Inhoud
In het kort
Magnegita bevat gadopentetaat dimeglumine, een stof die contrastversterkend werkt. Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik. Magnegita wordt gebruikt in onderzoeken met magnetische resonantie beeldvorming (MRI).
- Werkzame stof(fen)
- Gadopentinezuur
- Vergunninghouder
- Agfa HealthCare
- ATC-code
- V08CA01
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie gebruikt?
Magnegita bevat gadopentetaat dimeglumine, een stof die contrastversterkend werkt.
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Magnegita wordt gebruikt in onderzoeken met magnetische resonantie beeldvorming (MRI).
Magnegita wordt gebruikt voor MRI onderzoek van de schedel (hoofd), het ruggenmerg en het gehele lichaam, inclusief het hoofd en nek gebied, de borst, inclusief het hart en vrouwenborsten, de buik, inclusief de alvleesklier en lever, de nieren, het bekken, inclusief de prostaat, de blaas en de baarmoeder, de spieren, de botten.
Het kan gebruikt worden om verschillende tumoren (gezwellen), hoofdkwetsuren en kwetsuren aan het ruggenmerg en op verschillende andere plaatsen op het lichaam beter zichtbaar te maken, te detecteren of te karakteriseren.
Daarnaast is het zichtbaar maken van alle bloedvaten (MR-angiografie) mogelijk (met uitzondering van de kransslagaders van het hart), in het bijzonder voor diagnose van vernauwingen of blokkades van vaten.
De bloedtoevoer naar de hartspier onder ingespannen omstandigheden, bijvoorbeeld door geneesmiddelen opgewekt, kan gemeten worden en de levensvatbaarheid van de hartspier kan worden bepaald ("delayed enhancement").
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie gebruikt?
Neem Magnegita niet in:
- wanneer u allergisch (overgevoelig) bent voor gadopentetaat dimeglumine of één van de andere bestanddelen van Magnegita
- wanneer u lijdt aan een ernstige stoornis in de functie van uw nieren
(waarde voor het meten van de nierfunctie, de renale klaring <30 ml/min/1,73m2).
Wees extra voorzichtig met Magnegita
- wanneer u een hart pacemaker hebt, een op ijzer gebaseerde (ferromagnetische) vaatclip, een implantaat of een insulinepomp, moet u uw radioloog/arts hierover informeren. In deze gevallen is MRI niet geschikt.
- omdat Magnegita allergische of andere specifieke persoonlijke reacties kan veroorzaken die gevolgen kunnen hebben voor uw hart, uw luchtwegen of uw huid.
U mag geen Magnegita toegediend krijgen als u ernstige nierproblemen heeft of u een patiënt bent die binnenkort een levertransplantatie zal ondergaan of recent heeft ondergaan. Dit omdat het gebruik van Magnegita bij deze patiënten in verband is gebracht met een ziekte die Nefrogene Systemische Fibrose (NSF) wordt genoemd. NSF is een aandoening waarbij de huid en bindweefsels dikker worden. NSF kan leiden tot ernstige vermindering van de beweeglijkheid van de gewrichten, spierzwakte of een functiestoornis van inwendige organen die mogelijk levensbedreigend kan zijn.
Magnegita mag ook niet gebruikt worden bij pasgeboren baby’s tot 4 weken oud.
Vertel het uw arts als:
- uw nieren niet goed werken
- u recent een levertransplantatie heeft ondergaan of er binnenkort een zult ondergaan
Wanneer er een allergische reactie optreedt, zal de radioloog/arts de toediening van het contrastmiddel onmiddellijk beëindigen en zal hij/zij indien nodig de juiste behandeling van de allergische reacties beginnen. Daarom is het aanbevolen dat u een flexibele verblijfskatheter krijgt tijdens het onderzoek, om onmiddellijke actie in noodgevallen mogelijk te maken.
