Naar de inhoud
Inhoud
  1. Wat is het en waarvoor wordt het gebruikt?
  2. Wat moet u weten voordat u het gebruikt?
  3. Hoe wordt het gebruikt?
  4. Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
  5. Hoe moet het worden bewaard?
  6. Verdere informatie

In het kort

Nutritrace is een concentraat dat voorafgaand aan gebruik in een geschikte oplossing voor infusie wordt opgelost. Het is een oplossing die tijdens parenterale voeding (voeding via een veneuze katheter) bij volwassenen wordt gebruikt om te voorzien in sporenelementen.

Werkzame stof(fen)
Chroom, Chroom(III) chloride, Natriummolybdaat, Natriumseleniet +11 meer
Vergunninghouder
B. Braun Melsungen AG (Melsungen) Carl-Braun-Strasse 1 34212 MELSUNGEN (DUITSLAND)
ATC-code
B05XA31

Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.

Advertentie

Patiëntenbijsluiter

Waarvoor wordt Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?

Nutritrace is een concentraat dat voorafgaand aan gebruik in een geschikte oplossing voor infusie wordt opgelost.

Het is een oplossing die tijdens parenterale voeding (voeding via een veneuze katheter) bij volwassenen wordt gebruikt om te voorzien in sporenelementen.

Advertentie

Wat moet u weten voordat u Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • Als er bij u duidelijk sprake is van galstuwing (met verminderde galstroom en afwijkende leverfunctietesten).
  • Als u lijdt aan de ziekte van Wilson (gestoorde koperuitscheiding) of aan een bepaald type ijzerstapelingsziekte (hemosiderose, hemochromatose).

Nutritrace mag niet worden toegediend aan pasgeborenen, zuigelingen en kinderen.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Neem contact op met uw arts voordat u dit middel gebruikt.

  • Als er bij u sprake is van een verminderde leverfunctie, waardoor de uitscheiding van mangaan, koper en zink verminderd kan zijn. Mogelijk moet bij u de dosering worden verlaagd.
  • Als er bij u sprake is van een verminderde nierfunctie, omdat hierbij de uitscheiding van seleen, fluor, chroom, molybdeen en zink aanzienlijk verminderd kan zijn.
  • Als er bij u sprake is van een verhoogde schildklierwerking.
  • Als u overgevoelig bent voor jodium.

Er kunnen terwijl u dit geneesmiddel krijgt diverse testen worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat geen van de elementen die in Nutritrace zitten zich overmatig in het lichaam ophopen.

Als er bij u sprake is van een verminderde leverfunctie of als u bloedtransfusies krijgt, dient uw bloed regelmatig te worden gecontroleerd op de concentratie van een bepaald bij de opslag van ijzer betrokken eiwit (het gehalte van serumferritine) om een te hoge ijzerbelasting te voorkomen.

Bij patiënten die middellang of langdurig met Nutritrace worden behandeld, kan zich een zink- of seleendeficiëntie ontwikkelen. Uw arts zal uw dosering van Nutritrace dienovereenkomstig aanpassen of u zult aanvullende supplementen krijgen.

Correctie van een chroomdeficiëntie leidt tot een verbetering van het gebruik van glucose. Dit moet in aanmerking worden genomen bij patiënten met insulineafhankelijke diabetes. Het kan noodzakelijk worden om de insulinedosering opnieuw in te stellen.

Kinderen en adolescenten

Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt bij pasgeborenen, zuigelingen en kinderen omdat de samenstelling ervan niet geschikt is voor deze leeftijdsgroep (zie paragraaf “Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?”).

Het is niet aanbevolen om dit geneesmiddel bij adolescenten te gebruiken.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast Nutritrace nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Zwangerschap

Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap. Nutritrace mag niet tijdens de zwangerschap worden gegeven, tenzij de klinische toestand van de vrouw een behandeling met Nutritrace vereist.

Borstvoeding

Het is niet bekend of de componenten van Nutritrace in de moedermelk worden uitgescheiden. Uw arts zal daarom heel zorgvuldig overwegen of dit geneesmiddel voor u geschikt is.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Dit geneesmiddel wordt normaliter gegeven aan immobiele patiënten in gecontroleerde omstandigheden. Dit sluit besturing van voertuigen en gebruik van machines uit.

Nutritrace bevat natrium

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 10 ml dosis; d.w.z. het is in wezen natriumvrij.

Hoe wordt Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie gebruikt?

Dit geneesmiddel zal aan u worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.

De aanbevolen dosering is:

Uw arts zal de dosis bepalen die voor u geschikt is.

Bij een normale behoefte zal een volwassene 1 ampul Nutritrace per dag krijgen en bij een matig verhoogde behoefte maximaal 2 ampullen.

Als de behoefte veel groter is (zoals bij patiënten met een grotere energiebehoefte, bijv. na ernstige verwondingen, verbrandingen of grote chirurgische ingrepen) kunnen er nog hogere doseringen nodig zijn.

Als er bij u sprake is van een lever- of nieraandoening kan in voorkomende gevallen uw dosis worden verlaagd.

Wijze van toediening

Nutritrace zal door middel van infusie (druppelsgewijze intraveneuze toediening) worden gegeven nadat het met een geschikte oplossing voor infusie is verdund.

Heeft u te veel van dit middel gebruikt?

Een overdosering is zeer onwaarschijnlijk omdat de hoeveelheid van sporenelementen in Nutritrace veel lager is dan de waarden die toxisch zouden kunnen zijn. Als er echter toch een overdosering wordt vermoed, moet de toediening van Nutritrace worden gestopt.

Een overdosering kan worden bevestigd door middel van geschikte laboratoriumtesten.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Advertentie

Wat zijn de bijwerkingen van Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie?

