Inhoud
In het kort
Lucrin bevat leuproreline-acetaat dat behoort tot de groep van geneesmiddelen die de geslachtsklieren beïnvloeden. Lucrin wordt toegepast bij de behandeling van prostaatkanker, waarbij de tumor plaatselijk is uitgebreid, of is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam.
- Werkzame stof(fen)
- Leuprorelin
- Vergunninghouder
- AbbVie
- ATC-code
- L02AE02
Deze samenvatting vervangt de bijsluiter of medisch advies niet.
Advertentie
Patiëntenbijsluiter
Waarvoor wordt Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml gebruikt?
Lucrin bevat leuproreline-acetaat dat behoort tot de groep van geneesmiddelen die de geslachtsklieren beïnvloeden.
Lucrin wordt toegepast bij de behandeling van prostaatkanker, waarbij de tumor plaatselijk is uitgebreid, of is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Wanneer de arts bij u prostaatkanker heeft geconstateerd, zal de behandeling erop gericht zijn de productie van het hormoon testosteron stil te leggen. Testosteron bevordert namelijk de groei van het kwaadaardige gezwel (carcinoom). Leuproreline-acetaat remt de productie van testosteron.
Advertentie
Wat moet u weten voordat u Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml gebruikt?
- U bent allergisch voor een van de stoffen die in dit geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder punt 6.
- U bent allergisch voor een stof die lijkt op leuproreline.
- U heeft een tumor die niet gevoelig is voor hormonen of u heeft een chirurgische behandeling gehad, waarbij één of beide testes (zaadballen) zijn verwijderd.
- Als u wordt behandeld voor een prostaatcarcinoom, dient de behandeling goed te worden gecontroleerd door een arts die bekend is met hormonale therapie.
- Tijdens de eerste weken van de behandeling kunnen uw klachten en symptomen verslechteren. Dit wordt veroorzaakt door een tijdelijke stijging van het testosterongehalte in uw bloed.
- Als uw urinewegen geblokkeerd zijn door een uitzaaiing, moet u de eerste weken goed geobserveerd worden door uw arts. Een alternatieve behandeling, waarbij één of beide testes worden weggehaald of waarbij de u behandeld wordt met oestrogeen, is in dit geval veiliger.
- Als u uitzaaiingen in de wervels heeft, dient u in het begin van de therapie met Lucrin nauwlettend te worden geobserveerd door uw arts.
- Als u overgevoelig bent voor benzylalcohol kunt u last krijgen van overgevoeligheidssymptomen in de vorm van erytheem (roodheid van de huid) en verharding van de injectieplaats.
Gebruikt u naast Lucrin nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.
Zwangerschap en borstvoeding
Niet van toepassing.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Er zijn geen aanwijzingen dat dit product een nadelig effect heeft op de rijvaardigheid of de bekwaamheid om machines te gebruiken.
Stoffen in dit middel waarmee u rekening moet houden
Lucrin 5 mg/ml bevat benzylalcohol. Als u overgevoelig bent voor benzylalcohol kunt u last krijgen van overgevoeligheidssymptomen in de vorm van erytheem (roodheid van de huid) en verharding van de injectieplaats.
Hoe wordt Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml gebruikt?
Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
De gebruikelijke dosering is 1 mg leuproreline-acetaat (0,2 ml) per dag, toe te dienen per onderhuidse (subcutane) injectie.
Hoe dient u uzelf een subcutane (onderhuidse) injectie toe?
1. Was uw handen grondig met water en zeep. Hierdoor worden bacteriën verwijderd, die anders de plaats waar geprikt wordt verontreinigen en dan een infectie zouden kunnen veroorzaken.
Vervaldatum aangeduid als EXP:........
2. Controleer het etiket van Lucrin 5 mg/ml. Verwijder vervolgens het beschermkapje van het flesje (bij de eerste keer) en reinig de gummidop grondig met één van de bijgesloten alcoholdoekjes. Draai de ronde dop van het plastic doosje van de spuit en duw op de (gele) naaldhouder. De spuit komt nu uit het doosje. Haal voorzichtig de dop van de naald.
20 (komt overeen met 0,2 ml)
3. Gebruik voor iedere injectie een nieuwe injectiespuit. Neem de injectiespuit stevig in de hand en vul hem voor ongeveer één derde met lucht door de zuiger iets terug te trekken. Steek dan de naald door de gummidop in het flesje. Draai het flesje op de kop, zodat de injectiespuit met de naald van onderen in het flesje steekt en druk de lucht uit de injectiespuit in het flesje. De punt van de injectienaald moet zich in de te injecteren vloeistof bevinden. Zuig dan, door langzaam terugtrekken van de zuiger tot precies het punt dat uw arts genoemd heeft, de voorgeschreven hoeveelheid op.