Zeer zelden kunnen ernstige reacties optreden, inclusief shock. Daarom moet u het volgende zorgvuldig lezen:
- wanneer u astma bronchiale of andere allergieën heeft of ooit heeft gehad of een eerdere allergische reactie tegen contrastmiddelen heeft gehad, kan het waarschijnlijker zijn dat u een allergische reactie krijgt tijdens het onderzoek. Deel het uw radioloog/arts mee, als deze condities voor u van toepassing zijn. Er kan u dan een ander geneesmiddel worden gegeven voor het onderzoek om de reacties te voorkomen.
wanneer u een bètablokker (geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk, hartproblemen en andere ziekten) inneemt, moet u dit uw radioloog/arts melden. Patiënten die met bètablokkers behandeld worden reageren soms niet op andere geneesmiddelen, die gebruikt worden voor de behandeling van allergische reacties.
wanneer u een hartkwaal heeft (bijv. ernstig hartfalen, een aandoening aan de kransslagaders) bent u gevoeliger voor ernstige of zelfs fatale afloop van ernstige allergische reacties.
wanneer u last hebt van toevallen of epileptische aanvallen, kunt u een toegenomen kans hebben op een aanval tijdens het onderzoek.
- wanneer u lijdt aan een matige stoornis in de functie van uw nieren
(waarde voor het meten van de nierfunctie, de renale klaring: 30-59 ml/min/1,73m2) moet u dit aan uw radioloog/arts melden. Vóór toediening van Magnegita zal u een bloedtest krijgen om te controleren hoe goed uw nieren werken.
Magnegita mag niet bij pasgeborenen tot aan 4 weken oud worden toegediend. Omdat de nierfunctie bij kinderen tot 1 jaar oud nog niet volledig is ontwikkeld, mag Magnegita alleen worden toegediend na zorgvuldige overweging door de arts.
Gebruik van Magnegita met voedsel en drank
Het is van groot belang dat u niets eet vanaf 2 uur voor het onderzoek.
Gebruik met andere geneesmiddelen
Informeer uw arts of apotheker wanneer u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder recept kunt verkrijgen.
In het bijzonder: Bètablokkers (geneesmiddelen bij hoge bloeddruk, hartproblemen of andere ziekten)
Zwangerschap en borstvoeding
Vraag uw arts om advies vóór het nemen van geneesmiddelen.
Zwangerschap
Vertel het uw arts als u zwanger bent of denkt dat u zwanger zou kunnen worden, omdat Magnegita niet mag worden gebruikt tijdens de zwangerschap tenzij strikt noodzakelijk.
Borstvoeding
Vertel het uw arts als u borstvoeding geeft of binnenkort start met het geven van borstvoeding. U moet na toediening van Magnegita tenminste 24 uur stoppen met borstvoeding geven.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Uw injectie zal waarschijnlijk uw rijvaardigheid of uw vermogen om machines te bedienen niet beïnvloeden. Wanneer u voertuigen bestuurt of machines bedient, moet u er echter rekening mee houden, dat misselijkheid en lage bloeddruk af en toe voorkomen.
Hoe wordt Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie gebruikt?
Magnegita zal door een bevoegde gezondheidszorgmedewerker direct in een ader worden geïnjecteerd (intraveneus).
Bij voorkeur moet u zich in liggende positie bevinden tijdens de toediening en wordt u voor ten minste 30 minuten na de injectie in de gaten gehouden door uw radioloog/arts. In deze periode treden de meeste ongewenste reacties op (bijvoorbeeld allergische reacties). Echter, in zeldzame gevallen kunnen reacties pas na uren of dagen optreden.
Als het geneesmiddel bestemd is voor gebruik met een automatisch toedieningssysteem, moet zijn geschiktheid voor het bestemde gebruik aangetoond worden door de fabrikant van het medisch hulpmiddel. De gebruiksaanwijzingen van het medische hulpmiddel moeten absoluut gevolgd worden.
Volwassenen, adolescenten en kinderen (boven de leeftijd van twee jaar)
De dosering die wordt gebruikt voor MRI onderzoek van de schedel (hoofd), het ruggenmerg en het gehele lichaam zal afhangen van het type letsel dat wordt onderzocht, maar zal gewoonlijk liggen tussen 0,2 and 0,6 ml/kg lichaamsgewicht voor volwassenen en tussen de 0,2 en 0,4 ml/kg lichaamsgewicht voor kinderen.