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Als u een van de volgende bijwerkingen opmerkt, breng uw arts daarvan dan onmiddellijk op de hoogte:

Niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Een allergische (anafylactische) reactie op intraveneus toegediend ijzer, met mogelijk fatale gevolgen.

Jodium kan een allergische reactie veroorzaken.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl

Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Hoe bewaart u Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie?

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de ampul en de kartonnen doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

De oplossing dient alleen te worden gebruikt als die helder en kleurloos is en als de ampul niet is beschadigd.

Meer informatie over Nutritrace, concentraat voor oplossing voor infusie

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stoffen in dit middel zijn zouten van sporenelementen.

Het concentraat voor oplossing voor infusie bevat:

  Microgram per 1 ml
IJzerchloride 695,80
Zinkchloride 681,50
Mangaanchloride 197,90
Koperchloride 204,60
Chroomchloride 5,30
Natriumseleniet pentahydraat 7,89
Natriummolybdaat dihydraat 2,42
Kaliumjodide 16,60
Natriumfluoride 126,00
Gehalte sporenelement Micromol/ampul Microgram/ampul
IJzer 35,0 2.000
Zink 50,0 3.300
Mangaan 10,0
Koper 12,0
Chroom 0,2
Seleen 0,3
Molybdeen 0,1
Jodium 1,0
Fluor 30,0

De hulpstoffen in dit middel zijn zoutzuur (voor instelling van de pH) en water voor injecties.

Hoe ziet Nutritrace eruit en hoeveel zit er in een verpakking?

Nutritrace is een heldere, kleurloze, waterige oplossing.

Nutritrace wordt geleverd in glazen ampullen van 10 ml.

Nutritrace is verkrijgbaar in een verpakking met 5 of 50 glazen ampullen.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant

B. Braun Melsungen AG

Carl-Braun-Straße 1

34212 Melsungen, Duitsland

Postadres:

34209 Melsungen, Duitsland

Telefoon: +49 - (0)-5661-71-0

Fax: +49 - (0)-5661-71-4567

In het register ingeschreven onder RVG 25624

Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:

België: Tracutil

Denemarken: Nutritrace

Finland: Nutritrace

Frankrijk: Tracutil

Groot-Brittannië: Tracutil

Italië: Olitrace

Luxemburg: Tracutil

Nederland: Nutritrace

Oostenrijk: Tracutil

Spanje: OligoPlus

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in december 2013.

De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

Controlemaatregelen

Het wordt aanbevolen om de concentraties van de sporenelementen die in dit geneesmiddel zijn opgenomen en andere parameters tijdens de behandeling met Nutritrace regelmatig te controleren. Raadpleeg paragraaf 4.4 van de Samenvatting van de Productkenmerken voor de bijzonderheden.

Onverenigbaarheden

Het product mag niet worden toegevoegd aan alkalische oplossingen met een aanmerkelijke buffercapaciteit, bijv. een natriumbicarbonaatoplossing.

Voeg het product niet toe aan vetemulsies.

De afbraak van vitamine C in oplossingen voor infusie wordt versneld in aanwezigheid van sporenelementen.

Nutritrace mag niet rechtstreeks worden toegevoegd aan een oplossing met toegevoegd anorganisch fosfaat.

Het is niet mogelijk om in dit onderdeel volledige informatie over onverenigbaarheden te geven. Neem contact op met de houder van de vergunning voor het in de handel brengen voor verdere informatie.

Dit geneesmiddel mag niet worden gemengd met andere geneesmiddelen behalve die die zijn genoemd in paragraaf 6.6 van de Samenvatting van de productkenmerken.

Wijze van toediening en toedieningsduur

Nutritrace is een concentraat voor oplossing voor infusie. Het dient uitsluitend intraveneus te worden toegediend na verdunning met minimaal 250 ml van een geschikte oplossing voor infusie. Geschikte drageroplossingen zijn bijvoorbeeld:

  • glucoseoplossingen (glucose 5% g/v, 10% g/v, 20% g/v, 40% g/v, 50% g/v)
  • elektrolytenoplossingen (bijv. natriumchloride 0,9% g/v, Ringer-oplossing)

Er moet een test op verenigbaarheid worden uitgevoerd voordat het product wordt toegevoegd aan een andere infusieoplossing.

Toevoeging aan de verdunningsoplossing dient onder strikt aseptische omstandigheden te worden verricht.

De verenigbaarheid met een oplossing die wordt toegediend via een canule met een gemeenschappelijke inlaatopening moet worden verzekerd.

Nutritrace mag niet worden gebruikt als verdunningsoplossing voor andere geneesmiddelen.

De infusie van het gebruiksklare mengsel moet minimaal 6 uur en maximaal 24 uur in beslag nemen.

De toediening kan worden voortgezet zolang de parenterale voeding duurt.

Opmerkingen:

Diarree kan leiden tot een groter verlies van zink via het maag-darmkanaal. Bij diarree moet de serumconcentratie worden gecontroleerd.

Deficiëntie van een afzonderlijk sporenelement moet worden gecorrigeerd door middel van specifieke aanvulling.

Houdbaarheid na verdunning

Er is chemische en fysische stabiliteit na ingebruikname gedurende 24 uur bij 25 °C aangetoond. Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk te worden gebruikt. Als het product niet onmiddellijk wordt gebruikt, zijn de bewaartijd en de bewaarcondities na ingebruikname de verantwoordelijkheid van de gebruiker en die zouden normaliter maximaal 24 uur bij 2 tot 8 °C moeten zijn, tenzij de verdunning heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.

Redactionele principes

Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.

Uit ons magazine