Dit zal over het algemeen de “20” zijn (dat komt overeen met 0,2 ml). De naald van de injectiespuit blijft nog in het flesje gestoken.
- Houd de spuit en het flesje loodrecht tegen het licht en controleer de inhoud van de spuit op luchtbellen. Als zich in de injectiespuit belletjes bevinden, klopt u met uw vinger een beetje tegen de spuit, zodat de belletjes naar boven stijgen. Druk de belletjes vervolgens voorzichtig en langzaam door de naald in de ampul. Let erop dat ook na het ontluchten nog de voorgeschreven hoeveelheid medicijn in de injectiespuit zit. Mocht het te weinig zijn, dan kunt u door de zuiger nog iets terug te trekken de hoeveelheid vergroten. Eventueel nieuwe opgezogen belletjes moeten op de beschreven manier verwijderd worden. Trek de naald daarna uit het flesje en leg spuit met naald erop zo neer, dat de naald niets aanraakt.
- Kies een plaats om in te spuiten volgens het advies van uw huisarts. Klachten op de plaats waar geprikt wordt, kunt u voorkomen door verschillende in aanmerking komende lichaamsplaatsen afwisselend te gebruiken. Als u een plaats uitgekozen heeft, span dan de huid met uw vingers en reinig de plek met krachtige, cirkelvormige bewegingen. Gebruik daarvoor de in de verpakking bijgesloten alcoholdoekjes.
6. Neem nu een plooi van het gereinigde stukje huid tussen duim en wijsvinger en steek de naald in één beweging parallel aan het huidoppervlak in de huidplooi. Bij stukken huid met een uitgesproken onderhuids vetweefsel zit u nu zeker “onderhuids”. Bij lichaamsdelen waar dicht onder de huid spieren liggen, mag u de naald niet helemaal tot het begin insteken, om een injectie in een spier te vermijden. Vóór het injecteren van de vloeistof, moet u er zeker van zijn dat de punt van de naald niet in een bloedvat (ader) steekt. In dat geval zou er bloed in de spuit verschijnen als u de zuiger iets terugtrekt. Als er bloed verschijnt, moet u de injectiespuit eruit trekken en weggooien. In dat geval dient met een nieuwe spuit het voorgaande op een andere plaats herhaald te worden. Verschijnt er geen bloed in de injectiespuit, spuit dan het geneesmiddel in door langzaam en gelijkmatig indrukken van de zuiger.
7. Neem een doekje met alcohol en oefen een beetje druk uit op de huid om de plaats waar geprikt is, terwijl u de naald terugtrekt. Druk vervolgens met een in alcohol gedrenkte dot watten ± 1 minuut op de injectieplaats, om bloeden te voorkomen. Uw arts zal u adviseren ten aanzien van de volgorde van de wisselende prikplaatsen. Het kan daarbij nuttig zijn op de kalender aan te tekenen, waar u iedere keer geprikt heeft. Als u op reis gaat, denk dan aan voldoende voorraad medicijn, injectiespuiten en alcoholdoekjes.
Er is geen ervaring met overdosering van Lucrin.
Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.
Advertentie
Wat zijn de bijwerkingen van Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml?
Zoals elk geneesmiddel kan Lucrin bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Bij mannen die nog niet eerder met hormonen behandeld zijn, treedt gewoonlijk tijdens de eerste
7 dagen van de behandeling een verhoging op van de bloedspiegels van mannelijk geslachtshormoon (testosteron). Ook de klachten en symptomen (meestal botpijn, huidirritatie op de injectieplaats, opvliegers en erectiestoornis) kunnen hierdoor toenemen. In enkele gevallen is blokkering van de urineweg met een achteruitgang van de nierfunctie en samendrukking van het zenuwstelsel
(neurologische compressie) met zwakte en kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesieën) van de benen waargenomen. Normaalgesproken zijn de beschreven veranderingen tijdelijk en nemen ze na 1 à 2 weken af.
Bijwerkingen kunnen voorkomen met de volgende frequenties:
- zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 van de 10 patiënten);
- vaak (komt voor bij meer dan 1 van de 100, maar bij minder dan 1 van de 10 patiënten);
- soms (komt voor bij meer dan 1 van de 1.000, maar bij minder dan 1 van de 100 patiënten);
- zelden (komt voor bij meer dan 1 van de 10.000, maar bij minder dan 1 van de 1.000 patiënten);
- zeer zelden (komt voor bij minder dan 1 van de 10.000 patiënten);
- niet bekend (op basis van de bekende gegevens kan de frequentie niet worden vastgesteld).