Doseringen bij speciale patiëntengroepen
Pasgeborenen tot 4 weken en zuigelingen tot 1 jaar oud
Magnegita mag niet aan pasgeboren baby’s jonger dan 4 weken worden gegeven.
Omdat de nierfunctie bij kinderen tot 1 jaar oud nog niet volledig is ontwikkeld, mogen deze kinderen tijdens een scan niet meer dan één dosis Magnegita tijdens een scan toegediend krijgen en mag een tweede injectie niet eerder dan na 7 dagen worden gegeven.
Bij zuigelingen tot 1 jaar dient Magnegita uitsluitend na zorgvuldige overweging te worden toegepast vanwege de onvoldoende ontwikkelde nierfunctie bij deze leeftijdsgroep.
Kleuters (van 1 - 2 jaar)
De dosering is 0,2 ml/kg lichaamsgewicht bij kinderen onder de 2 jaar.
Ouderen
Het is niet nodig de dosis aan te passen als u 65 jaar of ouder bent, maar u zal wel een bloedtest krijgen om te controleren hoe goed uw nieren werken.
Patiënten met verminderde nierfunctie
U mag geen Magnegita toegediend krijgen als u ernstige nierproblemen heeft of als u een patiënt bent die recent een levertransplantatie heeft ondergaan of er binnenkort een zal ondergaan.
Patiënten met matige nierfunctiestoornissen (wanneer de waarde voor het meten van de nierfunctie, de renale klaring 30-59 ml/min/1,73m 2 bedraagt)
Het gebruik van Magnegita moet zorgvuldig gewogen worden in patiënten met matige nierfunctiestoornissen. Het geneesmiddel zal bij deze patiënten langer in het lichaam achterblijven dan in patiënten zonder gestoorde nierfunctie.
Uw arts zal onderzoeken of uw nieren goed werken.
Als u milde nierproblemen heeft, mag u niet meer dan één dosis toegediend krijgen tijdens een scan en u mag een tweede injectie niet eerder dan na 7 dagen krijgen.
Wat u moet doen wanneer u teveel van Magnegita heeft gekregen
Dit geneesmiddel zal aan u worden toegediend door een bevoegde gezondheidszorg medewerker. Wanneer u denkt dat u teveel geneesmiddel hebt gekregen, waarschuwt u onmiddellijk uw arts of verpleegkundige.
Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel, vraag dan uw arts, radioloog of apotheker.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie?
Zoals alle geneesmiddelen kan Magnegita bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt.
De meest gemelde bijwerkingen met Magnegita zijn misselijkheid, braken, hoofdpijn, duizeligheid, pijn en een gevoel van warmte of koude op de toedieningsplaats of een algemeen gevoel van warmte.
Nefrogene Systemische Fibrose (NSF) is gemeld (een aandoening waarbij de huid dikker wordt en waarbij ook zachte bindweefsels en inwendige organen aangedaan kunnen worden).
Andere bijwerkingen die kunnen optreden zijn opgesomd naar orgaansysteem en frequentie van optreden. De frequenties worden weergegeven als:
| Zeer vaak | (meer dan 1 op de 10 mensen) |
| Vaak | (meer dan 1 op de 100 mensen en minder dan 1 op de 10 mensen) |
| Soms | (meer dan 1 op de 1000 mensen en minder dan 1 op de 100 mensen) |
| Zelden | (meer dan 1 op de 10000 mensen en minder dan 1 op de 1000 mensen) |
| Zeer zelden | (minder dan 1 op de 10000 mensen) |
Bijwerkingen waarvoor geen frequentie kan worden gegeven vanwege een gebrek aan klinische gegevens, worden geclassificeerd met "niet bekend".
