenen (cerebrale oedeem) (zie ook de rubriek “Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?”).

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan . U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Advertentie

Hoe bewaart u Glucose 10%, oplossing voor infusie?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden. Bewaren beneden 25oC. Niet in de vriezer bewaren.

Redactionele principes

Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.

Uit ons magazine