De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:
| Bijwerkingen | Frequentie |
| Infecties | |
| keelontsteking, longontsteking, urineweginfectie, infectie, met pus gevulde | niet bekend |
| zwelling (abces) | |
| Goedaardige of kwaadaardige gezwellen | |
| huidkanker (huidcarcinoom) | niet bekend |
| Bloed | |
| tekort aan rode bloedlichaampjes (bloedarmoede/anemie) | niet bekend |
| Afweersysteem | |
| overgevoeligheid voor bepaalde stoffen (anafylaxie) | niet bekend |
| Hormoonklieren | |
| vergroting van de schildklier, hersenbloeding in een bepaald deel van de | niet bekend |
| hersenen (hypofysebloeding) | |
| Voeding en stofwisseling | |
| verminderde eetlust (anorexie) | vaak |
| uitdroging; tekort aan vocht in de weefsels (dehydratie), verhoogde concentraties | niet bekend |
| van bepaalde vetten (cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden) in het bloed | |
| (hyperlipidemie), verhoogde concentraties fosfaat in het bloed (hyperfosfatemie), | |
| te laag suikergehalte in het bloed gepaard gaande met hongergevoel, zweten, | |
| duizeligheid, hartkloppingen (hypoglykemie), verlaagde concentraties eiwitten in | |
| het bloed (hypoproteïnemie), toegenomen eetlust, stofwisselingsziekte waarbij | |
| de regeling van het bloedsuikergehalte verstoord is (suikerziekte/diabetes | |
| mellitus) | |
| Psychisch | |
| minder zin in vrijen/seks (verminderd libido), slapeloosheid | vaak |
| angst, waanideeën, neerslachtigheid (depressie), stemmingswisselingen, meer zin | niet bekend |
| in vrijen/seks (toename van het libido), nervositeit, gedachten over zelfdoding en | |
| poging daartoe | |
| Zenuwstelsel | |
| duizeligheid, hoofdpijn, waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder | vaak |
| dat daar aanleiding voor is (paresthesie), slaapzucht (lethargie), slaperigheid, | |
| geheugenstoornis, smaakstoornissen, verminderde gevoeligheid van de huid |
| Bijwerkingen | Frequentie |
| (hypo-esthesie) | |
| spierziekten (neuromusculaire stoornissen), aandoening aan de zenuwen in | niet bekend |
| armen en benen (perifere neuropathie), flauwvallen (syncope), voorbijgaande | |
| beroerte (transient ischemic attack, TIA), verlamming (paralyse) | |
| Oog | |
| troebel zien | vaak |
| stoornis aan het gezichtsvermogen, lui oog (amblyopie), droge ogen, | niet bekend |
| oogaandoeningen | |
| Evenwichtsorgaan en oren | |
| gehoorverlies, doofheid, oorsuizen (tinnitus) | niet bekend |
| Hart | |
| hartritmestoornissen (aritmieën), hartinfarct (myocardinfarct), onvoldoende | vaak |
| pompkracht van het hart (congestief hartfalen) | |
| beklemmend, pijnlijk gevoel op de borst (angina pectoris), vertraagde hartslag | niet bekend |
| (bradycardie), hartklopping (palpitatie), hartgeruis, versnelde hartslag | |
| (tachycardie) | |
| Bloedvaten | |
| opvliegers | zeer vaak |
| bloedtekort door vernauwd of afgesloten bloedvat (ischemie), verhoogde | niet bekend |
| bloeddruk (hypertensie), verlaagde bloeddruk (hypotensie), aderontsteking | |
| (flebitis), beroerte, bloestolselvorming in een bloedvat (trombose), spataderen, | |
| ophoping van lymfevocht (lymfoedeem) | |
| Ademhalingsstelsel | |
| bijgeluiden bij in- en uitademen (pleurawrijven), bindweefselvorming in de | vaak |
| longen met longfunctieverlies als gevolg (longfibrose) | |
| hoest, kortademigheid (dyspneu), bloedneus, ophoesten van bloed of door bloed | niet bekend |
| gekleurd sputum (haemoptysis), abnormale ophoping van vocht tussen de | |
| longvliezen (longeffusie), afsluiting van een longslagader (longembolie), | |
| longinfiltratie, ademhalingsstoornis, verstopte (bij)holten (sinuscongestie), | |
| verslechtering van longfibrose | |
| Maagdarmstelsel | |
| verstopping (obstipatie), misselijkheid, braken, maagdarmbloedingen, opgezette | vaak |
| buik, diarree | |
| droge mond, zweren aan de twaalfvingerige darm, slikstoornis (dysfagie), | niet bekend |
| maagdarmstoornissen, maagzweren, rectale poliepen | |
| Lever en gal | |
| leverfunctiestoornissen, geelzucht | niet bekend |
| Huid | |
| roodheid van de huid (erytheem), blauwe plekken (ecchymose), haaruitval | vaak |
| huidontsteking (dermatitis), droge huid, abnormale haargroei, vorming of | niet bekend |