| Orgaanstelsel | Bijwerking | Frequentie |
| Bloedaandoeningen | korte termijn toename van ijzer in bloed | Zelden |
| Zenuwstelsel- | duizeligheid, tintelingen (paresthesie), hoofdpijn | Soms |
| aandoeningen | rusteloosheid, verwardheid, spreek-, en | Zelden |
| geurstoornissen, stuipen, trillingen (tremor), coma, | ||
| slaperigheid | ||
| Oogaandoeningen | oogpijn, zichtstoornissen, traanafscheiding | Zelden |
| Evenwichtsorgaan- | Oorpijn, hoorstoornissen | Zelden |
| en ooraandoeningen | ||
| Hartaandoeningen | veranderingen in de hartfrequentie of hartritme, | Zelden |
| bloeddrukveranderingen, hartstilstand | ||
| Bloedvataandoeningen | bloedvatverwijding en veranderingen in de | Zelden |
| bloeddoorstroming, hetgeen bloeddrukdaling | ||
| gevolgd door flauwvallen, een versnelde hartslag | ||
| (tachycardie), ademhalingsproblemen en blauwe | ||
| verkleuring, mogelijk leidend tot bewusteloosheid | ||
| en shock, veroorzaakt. | ||
| Ademhalingsstelsel- | voorbijgaande stoornis in de | Zelden |
| aandoeningen en | ademhalingsfrequentie, benauwdheid, ademnood, | |
| aandoeningen aan de | stoppen van de ademhaling, vocht in de longen | |
| borstkasholte | ||
| Maagdarmstelsel- | misselijkheid, braken | Soms |
| aandoeningen | buikpijn, diarree, smaakstoornis, droge mond, | Zelden |
| speekselvorming | ||
| Lever- en galstelsel- | korte termijn veranderingen in de leverenzymen | Zelden |
| aandoeningen | en bilirubine waarden | |
| Orgaanstelsel | Bijwerking | Frequentie |
| Huidaandoeningen | zwelling van de oogleden, gezicht of lippen, | Zelden |
| roodheid van de huid, jeuk | ||
| Skeletspierstelsel- en | rugpijn, gewrichtpijn | Zelden |
| bindweefsel- | ||
| aandoeningen | ||
| Nier- en | incontinentie (urineverlies) of aandrang tot | Zelden |
| urinewegaandoeningen | plassen, veranderingen op korte termijn in | |
| nierfunctie waarden of acuut falen van de | ||
| nierfunctie in patiënten met een gestoorde | ||
| nierfunctie | ||
| Algemene | warmtesensaties | Soms |
| aandoeningen en | pijn in borst, koude rillingen, zweten, | Zelden |
| toedieningsplaats | ||
| stoornissen | veranderingen in lichaamstemperatuur, koorts; pijn | |
| op de toedieningsplaats, koudheid, warmte, | ||
| zwelling, ontsteking en afsterving van weefsel | ||
| (weefselnecrose), ontsteking van de bloedvaten bij | ||
| de toedieningsplaats | ||
| Gevallen van Nefrogene Systemische | Niet bekend | |
| Fibrose/nefrogene fibroserend dermopathie (een | ||
| toestand bij patiënten met een nieraandoening, |
| waarbij verharding van de huid en andere organen | ||
| optreedt. | ||
| Immuunsysteem- | Overgevoeligheids/ anafylactische reactie: | Zelden |
| aandoeningen | plotselinge vochtophoping in de huid en | |
| slijmvliezen (bijv. keel of tong), | ||
| ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en | ||
| huiduitslag, vaak als allergische reactie | ||
| (angioneurotisch oedeem), ontsteking van het oog | ||
| (conjunctivitis), hoesten, jeuk, lopende neus, | ||
| niezen, huiduitslag (urticaria), benauwdheid door | ||
| kramp van de spieren van de luchtwegen | ||
| (bronchospasme), zwellen van het strottenhoofd | ||
| (larynx) en keel (farynx), lage bloeddruk | ||
| (hypotensie), shock |
Sommige mensen ondervinden een allergische reactie door Magnegita. Meld dit onmiddellijk aan uw arts wanneer één van de volgende zeldzame ernstige allergiesymptomen optreden:
- Plotseling hijgen en benauwdheid op de borst
- Zwelling van de oogleden, gezicht of lippen
- Huiduitslag (urticaria), jeuk, koorts
- Instorten
- Blauw kleuren (cyanose)
Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
Hoe bewaart u Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie?
Houd het geneesmiddel buiten het bereik en zicht van kinderen.
Gebruik Magnegita niet meer na de vervaldatum die is aangegeven op het etiket. De vervaldatum verwijst naar de laatste dag van die maand.
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities
De chemische en fysische stabiliteit bij gebruik werden aangetoond gedurende 24 uur bij 25 °C. Vanuit microbiologisch standpunt moet dit product onmiddellijk gebruikt worden. Als het niet onmiddellijk wordt gebruikt, vallen de bewaartermijn en voorwaarden voor gebruik onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker en ze zouden normaal niet meer mogen bedragen dan 24 uur bij 2 tot 8 °C.
Gebruik Magnegita niet indien u zichtbare tekens van verval (zoals partikels in de oplossing of scheuren in de flacon) ziet.
Geneesmiddelen dienen niet weggegooid te worden via het afvalwater of met huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u met medicijnen moet doen die niet meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen bij de bescherming van het milieu.
Meer informatie over Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie
Wat bevat Magnegita
- Het actieve bestanddeel is gadopentetaat dimeglumine.
- 1 ml Magnegita oplossing voor injectie bevat 469 mg gadopentetaat dimeglumine (overeenkomend met 500 micromol, overeenkomend met 78,63 mg gadolinium).
- De andere bestanddelen zijn penta-azijnzuur, meglumine en
water voor injecties
Hoe ziet Magnegita er uit en wat is de inhoud van de verpakking
Oplossing voor injectie
Uw geneesmiddel zit in een flesje van helder glas met een rubberen stop en een aluminium dop, verpakt in een kartonnen doosje samen met deze patiëntenbijsluiter (verpakkingsbijsluiter).
Het flesje bevat een heldere, deeltjesvrije oplossing voor injectie.
Magnegita wordt geleverd in de volgende verpakkingen:
1 flesje met 5, 10, 15, 20, 30 en 100 ml oplossing voor injectie 10 flesjes met 5, 10, 15, 20, 30 en 100 ml oplossing voor injectie
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Registratiehouder en Fabrikant
Registratiehouder:
Agfa HealthCare Imaging Agents GmbH Am Coloneum 4
50829 Keulen Duitsland
Tel: +49 221 5717-660
Fax: +49 221 5717-1051
Email: imagingagents@agfa.com
Fabrikant :
Biokanol Pharma GmbH
Kehlerstr. 7
D-76437 Rastatt, Duitsland
Phone: +49 (0) 7222/78679-0
Fax: +49 (0) 7222/78679-9
Magnegita is ingeschreven in het register onder RVG 34041
Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:
| naam van de lidstaat | Naam van het geneesmiddel |
| Oostenrijk | Magnegita 500 Mikromol/ml Injektionslösung |
| België | Magnegita 500 Micromol/ml oplossing voor injectie |
| Bulgarije | Magnegita 500 micromol/ml solution for injection |
| Duitsland | Magnegita 500 Mikromol/ml Injektionslösung |
| Tsjechië | Magnegita 500 mikromol/ml Injekční roztok |
| Estland | Magnegita 500 mikromooli/ml Süstelahus |
| Griekenland | Magnegita 500 micromol/ml Ενέσιμο διάλυμα |
| Spanje | Magnegita 500 micromol/ml solución inyectable |
| Hongarije | Magnegita 500 μmol/ml Oldatos injekció |
| Ierland | Magnegita 500 micromol/ml solution for injection |
| Italië | Magnegita 500 micromoli/ml soluzione iniettabile |
| Litouwen | Magnegita 500 mikromolių/ml Injekcinis tirpalas |
| Luxemburg | Magnegita 500 µmol/ml solution injectable |
| Letland | Magnegita 500 micromol/ml šķīdums injekcijai |
| Nederland | Magnegita 500 micromol/ml oplossing voor injectie |
| Noorwegen | Magnegita 500 mikromol/ml injeksjonsvæske, oppløsning |
| Polen | Magnegita 500 mikromol/ml Roztwór do wstrzykiwań |
| Portugal | Magnegita 500 micromol/ml solução injectável |
| Roemenië | Magnegita 500 micromol/ml soluţie injectabilă |
| Slovenië | Magnegita 500 mikromolov/ml Raztopina za injiciranje |
| Slowakije | Magnegita 500 mikromol/ml Injekčný roztok |
| Verenigd Koninkrijk | Magnegita 500 micromol/ml solution for injection |
Blauwe doos:
Alleen op doktersvoorschrift.