| afzetting van pigment (pigmentatie), jeuk, huidbeschadigingen (huidlesies), | |
| huiduitslag met hevige jeuk (netelroos) en vorming van bultjes (galbulten, | |
| urticaria), huiduitslag, jeukende huiduitslag (eczeem), overmatig zweten, | |
| nachtzweten, koud zweet, overgevoeligheid voor licht |
| Bijwerkingen | Frequentie |
| Steun- en bewegingsapparaat | |
| botpijn, spierpijn, botzwelling | vaak |
| ziekte van Bechterew (spondylitis ankylopoëtica), gewrichtsstoornissen, | niet bekend |
| gewrichtspijn, ontsteking van de peesschede (tenosynovitis) | |
| Nieren en urinewegen | |
| spastische krampen (spasmen) van de blaas, bloed in de urine (hematurie), het | niet bekend |
| niet kunnen ophouden van urine (incontinentie), urinewegaandoeningen, | |
| frequent urineren, verstopte plasbuis (obstructie van de urineweg), plotseling | |
| dringend moeten urineren | |
| Geslachtsorganen | |
| borstvorming bij mannen (gynaecomastie), kleiner worden van de zaadballen | vaak |
| (testikelatrofie), erectiestoornis (impotentie) | |
| zwelling van de penis, stoornissen van de penis, pijnlijke prostaat, testikelpijn | niet bekend |
| Algemeen en op de toedieningsplaats | |
| krachteloosheid (asthenie), moeheid, koorts, vochtophoping (oedeem), pijn | vaak |
| koude rillingen, ontsteking, reacties op de injectieplaats, pijn op de | niet bekend |
| injectieplaats, ontsteking op de injectieplaats, verharding van de injectieplaats, | |
| bloeduitstortingen (hematomen) op de injectieplaats, dorst, toename van de | |
| hoeveelheid bindweefsel in het bekken (bekkenfibrose), geringe voorbijgaande | |
| irritatie, opgezette klieren, gelaatszwelling | |
| Onderzoeken | |
| verlaagde verhouding tussen het volume van de rode bloedcellen en het totale | vaak |
| bloedvolume (verlaagd hematocriet), verlaagd gehalte aan hemoglobine in het | |
| bloed, verhoogd gehalte aan ureum in het bloed, verhoogd gehalte aan creatinine | |
| in het bloed | |
| afwijkingen van het hartfilmpje (ECG), hogere waarden van | niet bekend |
| bloedstollingstijdtests (PT verlengd en/of PTT verlengd), aantal bloedplaatjes | |
| verlaagd, aantal witte bloedcellen verlaagd, aantal witte bloedcellen verhoogd, | |
| abnormale leverfunctietests, verhoogde BUN-waarde, wat wijst op een | |
| verslechterde nierfunctie, verhoogd gehalte aan calcium in het bloed, verlaagd | |
| gehalte aan kalium in het bloed, verhoogd gehalte aan urinezuur in het bloed, | |
| verhoogd gehalte aan bilirubine in het bloed | |
| Letsel | |
| gebroken wervel (wervelfractuur) | niet bekend |
Krijgt u veel last van een bijwerking? Of heeft u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Hoe bewaart u Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml?
Bewaren in de koelkast ( 2°C - 8°C). Niet in de vriezer bewaren. Na aanprikken maximaal 14 dagen bewaren beneden 25°C. Buiten het bereik en zicht van kinderen houden.
Gebruik dit middel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket na de letters ‘EXP’. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die niet meer nodig zijn. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu.
Meer informatie over Lucrin, oplossing voor injectie 5 mg/ml
- De werkzame stof in dit middel is leuproreline-acetaat
- De andere stoffen in dit middel zijn benzylalcohol, natriumchloride en water voor injectie
Een verpakking bevat:
1 injectieflacon met 2,8 ml oplossing voor injectie, 14 injectiespuitjes en 15 alcoholdoekjes
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen: AbbVie B.V.
Wegalaan 9
2132 JD Hoofddorp
Tel.: 0888 222 688
Fabrikant:
FAMAR L’Aigle Usine St Remy Rue de L’Isle
28380 Saint Remy Sur Avre Frankrijk
Lucrin, 5 mg/ml is in het register ingeschreven onder RVG 11645.
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in oktober 2013.
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (www.cbg-meb.nl).
Redactionele principes
Alle informatie is afkomstig van gecontroleerde bronnen (erkende instellingen, specialisten, studies van gerenommeerde universiteiten). Wij hechten veel waarde aan de kwalificatie van de auteurs en de wetenschappelijke onderbouwing van de informatie.