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in maand augustus 2011
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Vóór toediening van Magnegita moeten alle patiënten worden gescreend op een nierfunctiestoornis door het uitvoeren van laboratoriumtesten.
Er zijn gevallen gemeld van Nefrogene Systemische Fibrose (NSF) die in verband zijn gebracht met het gebruik van Magnegita en enkele andere gadolinium-houdende contrastmiddelen bij patiënten met een ernstige acute of chronische nierfunctiestoornis (glomerulaire filtratiesnelheid [GFR] <30 ml/min/1,73 m2). Patiënten die een levertransplantatie ondergaan lopen een bijzonder risico aangezien de incidentie van acuut nierfalen verhoogd is bij deze patiënten. Magnegita mag daarom niet worden gebruikt bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis en bij patiënten tijdens de peri-operatieve levertransplantatieperiode.
Magnegita mag ook niet worden toegediend aan pasgeboren baby’s jonger dan 4 weken.
Het risico op het ontwikkelen van NSF bij patiënten met een matig-ernstige nierfunctiestoornis (GFR 30-59 ml/min/1,73 m2) is niet bekend. Daarom dient Magnegita bij patiënten met matig-ernstige nierfunctiestoornis alleen te worden gebruikt na een zorgvuldige afweging van de voordelen en risico’s met een dosis niet groter dan 0,2 ml/kg lichaamsgewicht. Niet meer dan één dosis mag worden gebruikt bij een scan. Wegens het ontbreken van informatie over herhaalde toedieningen dient Magnegita niet herhaald te worden toegediend tenzij het interval tussen de injecties tenminste 7 dagen bedraagt.
Door de onvolgroeide nierfunctie bij zuigelingen tot 1 jaar oud mag Magnegita bij deze patiënten alleen na zorgvuldige overweging worden gebruikt met een dosis niet groter dan 0,2 ml/kg lichaamsgewicht. Niet meer dan één dosis mag worden gebruikt bij een scan. Wegens het ontbreken van informatie over herhaalde toedieningen dient Magnegita niet herhaald te worden toegediend tenzij het interval tussen de injecties tenminste 7 dagen bedraagt. Magnegita mag niet worden toegediend aan pasgeboren baby’s jonger dan 4 weken.
Aangezien de renale klaring van gadopentetaat dimeglumine verminderd kan zijn bij ouderen is het vooral belangrijk patiënten van 65 jaar en ouder te screenen op nierfunctiestoornissen.
Hemodialyse kort na toediening van Magnegita kan zinvol zijn om Magnegita uit het lichaam te verwijderen. Er is geen bewijs dat de inzet van hemodialyse ter preventie of behandeling van NSF bij patiënten die nog geen hemodialyse ondergaan, rechtvaardigt.
Magnegita dient niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij de klinische situatie van de vrouw het gebruik van gadopentetaat dimeglumine vereist.
Het borstvoeden dient te worden onderbroken gedurende tenminste 24 uur na toediening
van Magnegita.
Het afneembare traceeretiket op de flacon moet op het patiëntendossier worden aangebracht zodat nauwkeurig kan worden vastgelegd welk gadolinium-houdend contrastmiddel is gebruikt. Ook dient de dosis te worden gedocumenteerd.
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


